Start » Nieuws » Straattaal in je verhaal verwerken: hoe doe je dat?

Straattaal in je verhaal verwerken: hoe doe je dat?

11 Maart 2019

Je wil een verhaal schrijven waarbij één van je personages, of misschien zelfs je hoofdpersoon, straattaal gebruikt. Dit kan zijn omdat ze jong zijn, of in een bepaalde buurt zijn opgegroeid. Hoe zorg je er dan voor dat je personage geloofwaardig blijft? We geven je drie tips over hoe je dit het beste kan aanpakken.

1. Leer de woorden kennen

Niets is als puber frustrerender dan als je ouders gaan doen alsof je ze jouw taalgebruik begrijpen. Deze frustratie wil je in je boek natuurlijk niet meenemen, want dan zal het snel weggelegd worden. Voordat je dus woorden gaat gebruiken zoals fittie, patta en brokko (ruzie/gevecht, schoenen, heel hard lachen/ ‘stuk gaan’), is het dus wel goed als je daadwerkelijk weet waar je over schrijft. Ga daarom naar een zogeheten straattaalwoordenboek zoals die van Dutchmultimedia.nl . Zo weet je precies waar je het over hebt, en kun je voortaan met een gerust hart schrijven over je hoofdpersoon die een rijke tata (patser/ rijk persoon) is.

2. Overdrijf niet

Als je goed luistert naar de straattaal die tieners tegenwoordig in hun zinnen verwerken, is je vast al opgevallen dat er voor bijna ieder Nederlands woord wel een straatwoord is. Toch is het belangrijk om in gedachte te houden dat je niet helemaal over moet gaan naar straattaal. Vaak verschilt het namelijk per persoon welke woorden je wel en niet gebruikt. Als je dan alleen maar in straattaal gaat praten krijg je de kans dat je overkomt als een soort straattaal generator, en is de geloofwaardigheid van je personage er vanaf.

3. Ga op onderzoek uit

Last but not least, de belangrijkste tip van deze drie: ga op onderzoek uit. Er is niemand die jou beter kan vertellen wat de nieuwste straatwoorden zijn dan de tiener die met zijn vrienden voor de supermarkt staat. Door hun taalgebruik te observeren kun je precies horen hoe vaak er ongeveer straattaal gebruikt wordt in een zin, en wanneer ze voor het ouderwetse ABN kiezen. Dit is ook een goede manier om je aan tip 3 te houden: overdrijf niet.

Heb jij deze drie tips gevolgd? Dan is de kans groot dat je vanaf nu weet hoe je jouw personage het beste in ‘straattaal’ kan laten praten. Dus als je personage wiet moet hebben, gaat hij gewoon op zoek naar ganja. En als je hoofdpersoon moet lachen zeg je gewoon brokko.

Bron foto: Pixabay

Door Sanne van Veen

« terug naar het nieuwsoverzicht

Gerelateerd nieuws:

- Beter leren schrijven? Lees Schrijven Magazine!
- Geliked of geliket? Zo vervoeg je Engelse leenwerkwoorden
- Gebruik je stopwoorden in je teksten? Ontdek het met deze tool
- Synoniemen: andere woorden om hetzelfde te zeggen?


Schrijven

Iedere week het beste van Schrijven Online in je inbox? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief. Boordevol nieuws, tips, aanbiedingen en winacties!

Schrijf je in!
  • De grootste uitdaging voor iedere schrijver: de erotische scène
  • Zo repareer je een haperend plot
  • 8 manieren om taalvouten te voorkomen
  • De 10 schrijfregels van Carolina Trujillo en Henk van Straten
  • Je debuutroman schrijven in New York, Bert Moerman deed het
  • Schrijftips van bestseller auteur Abdelkader Benali
  • Alles wat je moet weten over het schrijven van dialogen
  • De schrijfgeheimen van Ingmar Heytze
  • Waar let een bureauredacteur op?
  • Een nieuwe editie van ons literaire katern Alice met daarin o.a. de winnaars van onze schrijfwedstrijd 'De Bruiloft'

Als je je aanmeldt vóór maandag 25 maart 16:00 u. krijg je dit nummer thuis!

MELD JE AAN