Afbeelding

Hoe ziet jouw personage de wereld?

Pixabay.com

Hoe ziet jouw personage de wereld?

Ieder personage heeft zijn eigen manier van kijken, gekleurd door zijn persoonlijkheid, emoties en interesses. Maar hoe schrijf je zo’n wereldbeeld door de bril van jouw personages?


Laat het wereldbeeld de schrijfstijl beïnvloeden

Wanneer je vanuit het perspectief van een personage kijkt, zal zijn manier van kijken invloed hebben op verschillende aspecten van de schrijfstijl.

1. Algemeen taalgebruik

Kies binnen het perspectief van een personage taalgebruik dat bij hem past. Stem de woord- en zinskeuzes af op wat hij kent. Houd tegelijkertijd ook rekening met zijn persoonlijkheid: een dromerig of artistiek personage gebruikt misschien meer metaforen; een personage dat kort-door-de-bocht is of alles letterlijk neemt, zal dit juist niet of minder doen.

2. Emoties

Het taalgebruik zal echter ook veranderen binnen het perspectief van hetzelfde personage. Jouw personage kijkt anders tegen de wereld aan als hij een bijzonder goed of slecht humeur heeft. Verwerk emoties dus in zijn wereldbeeld en gedachten en daarmee ook in de schrijfstijl. Neem bijvoorbeeld een bos. Een blij personage ziet misschien een dromerig landschap, met de zon die door de vochtige blaadjes schittert. Een boos personage ziet dikke, donkere takken die door de lichte achtergrond heen snijden, met een zon die veel te fel brandt. En een bang personage ziet dezelfde donkere silhouetten, maar nu lijken ze hem in te sluiten.

3. Interesses en meningen

Verwerk bovendien de interesses en meningen van het personage in de schrijfstijl. Stel, je hebt drie personages op een metalconcert: de eerste is enorme fan van de band, de tweede heeft juist een hekel aan metalmuziek en de derde heeft nog nooit eerder zoiets gehoord, maar is er wel van onder de indruk. Het spreekt voor zich dat ze de muziek anders zullen beschrijven op basis van hun voorkeuren en vertrouwdheid met het onderwerp. Ook de bandleden zullen anders benoemd worden: de metalfan kent misschien hun namen en de criticus zal hen mogelijk negatief stereotyperen.

Werk de grootste overtuigingen dieper uit

Soms heeft een overtuiging een sterkere en bredere invloed dan een simpele mening. Meestal is dit een foutieve overtuiging over zichzelf of de wereld, die centraal staat in het wereldbeeld van het personage. Dit wordt ook wel de 'leugen' genoemd die het personage gelooft, zoals 'geld maakt gelukkig' of 'iedereen is tegen me'. Gelooft jouw personage zo’n leugen? Dan kun je zijn karakterontwikkeling schrijven door hem langzaam door te laten krijgen dat deze overtuiging niet klopt. Heeft het personage een slechte karaktertrek, dan is er vaak een link tussen die trek en de leugen: hij is gierig, omdat hij denkt dat geld gelukkig maakt. Om zijn gierigheid te overstijgen, moet hij dus eerst zijn wereldbeeld aanpassen.

Denk ook na over de redenen achter deze leugen. Waarom denkt het personage eigenlijk dat geld gelukkig maakt? In veel gevallen heeft dit te maken met zijn verleden of achtergrond.

Als je de leugen van jouw personage weet, dan kun je dit in het verhaal verwerken door de invloed die het uitoefent te laten zien. Toon jouw lezer zijn gedrag en overtuigingen in de kleine details en de dingen die hij misloopt. Misschien beïnvloedt het zelfs zijn centrale doel in het verhaal.