Image

Beeld Shutterstock

Schrijvers en hun schrijfplekken

In de Amsterdamse Stadsschouwburg werd afgelopen vrijdag de Boekenweek geopend met het welbekende Boekenbal. De crème de la crème van schrijvend en uitgevend Nederland kwam samen om dit te vieren. De Volkskrant vroeg een aantal schrijvers naar hun vreemde schrijfrituelen en schrijfplekken. Hoe gek zijn deze schrijvers?

Franca Treur vertelde over haar schrijf- en sport combinatie: 'Ik schrijf aan een fietsbureau dat bij mij in de keuken staat. Daar ben ik naar op zoek gegaan toen ik hoorde dat zitten zo ongezond is. Ik trap in een middelzware versnelling, ik wil ook niet zitten zweten. En ja, het idee is ook dat je er mooiere billen van krijgt.’
Esther Verhoef vertelde over schrijven en muziek: 'Altijd muziek! Bij elk boek, elke scène, per emotie kan ik weer andere muziek nodig hebben. Van fado tot hardrock. Bij een boek heb ik telkens weer Milky Way opgezet, heel melancholisch. Dat hielp mij geweldig.’
Niña Weijers vertelde: ’Het allerliefst begin ik 's ochtends meteen in bed te schrijven, niet gedoucht, tussen acht en elf uur. Achteraf blijkt dat vaak ook het productiefste moment van de dag. Ik werk blijkbaar het best als ik me een beetje smoezelig voel.’
Ernest van der Kwast verwent zichzelf iedere week met bloemen: 'Ik koop iedere week bloemen voor mezelf als ik aan het schrijven ben. Tulpen, anemonen of rozen. Ik houd van verse bloemen op mijn bureau. Voor mijn laatste boek De IJsmakers ben ik iedere dag om 6 uur 's ochtends opgestaan. Ik begon mijn dag met een espresso en een bakje natuurlijke yoghurt met een aardbei. Daarna fietste ik naar mijn kantoortje. Daar mocht ik van mezelf pas weg als ik 500 woorden op papier had gezet. Of als mijn vriendin door de telefoon schreeuwde dat ik nu toch echt naar huis moest komen.’

'In een goede schrijfperiode douche ik niet'

Nelleke Noordervliet loopt weg als ze in een schrijfflow zit: 'Als het schrijven per ongeluk goed lukt, ben ik weg. Dan ga ik bijvoorbeeld boodschappen doen. Je hebt schrijvers die zeggen op zo'n moment in een flow te zitten, maar dat heb ik niet. Misschien omdat ik er niet in geloof. Ik schrijf liever in twijfel en in worsteling dan in vreugde en tevredenheid.’
Alma Mathijsen gaf aan een ietwat vreemd schrijfritueel te hebben: 'Ik durf hier bijna niet voor uit te komen. Maar als ik een heel goede schrijfperiode heb, dan douche ik het liefst niet. Na vijf dagen achter elkaar heel hard te hebben gewerkt, voelt het als een beloning om me te kunnen wassen. Dan mag het. Ik zit dan zo in een ander wereld, ik kan dan ook geen mensen zien. Dit is geen wekelijks ritueel, hoor. Meestal ga ik als ik schrijf in mijn pyjama achter de computer zitten zonder iets te checken. Geen Twitter, geen Facebook. Na twee uur ga ik lunchen, dan schrijf ik weer twee uur, dan ga ik eten, schrijf ik weer twee uur, dan maak ik een avondwandeling en schrijf ik daarna nog een keer twee uur.'
Alexander Münninghoff ziet het schrijven realistisch: 'Een schrijfritueel heb ik niet echt. Mijn leermeester Karel van het Reve schreef 's morgens vroeg, vanaf een uur of zes. Ik wil dat graag nadoen, maar het lukt mij met geen mogelijkheid. Meestal ben ik nog verdoofd rond die tijd. Hij was natuurlijk ook een ander persoon, hij dronk bijvoorbeeld niet.Ik schrijf eigenlijk altijd, de hele dag door. Het is het hoofdbestandsdeel van mijn leven. Mijn e-mail laat ik altijd aanstaan tijdens het schrijven. Als het belletje klinkt, moet ik kijken, het is een ziekelijke nieuwsgierigheid. Momenteel ben ik bijvoorbeeld bezig met zware teksten voor een tentoonstelling over de Goelag. Ik moet veel bedrukte en nare verhalen lezen. Zo'n e-mailbericht vormt een fijne onderbreking voor mij.'

