Afbeelding

Beeld: Shutterstock

Taaltip: 's of -s

's of -s? Lees het op Schrijven OnlineIn de Nederlandse taal gebruiken we ‘s en –s in het meervoud en om een bezit aan te tonen. Maar wanneer gebruik je nou wel een apostrof en wanneer plak je de s aan het woord vast? Ons dagelijkse contact met de Engelse taal maakt dit nog eens extra lastig. De uitleg hieronder biedt opheldering.

Bezit

Bij een bezitsvorm geldt dat de s in de meeste gevallen aan de naam vastgeschreven wordt. 
Voorbeelden: 

  • Annies jas hangt aan de kapstok. 
  • Mauds fiets heeft een lekke band. 
  • Coetzees roman speelt zich af in Zuid Afrika. 

’S wordt gebruikt als de laatste lettergreep op een enkele, heldere a, i, o, u of y eindigt, of op een enkele e die als [ee] klinkt. Op deze manier wordt de klank van deze laatste lettergreep niet veranderd.
Voorbeelden:

  • Luca’s ogen zijn blauw. 
  • Zoë’s haar waait in haar ogen door de wind. 
  • Jimmy’s schoenen zijn toe aan vervanging. 

Na een naam die op een hoorbare sisklank eindigt komt alleen een apostrof.
Voorbeelden:

  • Jos’ hobby is schilderen. 
  • Strauss’ walsen zijn wereldberoemd. 
  • Inez’ huiswerk zit vol met fouten.

Meervoud

Bij woorden die eindigen op een enkele, heldere klinker a, i, o, u of y komt ‘s. Deze geeft aan dat de klinker lang is en zo voorkom je een verkeerde uitspraak. 
Voorbeelden:

  • De lama’s hadden allemaal een wollig vachtje. 
  • De auto’s vormden een lange file. 
  • Ik neem mijn ski’s mee op wintersport.

Aan woorden die op meerdere klinkers of een klinker met een accent aigu eindigen, wordt de s vastgeplakt.
Voorbeelden:

  • Schrijven Online heeft veel abonnees. 
  • In dat kantoor staan meerdere bureaus. 
  • Er zijn veel cafés in Utrecht.

Bron: Onze Taal

Dossier