Afbeelding

Eufemisme, hyperbool, understatement: hoe zat het ook alweer?

We hebben het ooit allemaal geleerd, maar waarschijnlijk is het inmiddels ver weggezakt. Hoe zat het ook alweer met de stijlfiguren understatement, eufemisme en hyperbool?

Eufemisme

Bij een eufemisme zeg je iets wat onprettig is, op een verzachte manier. Dit kan bijvoorbeeld om gevoelige kwesties delicaat te behandelen of om woorden die als grof gezien worden, te vermijden.

Voorbeeld:
Oma heeft haar laatste adem uitgeblazen in plaats van Oma is dood.
De dokter vroeg naar mijn stoelgang
in plaats van De dokter vroeg naar mijn poep.
Ik zit tussen twee banen in
in plaats van Ik ben werkloos.

Understatement

Wanneer je een understatement gebruikt, verzwak of verklein je iets op een spottende manier.
Het verschil tussen een understatement en een eufemisme zit ‘m in die spot. Hoewel een unsterstatement de zin minder sterk maakt, zorgt deze wel voor een versterkende werking. Een understatement wordt ook wel een parabool genoemd.

Voorbeeld:
We waren niet zo blij met de reorganisatie in plaats van We vonden de reorganisatie verschrikkelijk.
Het koningspaar heeft best een leuk stulpje
in plaats van Het koningspaar heeft een prachtig, groot paleis.
Tekenen is niet je grootste talent
in plaats van Je kunt niet goed tekenen.


Schrijver worden? Lees Schrijven Magazine

Nog geen abonee? Profiteer van de introductiekorting: 1 jaar Schrijven Magazine voor slechts € 27,50  (i.p.v. € 38,50) + 2 cadeaus!

Profiteer nu

Hyperbool

Een hyperbool is een overdrijving om iets extra te benadrukken.

Voorbeeld:
Het duurde tien jaar voordat je eindelijk eens terugbelde in plaats van Ik heb vijf minuten moeten wachten tot je terugbelde.
Ik sterf zowat van de honger
in plaats van Ik zou wel iets te eten lusten.
Negen van de tien keer rijdt de trein niet
in plaats van Het gebeurt regelmatig dat de trein niet rijdt

Bron: Cambiumned

Door Marije Catsburg

Techniek

Dossier