Een Young Adult Fantasy boek schrijven: zo doet Rani de Vadder het

Rani de Vadder (1999) heeft altijd al de motivatie gehad om fantasieboeken te schrijven. Haar YA-Fantasy debuut Toxine kwam begin 2020 uit en sindsdien heeft ze al zes boeken geschreven, waarvan twee jeugdboeken. Fantasie trekt haar erg aan, omdat ze bij fantasie heel vrij is om te beslissen. “Ik vind het leuk om een hele nieuwe wereld te verzinnen en mensen daarin te laten wegdromen”, zegt ze.

Boodschap voor jongeren

De Vadder vindt het belangrijk dat een YA-Fantasy boek toegankelijk is voor jongeren. “Een YA-Fantasy boek hoeft geen zware high fantasy te zijn, want je wil juist jongere mensen aanzetten tot lezen. Een boek moet vooral plezier en ontspanning brengen, maar ik vind wel dat er een boodschap moet inzitten. Jongeren moeten zich ergens in kunnen vinden of er iets van kunnen leren.”

Daarom behandelt De Vadder boekthema’s die voor jongeren belangrijk zijn. Zowel in Toxine als haar nieuwe duologie de Gifgenoten ligt de focus erg op transformatie. In haar boeken spelen slangen een grote rol. Zij staan voor transformatie, omdat ze altijd vervellen. Daarnaast transformeren haar personages; het zijn vaak mensen die zichzelf nog moeten accepteren en nog moeten groeien. “In bijvoorbeeld Toxine worstelt de hoofdpersoon Khala met de gaven die zij heeft, maar ze leert dat er ook positieve kanten aan zijn. Door heel het boek leert ze zichzelf accepteren”, vertelt De Vadder. “Transformeren is voor mij ook een heel belangrijk thema, omdat ik ook onzeker was en mezelf heb leren accepteren zoals ik ben.”

Diversiteit is ook een thema waar ze veel aandacht aan besteed. “In mijn jeugdboek Draco ligt de focus op jezelf accepteren en anderen accepteren zoals ze zijn. Het hoofdpersonage leert dat alle draken niet echt verschillend zijn, ook al hebben ze een andere kleur of komen ze uit een ander drakenland.” Ze vindt het belangrijk om die boodschap aan kinderen mee te geven en wil met haar jeugdboeken kinderen stimuleren om te blijven dromen en geloven in fantasie.

Balans tussen publiek van YA-Fantasy

Het moeilijkste aan YA-Fantasy boeken schrijven vindt ze de balans tussen beide partijen van haar publiek. “Mijn boeken zijn bedoeld voor Fantasy lezers, maar tegelijkertijd wil ik ook dat ze toegankelijk zijn voor mensen die het genre voor de eerste keer oppakken of er nog niet zo mee bekend zijn”, legt De Vadder uit. Enerzijds heeft ze een publiek dat kritisch naar de tekst kijkt en het soms te simpel vindt. Anderzijds hoort ze van lezers die dat goed vinden, omdat ze het juist daardoor makkelijk kunnen doorlezen. In de hoop om beide partijen tevreden te stellen heeft ze in het eerste deel van haar duologie (de Gifgave) iets minder duidelijk uitgelegd hoe de wereld in elkaar zit. In het tweede deel gaat ze daar dieper op in. “Zo krijgen degenen die vonden dat het iets te simpel was toch alle vertellingen. Degenen die het wel fijn vonden dat het simpel was, zijn dan al iets bekender met de wereld en kunnen beter met alles mee”, zegt De Vadder.

Afbeelding

Rani De Vadder

Duologie schrijven

Het is de eerste keer dat De Vadder een duologie heeft geschreven. “Je moet echt de balans zien te vinden tussen hoe je het eerste deel interessant genoeg maakt voor mensen om het tweede deel te willen lezen en hoe je de juiste hoeveelheid informatie meegeeft in het eerste boek”, zegt ze. Het tweede deel, de Beenderband, komt 16 november uit. “Ik vind het wel spannend, omdat ik toch een beetje bang was dat mijn schrijfstijl al iets veranderd was. Gelukkig heb ik de twee delen heel snel achter elkaar geschreven. Ik hoop echt dat mensen die de Beenderband lezen de Gifgave erin kunnen herkennen.”

Tip voor een YA-Fantasy boek schrijven

Voor schrijvers die het lastig vinden om te beginnen met het schrijven van een YA-Fantasy boek heeft De Vadder nog een tip: “Veel mensen schrijven niet zolang ze geen plot uitgewerkt hebben, maar je hoeft niet meteen een moeilijke wereld te bedenken. Laat gewoon iets van fantasie in je verhaal voorkomen. Ik begin op gevoel en kijk waar het naartoe gaat. Het maakt dan niet uit of dingen anders lopen dan verwacht. Als je na vijf hoofdstukken vastloopt, heb je toch iets op papier.”