Afbeelding

Ouderwets papier met geschreven tekst in cursief

Michal Jarmoluk // Pixabay

Script schrijven; verschillen script voor een film of voor een toneelstuk

Je zou zeggen dat de vormgeving van een script altijd hetzelfde is. Was dat maar zo, dat zou het leven van een scriptschrijver een stuk makkelijker maken. Er zijn veel verschillen tussen een script voor op de planken en een script voor op camera, hoe ga je daarmee om?

Kiezen wat je schrijft

Voordat je ook maar één woord schrijft, moet de keuze al gemaakt worden. Maak je een script voor een toneelstuk of voor een film of serie? Hierbij moet je denken aan wat de doelgroep zou willen; welke directe interactie met de kijker/lezer wil je en welk perspectief werkt het beste? Denk ook aan de impact die je wilt hebben; is de impact over te brengen op beeld, of is het beter om een publiek te hebben?

De locaties zijn ook belangrijk. Is het verhaal te vertellen op één locatie of beweegt een persoon door verschillende plekken? Hoe realistisch is het om dit op het toneel te krijgen? Is het mogelijk om op beeld te krijgen? Gebruik je fantasie.

Denk ook aan je acteurs en de verwachtingen die je van hen hebt. Wil je een cast die goed is voor op het doek, of voor het toneel? Niet alle acteurs kunnen beide. Een acteur voor een toneelstuk moet live het publiek met zich mee kunnen brengen, terwijl een acteur voor in een film niet cameraschuw moet zijn.

Regels op papier

De vormgeving van een script voor een film en die voor een toneelstuk lijken veel op elkaar als je ze voor het eerst naast elkaar ziet. De verschillen zitten vaak in de details.

Belangrijk bij de vormgeving van een toneelscript:

  • Aan het begin van iedere scène staat van welke act en welke scène het is.
  • Bij het begin van een scène omschrijf je zo precies mogelijk waar de personages zijn, wat is te zien op het toneel en wat er te horen is. Gebruik je zintuigen!
  • Namen van de personages staan aan de linkerkant van de pagina’s en zijn dikgedrukt.  Gebruik daarna de tab-knop en begin met het schrijven van de dialoog.
  • Als een personage iets doet tijdens de dialoog, staat dit tussen haakjes, schuingedrukt en is de naam van het personage in hoofdletters geschreven.
  • Andere acties staan op een nieuwe regel, schuingedrukt en personages in hoofdletters.

Voorbeeld:

ACT 1                 SCÈNE 1

Het is een week voor de meivakantie, een vriendengroep wil voor hun laatste vakantie als middelbare scholieren graag iets doen als vriendengroep. Ze zitten in een grasveld dicht bij de school, de grond is iets vochtig en de zon schijnt. De groep zit op een kleedje te picknicken. Ieder heeft iets te eten of drinken meegenomen.

NOËL:               Leuk dat jullie willen gaan wandelen (NOËL houdt zijn krukken

                      omhoog), maar dat wordt een hele moeilijke.

NOËL zucht, pakt een pakje sigaretten uit zijn jaszak, en steekt een sigaret aan.

Belangrijk bij de vormgeving van script voor op beeld

  • Bovenaan de scène zet je welke scène het is, of deze zich binnen of buiten afspeelt en de locatie. Ook benoem je of het dag of nacht is.
  • Je omschrijft wat er gebeurt, dit staat niet schuingedrukt. Gebruik opnieuw je zintuigen.
  • De naam van je personage staat iets af van het midden, dikgedrukt
  • Direct daaronder staat de dialoog, één keer de tab-knop gebruiken
  • Bij het begin en einde scène zet je wat er met de camera gebeurt (fade-in, fade-out, cut to, etc.) Bij het begin gaat dit linksboven, bij het einde rechtsonder.

Voorbeeld:

Cut to:

1.           INT. ZIEKENHUIS / PRIVÉ PATIËNTENKAMER – DAG

              Jane ligt in het ziekenhuisbed, Lily kijkt om zich heen en doet voorzichtig

              de deur open. Jane kijkt wazig om zich heen, de uitwerkende narcose

              maakt haar zweverig.

                                            JANE

                     Lily!!! Je bent er!

              Jane kijkt zweverig en verliefd naar Lily. Lily kijkt paniekerig

              en met grote ogen, bang om gezien te worden.

Einddoel

Het punt waar je uiteindelijk wilt komen, is het script zo duidelijk mogelijk maken voor je lezer. Je hebt zelf een bepaald beeld voor ogen wanneer je een scène schrijft. Daarbij moet je ervoor zorgen dat je niet te veel vragen oproept bij de lezer. Uiteindelijk wil je toch dat jouw stuk zo direct mogelijk vanuit je gedachten een werkelijkheid wordt.