Hoe verbeter je je schrijfstijl? - De basis

Een verhaal kan nog zo bijzonder zijn, als de stijl waarin het geschreven is, niet deugt, is het niet om door te komen. Mogelijk dat je verhaal niet wordt uitgelezen. Jammer van de tijd en energie die je erin stak om het te schrijven. Daarom in dit artikel drie tips om je stijl te verbeteren.

Het gaat in de basis hierom: schrijfstijl hangt nauw samen met denk- en voorstellingspeil. Een oppervlakkige denker met weinig opmerkingsgave zal nooit verder komen dan het gebrekkig vertellen van een pover verhaal.

1. Hoe verhoog je je denkpeil?

a. Door alles te lezen wat los en vast zit en de gedachtewereld achter elke tekst te analyseren. Klopt de informatie? Waarom wordt die zó gebracht? Wat moet de tekst bewerkstelligen? Wat doet de tekst met jou persoonlijk? Deze oefening geldt voor zowel literaire als informatieve en wervende teksten,

b. Door te onderzoeken hoe systemen in elkaar zitten en waarom zó. Wat is bijvoorbeeld een pen-gatverbinding en waartoe dient hij? Hoe is het feodaal stelsel ontstaan en wie heeft er baat bij c.q. hinder van? Hoe werkt een bankoverschrijving, een Senseo-apparaat, een perforator, etc.

c. Door de gevonden informatie zo nauwkeurig mogelijk weer te geven in je eigen bewoordingen.

Als je exact weet hoe systemen werken, kun je erover schrijven. Op deze basis - door het systeem van binnenuit te kennen - konden mensen als Eduard Douwes Dekker, Aletta Jacobs, Nynke van Hichtum en Salman Rushdie hun klassiekers schrijven.

2. Hoe verhoog je je voorstellingspeil?

a. Door nieuwe impulsen te aanvaarden. Neem bijvoorbeeld, als je kinderloos bent, een klein kind op schoot - vraag eerst toestemming aan de ouders! -: wat doet dat met je? Of loop een kilometer op houten klompen. Bezoek een plaats waar je nog nooit geweest bent, of waar je afkeer tegen hebt. Kleed je als iemand uit een andere cultuur en ga boodschappen doen.

b. Door je zintuigen nieuwe ervaringen te laten opdoen. Hoe smaakt alcoholvrij bier? Hoe ziet een menselijke lever eruit? Wat voor geluid maakt een duif nu echt en klinkt dat ’s avonds anders dan ’s ochtends? Zo ja: hoe komt dat? Welk gevoel ervaar je als je je trouwring niet meer afkrijgt? Hoe ruikt het in het huis van de buren?

c. Door ook hier je bevindingen zo nauwkeurig mogelijk te verwoorden.

Je eigen nieuwe ervaringen kun je verplaatsen naar de personages in je verhaal, en je kunt ze in een doorleefde verteltrant verwerken als motief of verhaalconflict.

3. Blijf dicht bij jezelf

De basis van je schrijfstijl is het woordgebruik dat je van je oorspronkelijke sociale omgeving hebt meegekregen. Let op: élke sociale omgeving is geschikt voor het schrijven van een goed verhaal. Verloochen je afkomst dus niet door bijvoorbeeld ‘deftig’, ‘kunstzinnig’ of ‘boers’ te gaan schrijven als je niet uit een deftig, kunstzinnig of boers milieu komt. Het zal onnatuurlijk aandoen, en dat komt je verhaal niet ten goede. Wees authentiek.

Elke sociale omgeving heeft zijn eigen rijkdom. Ga daarnaar op zoek, spit de schatten naar boven en geef ze woorden die verenigbaar zijn met de setting. Dit wil dus zeggen: werk in de basis van binnenuit, vanuit jezelf, je eigen taalmodus. Dat is de bronkracht van je eigen stijl.

Bovenstaande laat overigens onverlet dat het je plicht - als schrijver! - is om je zodanig te ontwikkelen dat je óók van afstand naar de eigen, bekende situatie kijken kunt, en deze omzetten tot verhalen in niéuwe bewoordingen. Daarvoor dienen de oefeningen, zoals in tip 1 en 2 gegeven.

In het volgende artikel gaan we in op het praktisch woordgebruik dat je schrijfstijl optimaliseert.

Door Thérèse Major 

Thérèse Major is auteur en schrijfcoach. Haar werk verscheen bij o.a. de uitgeverijen Querido en Nieuw Amsterdam. Bij Schrijven Online verzorgt zij de cursus Literair proza schrijven, kun je dat leren? en Ieder kind kan verhalen schrijven. In de Taalwerkplaats Drenthe organiseert zij o.a. elke eerste zondag van de maand een Schrijverscafé

Techniek