Afbeelding
Foto: Andrik Langfield (via Unsplash)
Foto: Andrik Langfield (via Unsplash)
Iedere week zetten wij vijf ultrakorte verhalen in de schijnwerpers. Wil jij ook een ultrakort verhaal schrijven? Doe mee in onze Facebookgroep.
Ik ben op weg voor een MRI-scan. Mijn stemming verandert van hoop naar vrees voortdurend, gelijk het uitzicht buiten.
In het oosten zonne-straalt het nog, maar vanuit het noorden komen buienwolken nader waarvan er één zo donker, die kleurt de zee transparant jadegroen, maar het noorden-palet is egaal loodgrijs, ik draai naar het westen waar de donkere zee wit-kopt en de einder schapen-wolkt. Er vallen natte sneeuwvlokken die op de voorruit fragmenteren in kleine druppels, terwijl gewone regen achter me hoost. In welke richting ik ook kijk, steeds is het weer anders.
Een onstuimige dag, met een meteorologisch drama-panorama.
‘Ik gooi nog even snel een wasje in de droger, daarna kunnen we.’
Ik heb de jas al aan, vrijdagmiddag, we gaan traditiegetrouw op café aan. Dan hoor ik een klap, gevolgd door minder mooie woordjes.
Ik ren naar de bijkeuken. Ze wrijft over haar hoofd: ‘Ik liet een sok vallen en toen ik ‘m opraapte stond dat stomme deurtje van die stomme droger nog open….’
Eén ding moet je nóóit doen in dergelijke situaties.
Ik deed het toch. En nou heb ik de jas weer uit.
Misschien gaan we vanavond nog. Als ik niet nog een keer lach dan.
Daar gaan ze weer. Ongecontroleerd als een ongeleid projectiel. Mijn eerste reflex is om te proberen ze te stoppen, maar de ervaring leert me dat dit wellicht verloren moeite is. Zoals elke vorige keer. Ze hebben hun eigen leven en wie ben ik om hen te zeggen wat ze moeten doen.
Ze lopen in alle richtingen, sneller, even inhouden, dan weer volle gas vooruit. Ze buitelen over elkaar, krabbelen zoals steeds weer overeind. Waar gaan ze naartoe? Geen idee, dat zie ik wel als ze terugkomen. Want dat doen ze altijd. Die onstuimige en wilde gedachten van mij.
Achter mij klinken de geluiden van eten dat suddert in pannen, borden en bestek die op tafel geplaatst worden.
‘Mama, kom je ook eten?’
‘Ja, schat, even wachten.’ Ik kijk op van mijn werkzaamheden. ‘Ik moet nog iets afmaken.’
‘Wat ben je aan het doen?’
‘Ik moet nog even iemand vermoorden, schat. Ik kom er zo aan, oké?’
‘Goed, maar schiet op. Papa zegt dat het eten anders koud wordt.’
Een paar minuten later schuif ik met gewassen handen aan de tafel aan.
‘Was het gelukt?’
‘Ja, ik denk het. Deze thriller wordt hopelijk ook weer een bestseller. Smakelijk!’
Het is donker. Al veel te lang. Ik wil naar buiten, maar mijn deur blijft dicht. Geen vertrouwd geschuifel, geen opwindend draaien. Ik wil roepen, niet zoals altijd, want dat is anders. Het lukt niet.
Er klinkt gestommel en geschuif. Als ik mijn adem in kon houden, deed ik het. Een harde plof doet me schudden.
Gekrijs.
Een lavastroom van angst trekt door me heen en stolt op de gedachte dat Lorra er nog is. Het is haar stem. Mijn gevederde vriendin wordt verplaatst, richting de buitendeur. Ze roept me nog, doet me na: ‘koekoek!’
Een motor ronkt.
Met een combinatie-abonnement Schrijven Magazine en Boekenkrant krijg je 50% korting én veel leesplezier.
Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.
Abonnees profiteren van extra voordelen.
Nog beter leren schrijven? Volg dan een online schrijfcursus bij Schrijfcurssen.nu! In 4 lessen + feedback, te doen wanneer het jou uitkomt. Met korting voor abonnees!