Image

Schrijfblok

Pixabay

UKV's van de week in de schijnwerpers

In de groep Schrijven Magazine: Ultrakorte Verhalen dagen we schrijvers iedere dag uit om een ultrakort verhaal te schrijven: een heel verhaal in maximaal 99 woorden. Zowel voor beginnende als ervaren schrijvers is dit een fijne oefening om kort en krachtig een verhaal te kunnen vertellen. Iedere week zetten we er vijf in de spotlights als aanmoediging en waardering. Deze vijf vielen ons deze week op, vanwege hun originaliteit, verrassende wending, kwaliteit of spraakmakendheid. 

Gedeeld leed – Robert van der Meulen

19 november

Terwijl ik op het bankje voor de luxe patatterie zat zag ik de opgeschoten jongens op me afkomen. Ze droegen capuchons over hun petten. Ik merkte dat ik dat niet prettig vond en reflexmatig bevoelde ik portemonnee en telefoon. De grootste ging de frietboetiek binnen. De kleinste nam plaats naast mij. We keken zwijgzaam voor ons uit en zagen hetzelfde: een dikke duif met een raar scheef nekje probeerde wanhopig een gevallen patatje te verorberen. Het lukte niet. ‘Och, kijk toch wat zielig,’ verzuchtte de knul. Petjes en capuchons deden er niet meer toe. Ik vond het ook zielig.

Overwinning – Stella Mantel

19 november

Oma was bepaald de mooiste niet, haar gelaat zat vol met kraters.
Ze had geen tanden, een fikse neus en valse kleine oogjes.
Als kleindochter kon ik niets goed doen.
¨Trudie, wat zie je eruit, kam je haar! En je stinkt! 
Was je en doe iets schoons aan! ¨

Totdat ik met Tjeerd thuiskwam.
Hem was hetzelfde lot beschoren.
De gemeenste verwensingen vlogen richting Tjeerd.
Tjeerd, de lieverd, was verstandig, gaf haar bloemen, bonbons.
¨Wat ziet u er verzorgd uit, en die kleren, schitterend! ¨
Op een maandag draaide ze om:
¨Jullie zijn écht een leuk stel! ¨

Regenboog – Theo Stepper

19 november

Golfjes dansten tegen mijn borst. Zonnestralen piepten door de hoge ramen naar binnen. Het schitterde in de hoek, bij het trapje naast de startblokken. Zonder de geur van chloor en het geluid van schelle kinderstemmen waande ik me in het paradijs.
Ik liet me onder water zakken. Stilte omhulde mij terwijl ik naar de bodem zonk.
Met rode ogen keek ik de badmeester aan. Hij was zich rot geschrokken, foeterde hij, terwijl hij hoofdschuddend zijn doorweekte adidassen leeggoot. Het zonlicht pulseerde onverminderd op het zacht golvende wateroppervlak. Rond de tl-buizen zag ik de kleuren van de regenboog.

Eindbestemming – Jingopuff Auteur

20 november

‘Raus! Schneller, schneller!’
Nog voordat Bina uit de wagon kon stappen, pakte een hand haar ruw beet en sleurde haar het perron op. Ze struikelde, greep wanhopig naar de persoon naast zich en viel. De grond was koud, ijskoud. Een vreselijke pijn in haar rug deed haar bijna overgeven. 
‘Aufstehen, schnell!’
Ze zag de soldaat zijn geweer weer opheffen, verbeet zich en stond snel op.
De menselijke chaos om haar heen werd beestachtig in het gareel gehouden.
Met haar veertien jaar was de volwassenheid snel gekomen maar zou ook net zo snel weer eindigen.

Angstig – Suzanna Esther

21 november

De ledlampen knipperen. Het schrille krijsen van schrapend metaal tergt al haar zenuwvezels. Het donker buiten dreigt. De sporadische verlichting, omfloerst door een spookachtig aureool, wedijveren met de akelige sensatie van stijgen en dalen. 
‘Nee man, gewoon afmaken die handel!’ hoort ze een barse stem naast zich snauwen. 
Tintelingen trekken door haar lichaam, het lijkt of al het bloed uit haar schedel trekt; enkel een enorm niets rest.
Instinctief komt ze overeind. Van handgreep naar handgreep worstelt ze zich naar voren. 
‘Dit is toch bus 340? U komt toch wel door Vijfhuizen?’
‘Ja hoor.’ De chauffeur lacht vriendelijk.

Foto: Pixabay