Schrijvers koketteren maar met 'waanzin' 

Karin Amatmoekrim zoekt afleiding in een tut- ritueel: 'Het is erg truttig, maar ik ga mijn nagels lakken achter mijn bureau als het schrijven niet wil vlotten. Anders ga ik aan mijn nagelriemen plukken en dat is niet goed. Het lakken helpt mij om te focussen en is tegelijkertijd afleiding. Ik kies voor een felle kleur. Als ik begin met tikken op mijn toetsenbord, dan ziet het eruit alsof ik heel goed bezig ben. Overigens haal ik de nagellak er daarna ook weer af. Ik heb het mannelijke collega's aangeraden, maar daar wordt niet echt op gereageerd. Mijn werkplek staat vol met boeken, notitieblokken en papier. En dus een flesje nagellak.'
Peter Verhelst is de waanzin zat: ’Ik word er telkens een beetje onwel van als schrijvers koketteren met waanzin. Waanzin is een ziekte, is lijden. Dus: mijn schrijfrituelen hebben niets met waanzin te maken, alles met een poging een wal op te werpen tegen alles wat het schrijven op dat moment stoort. Daarom maak ik een tientallen centimeters hoge omwalling van boeken, glazen, uitgerukte bladen, papierproppen. Na elk boek ruim ik de puinhoop op. Meer geks overkomt me niet. Mijn leven is eenvoudig.'

Jelle Brandt Corstius zoekt de schrijfplek waar hij zich goed kan voelen: 'Mijn laatste boek heb ik geschreven in de stacaravan van mijn zus. Dat was heel oncomfortabel: een laag dak, ik zat niet echt lekker. Dat werkt, ik moet me niet te goed voelen als ik schrijf. Ik bedoel geen depressie, maar gewoon, dat je je hoofd af en toe stoot.'

Mijn hondje kijkt toe als ik schrijf

Jan Sieblink is een vroege vogel als het om schrijfrituelen gaat: 'Om zes uur 's ochtends begin ik met schrijven. Mijn hondje Sarah, vernoemd naar jazz-zangeres Sarah Vaughan, heb ik dan al uitgelaten. Zij kijkt toe als ik schrijf. Naast mijn typemachine liggen altijd acht potloden waarmee ik correcties kan aanbrengen. Verder koffie en geen muziek.'
Arjen Lubach is misschien toch wat bijgelovig, hier zijn schrijfritueel: ’Een tijd lang dacht ik dat ik alleen kon werken als ik 's ochtends een banaan had gegeten. Als ze op waren, moest ik naar de supermarkt voordat ik begon te schrijven. Een dag waren de winkels dicht en toen bleek het ook te lukken zonder banaan. Sindsdien ben ik genezen.'
Connie Palmen heeft meer een verklaring voor de vele schrijfrituelen, we verdoezelen zo dat het eigenlijk maar om een ding gaat met schrijven: 'Schrijven is een intens, eenzaam proces. Daarom is het belangrijk om in het verborgene te leven. Je geliefde moet accepteren dat je hem in die periode negeert, dat je je afzondert. Bij schrijf-rituelen denk ik niet aan afwassen, of je pen op een bepaalde manier neerleggen, het gaat om het magische van die eenzaamheid.'
Maarten Biesheuvel heeft geen rituelen, of toch wel? 'Welnee, rituelen, daar doe ik niet aan. Want ik pak gewoon mijn oude Remington schrijfmachine van 18 kilo. Die zet ik op tafel en dan tik ik zonder problemen 24 pagina's op een avond. O ja, frisse lucht, die heb ik ook nodig. Het raam moet dus open.’

Naar aanleiding van een artikel in De Volkskrant http://www.volkskrant.nl/dossier-boekenweek/schrijvers-over-hun-gekte-ik-douche-liever-niet~a3888308/ 

Bron

http://www.volkskrant.nl/dossier-boekenweek/schrijvers-over-hun-gekte-ik-douche-liever-niet~a3888308/

Techniek