Afbeelding

Het is een van de lastigste kwesties in onze taal: wanneer gebruik je hen en wanneer hun? Weet jij het altijd? Doe de Van Dale-test.
1 hun - het is hier meewerkend voorwerp (je kunt er ‘aan’ bij denken)
2 hen - het is hier lijdend voorwerp
3 hen - na een voorzetsel (aan) gebruik je hen
4 hun - het is hier meewerkend voorwerp (je kunt er ‘aan’ bij denken)
5 hen - het is hier lijdend voorwerp.
6 hun - het is hier meewerkend voorwerp (je kunt er ‘voor’ bij denken)
7 hun - het is hier meewerkend voorwerp (je kunt er ‘voor’ bij denken)
8 hen - het is hier lijdend voorwerp.
9 hun - het is hier meewerkend voorwerp (je kunt er ‘aan’ bij denken)
10 hen - na een voorzetsel (dankzij) gebruik je hen
Log in op Dikke Van Dale Online en/of Hedendaags Nederlands en krijg binnen no time het juiste antwoord op je taalvraag. Je vindt de betekenis van elk woord in het Nederlands, de juiste spelling, morfologie en (hoorbare!) uitspraak. Ook heb je automatisch toegang tot Synoniemen Online en de Van Dale App voor mobiel en tablet.
Altijd en overal je onlinewoordenboek bij de hand!
Abonnees profiteren van extra voordelen.
Elk nummer een nieuw schrijfthema.
55% korting voor abonnees van Schrijven Magazine!
Door ervaren, professionele redacteuren. Goed én betaalbaar!