Afbeelding

Lege kopjes op een stenen muur

Bron: Pexels // Alexander Popadin

Bron: Pexels // Alexander Popadin

UKV's van de week: Bakkie Troost en Schandalig!

Asko De Vries Robles – Bakkie Troost

13 april

Na de condoleance dronken wij nog een kopje koffie.

Familie, vrienden… hoelang was het ook alweer geleden?

Eigenlijk was het beregezellig.

‘Moeten wij vaker doen,’ lachten wij door onze tranen heen.

‘Heerlijk die cake erbij,’ riep oom Jan en hij lustte er wel pap van.

Normaliter is hij meer van de feesten en partijen.

‘Gezelligheid kent geen tijd,’ zegt hij altijd en dat is hem eerlijk gezegd ook aan te zien.

Hopelijk zie ik hem nog, voordat hij zelf ter aarde wordt besteld.

Luc Vos – Schandalig!

14 april

‘Zag je die prijzen? Bijna drie euro per liter. Vreselijk.’

‘Ja, schandalig! Hoe durven ze ons zo in onze zakken te zitten!’

De zucht als de man de rekening betaalt in het tankstation langs de autosnelweg, is diep. De frons op zijn voorhoofd is gigantisch als hij, enkele zakken snoep in zijn armen en nog een veeg saus van de Big Whopper aan zijn mondhoek, terugloopt naar zijn luxe SUV met dakkoffer, ideaal voor zijn high performance ski’s.

‘Bijna heb ik medelijden,’ mompel ik in mezelf. ‘Maar ik ben vooral dankbaar dat ik niet moet rennen voor mijn leven.’

Elsbeth Boom – Aan de overkant

14 april

Je bent nauwelijks veranderd.
Ik herken je uit duizenden. Je rug iets krommer nu en niet meer zo mager gelukkig. Die jas… daar kon ik je in uittekenen. En een pet. Natuurlijk een pet. Grijze pet, blauwe jas, grijze broek. Sommige dingen veranderen nooit.
De twee blonde krullenbolletjes zijn wel nieuw.
Onzichtbaar loop ik met je op, gescheiden door auto’s en tijd.
Zal ik zwaaien?
‘Oma, kohom!’
‘Ik kom.’

Je bent echt niets veranderd. Nog steeds een paradijsvogel. Iets grijzer, je bent echt nauwelijks grijs.
Misschien moet ik je een keer bellen voor een bak koffie. Of zoiets. Misschien.

Trudy Pas – Thuistaal

15 april

Mijn hand reikt verheugd naar een shawltje in de uitverkoop en de kleur (die ik nog niet heb): petrol-blauw.

‘Die heb je al,’ zegt mijn man afkeurend en ik trek mijn hand terug.

Daaraan terugdenkend roep ik, als er een pakje wordt bezorgd met een aanwinst voor zijn dinky-verzameling: ‘Die heb je al!’

‘Ja, maar niet in deze kleur, die is zeldzaam.’

Hij pakt ’t niet, en ik moet op een volgende gelegenheid wachten, heel vaak ‘heb-je-al!’ roepen tot het een house-made-uitdrukking wordt voor alles dat niet-doen betekent.

‘Ik neem nog een glas wijn.’

‘Heb je al!’

Katrien Vandeginste – Schrijfoefening #15-2026

15 april

'Ik had bij Barcelona kunnen spelen, ' zegt de professor weemoedig. De assistent schuift ongemakkelijk heen en weer. Hij kijkt naar de diploma's aan de muur, de opgehangen krantenartikelen. Ontdekker van een kankergen.

De professor volgt zijn blik.

' Alles zou ik opgeven,' zegt hij, ' voor die ene goal. Voor een uitzinnig stadion dat mijn naam roept. En ik was goed vroeger, echt goed. Bij voetbalclub Rotselaar. Ik was spits. Maar dan, die enkel...' Vol ongeloof kijkt de assistent hem aan. Dan vallen zijn ogen op de kleine gestalte, de dikke bril, de uitpuilende buik. Barcelona. Het zou wat.