Afbeelding

Beeld: Shutterstock

Taaltip: Beide of beiden?

Wanneer gebruik je beide en wanneer beiden? Lees het op Schrijven Online.Nog een Nederlandse taaltwijfel: wanneer gebruik je beide en wanneer beiden? De zin hardop tegen jezelf zeggen heeft hierbij geen zin want de woorden klinken nagenoeg hetzelfde. De uitleg van Schrijven Online biedt hulp.

Beide

Als het een geheel vormt met een zelfstandig naamwoord er vlak achter. Dit zelfstandig naamwoord kan personen of zaken aanduiden.

Voorbeelden:

Mijn moeder zag beide kinderen een ijsje halen.
Beide families gingen tegelijkertijd verhuizen.
Ik zag beide auto’s afremmen voordat ze op elkaar botsten.

Als het slaat op een eerder genoemd woord. Dit geldt alleen als het eerder genoemde woord geen personen betreft.

Voorbeelden:

De stoplichten stopten er beide mee.
De treinen reden beide op tijd.
De klokken sloegen beide om acht uur.

Beiden

Als het naar personen verwijst en er geen zelfstandig naamwoord achter staat. Het zelfstandig naamwoord mag wel eerder in de zin genoemd zijn.

Voorbeelden:

De kinderen gaan beiden naar het kinderdagverblijf.
Ze dronken beiden een gin tonic.
Ik heb jullie beiden voor mijn verjaardag uitgenodigd.

Voor een zelfstandig naamwoord. Dit kan alleen als dit zelfstandig naamwoord vervangbaar is door alle twee én het om personen gaat.

Voorbeelden:

Mijn opa en oma, beiden ouder dan tachtig, gaan op vakantie.
De vader en moeder, beiden huisarts, hebben het erg druk.
De docent en leerling, beiden erg kwaad, konden hun meningsverschil niet oplossen.

Combinaties waarin zowel een persoon als een zaak worden genoemd zijn lastig. De beste oplossing is om dan te kiezen voor alle twee of allebei.

Bron: Onze Taal

Dossier