Afbeelding

Geef je personages levendige dialogen

Ze zijn onmisbaar en creëren een bepaalde sfeer en afwisseling in je verhaal. Wil jij de dialogen in je verhaal verbeteren en levendiger maken, lees dan de volgende tips.

Luister en kijk naar je omgeving

Je bent je er waarschijnlijk niet altijd van bewust, maar je voert dagelijks dialogen met iemand in je omgeving. Observeer en luister naar de mensen in je kring. Ga in een café of restaurant zitten en luister hoe mensen dialogen voeren en maak hiervan aantekeningen. Je kunt ook overwegen om het hele gesprek uit te schrijven. Het gesprek hoeft niet interessant te zijn, je moet enkel luisteren en kijken naar de manier waarop de dialogen gevoerd worden. Net als het gesprek in een café moet de dialoog tussen je personages levendig en vlot zijn. Tussendoor kun je wat woorden of zinnen toevoegen of verwijderen.

Mocht je het vreemd vinden om andermans gesprekken ‘af te luisteren’, dan kun je naar series of films kijken. Ze werken net zo goed. Zorg er wel voor dat je naar een goede film kijkt, met acteurs die overtuigende dialogen voeren. Je hebt niets aan dialogen als een acteur slecht acteert. Een andere mogelijkheid is het grijpen naar het vertrouwde boek. Kijk welk boek je zo fijn vond om te lezen om zijn dialogen. Op wat voor manier waren de dialogen geschreven en opgebouwd.

Het observeren en kijken naar mensen en hun emoties kunnen je ook helpen om de dialogen een emotionele sfeer te geven zodat ze niet droog en saai klinken. Bovendien helpt een dergelijke dialoog om een band te scheppen tussen je lezer en het personage.

Zorg voor afwisseling tussen het narratieve -en dialooggedeelte

Dialogen geven vaart aan je verhaal en zijn een fijne afwisseling met het narratieve stuk. Door dialogen te gebruiken laat je aan je lezers zien hoe je personages zijn. Ze moeten realistisch en vlot zijn, net als de gesprekken die jij hebt afgeluisterd. Zorg ervoor dat er een evenwichtige balans is tussen het narratieve deel en het dialoog gedeelte in je verhaal. Het een mag het ander niet overschaduwen.

Schrijf passende dialogen voor je personages

Als je een verhaal schrijft over twee volwassen vrienden, ga je hen geen dialogen geven die bij tieners horen. Schrijf je echter een chicklit die gaat over twee tienermeiden, dan kun je gerust in een informele taal schrijven waarbij je woorden gebruikt die jongeren uitspreken. Je kunt uitzoeken welke woorden tegenwoordig populair zijn bij de jeugd of het je kinderen, nichtjes of neefjes vragen. Zorg er wel voor dat het gesprek past bij het niveau en karakters van je personages. Hier kunnen karakterdossiers goed bij helpen.

Vermijd ‘onnodig geklets–dialogen’

Vermijd standaard ‘hoe-gaat-het-met-je’ zinnen en onnodig gekeuvel. Het doel van dialogen is om aan de hand van een gesprek actie en spanning te creëren. Tot slot verwijder je de dialogen die niets bijdragen aan de plot. Zorg er ook voor dat je niet te veel weggeeft van het verhaal met jouw dialogen. Je lezer hoeft niet in een keer alle feiten te weten. Dit moet geleidelijk gebeuren. Als je de dialogen in je verhaal af hebt, oefen het dan met iemand samen en kijk of het natuurlijk en vlot klinkt.