Afbeelding

Stoel op een verlaten plek met schijnwerper

Foto: Pixabay

4 onmisbare kenmerken van een dystopische wereld

Denken en leven zoals de staat dat wil, van het moment dat je wakker wordt tot het moment dat je in slaap valt in de gaten gehouden worden en elke seconde van de dag in angst moeten leven. Zo ziet het leven van Winston Smith, medewerker bij het Ministerie van Waarheid, eruit in de dystopische roman 1984 van George Orwell.

Maar hoe beschrijf je nu zelf zo’n dystopische wereld? Hieronder laten wij je vier kenmerken zien die écht in jouw dystopische wereld thuishoren.


1. Utopie? Of toch dystopie?

De lijn tussen een dystopie en een utopie is erg dun, maar toch zijn er verschillen. Een utopie is een perfecte wereld, een plek waar mensen graag willen wonen, terwijl een dystopie juist het tegenovergestelde is. Vaak wordt een dystopie verhuld als een utopie, waar alles werkt en iedereen de regels gehoorzaamt. Het regeringssysteem lijkt perfect. Maar als je beter kijkt, zie je dat het achter de schermen toch niet zo mooi is als het lijkt.

Meer weten wat een verhaal een dystopie maakt? Klik dan hier.

2. Extreme politiek

De basis van een dystopisch verhaal is een extreme politieke invloed. Misschien beslist de overheid wel hoe jij je leven moet leiden zoals in Matched. Ze beslissen met wie je gaat trouwen, hoeveel kinderen je mag krijgen en wanneer je doodgaat. Overtreed je deze regels? Dan zak je in rank en verlies je een aantal belangrijke rechten zoals mogen trouwen. Of misschien word je in een bepaalde groep geplaatst op basis van je persoonlijkheid net als in Divergent. De machthebber probeert hier een ideale wereld te creëren waarin iedereen in een hokje van één karaktereigenschap; vriendschap, zelfverloochening, oprechtheid, onverschrokkenheid en eruditie. Als je binnen meerdere van deze hokjes past dan ben je Divergent, oftewel Afwijkend. Afwijkenden passen niet in het ideaalbeeld, en dus moeten deze uitgeroeid worden. Dit zijn scenario’s die tegenwoordig eigenlijk niet voor kunnen komen, maar misschien over duizend jaar wel. Bedenk van tevoren wel hoe je wereld in elkaar zit en hoe dit tot stand is gekomen, om fouten in het verhaal te voorkomen.

3. Angst als machtsmiddel

Angst is een belangrijk middel dat vaak wordt gebruikt door schrijvers binnen het dystopische genre. Doordat de machthebbers de mensen bang maken, kunnen ze de bevolking makkelijk iets laten doen of juist ervan weerhouden om iets te doen. Die angst is vaak ook de reden dat de hoofdpersoon in opstand komt.

Je moet die angst wel opbouwen. In het begin moet het verhaal nog steeds een utopie lijken, waar de lezer tussen de regels door een paar kleine vraagtekens kan plaatsen over de wereld. Later kun je geleidelijk meer problemen en ontdekkingen naar boven halen, om het verhaal meer diepte en spanning te geven.

4. Geen individu, maar een groep

In een dystopische wereld worden mensen niet meer gezien als personen, maar in één of meerdere groepen geplaatst. Je kunt het een beetje vergelijken met een kudde schapen. Je ziet niet elk schaap apart, maar juist een hele kudde. De menselijkheid van de bevolking wordt uitgewist waardoor er een afstand komt tussen autoriteit en bevolking.

Door die afstand wordt het makkelijker om drastischere maatregelen te nemen. Tien mensen vermoorden om de samenleving ‘perfect’ te houden? Geen probleem in een dystopische wereld.