Image

Zo schrijf je een gedicht dat de lezer raakt

Toegankelijkheid en meerduidigheid staan vaak op gespannen voet met elkaar, maar sluiten elkaar niet uit. Beginnende dichters die zich op toegankelijkheid concentreren, slaan een gedicht vaak dood, omdat ze het behandelen als een essay of, erger nog, een pamflet en denken dat het einde een conclusie moet bevatten. 

Door Ellen Deckwitz

Esther Jansma, een van mijn poëzieleermeesters, leerde me dat een gedicht vaak waardevoller en meerlagig wordt, meer ruimte geeft aan de lezer om zijn eigen woorden en gedachten te vinden, als je simpelweg de laatste twee regels eruit sloopt. Want poëzie is communicatie, maar draait niet om het overbrengen van jouw boodschap, maar om het aanraken van wat er bij de lezer vanbinnen besloten ligt.

Bij mij begint een gedicht soms vanuit een gedachte of een bepaald beeld. Vervolgens ga ik mezelf net zo lang tegenspreken tot het geloofwaardig klinkt wat ik zeg. Zodat je bij eerste lezing denkt: dit is prachtig! En pas in tweede instantie denkt: hm, er zitten een paar valluikjes in. Zoals bij mijn dichtregels “Mijn rug begon te jeuken, ik dacht // nu komen vast mijn vleugels door”. Dat is een gedicht over iemand die een ander laat verdrinken, maar als ik het voorlees, zegt iedereen: “O, wat mooi!” 

Het hele artikel lezen? Je vindt het in het komende nummer van Schrijven Magazine. Abonnees krijgen dit nummer omstreeks 2 augustus in de brievenbus.

Ben je nog geen abonnee? Neem vóór maandag 22 juli 16:00 u. een abonnement, dan mis je dit nummer niet!

Korting + cadeaus           Korting + het boek Je levensverhaal schrijven