Afbeelding

Dag van de Grammatica, deze fouten maak je nooit meer

Foto: Pixabay

Deze 3 grammaticale fouten maak je nooit meer

Het is de Dag van de Grammatica, de dag waarop we stil staan bij onze mooie taal en de ingewikkelde grammatica die daarbij hoort. Schrijvers zijn menselijk, dus een taalfoutje sluipt nog wel eens in ons werk. Daarom belichten we 3 veel gemaakte grammaticale fouten, zodat je ze in het vervolg niet meer fout doet!


1. Hun en hen


Hij blijft altijd bij hen of bij hun? Kies je voor hen of hun? Het is een ingewikkelde regel. Je gebruikt hen op twee verschillende manieren:
-    Na een voorzetsel. Bijvoorbeeld: ik geef het boek aan hen. Dus het is ook: Hij blijft altijd bij hen. 
-    Als lijdend voorwerp: hij ontslaat hen. Dat kan nog lastig zijn, want dan ga je weer terug naar zinsontleding. Een goede manier om je zin te controleren is de zin lijdend maken. Je verandert ‘hen’ dan in het onderwerp ‘zij’. Probeer of ‘zij worden ontslagen’ een goede zin is. In dit voorbeeld klopt het, dus is ‘hij ontslaat hen’ juist. 
Daar tegenover staat dat hun gebruikt wordt bij een meewerkend voorwerp. Volg je het nog? Het voorzetsel valt dan weg. ‘Ik geef hun het boek’. Hun in deze zin is hetzelfde als ‘Ik geef het boek aan hen’, maar dan zonder voorzetsel. Zo ook ‘Japan is hun te ver’, waarbij hun slaat op ‘volgens hen’. 

2. Foutieve samentrekking


Woorden die dezelfde functie hebben mogen samengetrokken worden, waardoor je een kortere zin krijgt. ‘Ik gaf hem een knuffel en een kus.’ Je zegt niet ‘Ik gaf hem een knuffel en ik gaf hem een kus.’ Dat klinkt vreemd. Maar samentrekkingen gaan nog wel eens mis. ‘Ik heb hem eerst getrakteerd en daarna een cadeau gegeven.’ Zie je wat er fout is? In het eerste deel is ‘hem’ een lijdend voorwerp en in het tweede deel is ‘hem’ een meewerkend voorwerp. Dat zijn twee verschillende functies, dus mogen ze niet samengetrokken worden. Juist is: Ik heb hem eerst getrakteerd en hem daarna een cadeau gegeven. Als je zegt: ‘Ik heb hem eerst getrakteerd en daarna gefeliciteerd’, is het wel correct. In deze zin is ‘hem’ in beide gevallen een lijdend voorwerp.  

3. Wat en dat


Ergens naar verwijzen met wat terwijl je met dat moet verwijzen is een bekende taalergernis. Maar hoe zit het precies? Je spreekt over ‘het boek dat’, omdat het boek een onzijdig zelfstandig naamwoord is (we spreken ook wel over het-woorden). Dit geldt ook voor ‘Het nieuws dat je elke dag leest’. Het nieuws is een onzijdig zelfstandig naamwoord. Verwijzen met wat is niet altijd fout. Er zijn 5 uitzonderingen waarmee je met wat verwijst.
1.    Na iets, niet of alle: Het is niet iets wat me interesseert
2.    Na een voornaamwoord: Dat wat je niet kent, zal je niet missen.
3.    Na een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord: Het allereerste wat ik doe als ik thuiskom, is mijn schoenen uitdoen. 
4.    Wanneer het terugslaat op de hele zin: Ik vond het een goed boek, wat me verbaast gezien de recensies. 
5.    Wanneer datgene waar wat opslaat niet genoemd is: Wat hij eet, wil ik ook graag. 

Bron

www.onzetaal.nl

Techniek