Internationale Dag van het Kinderboek: 7 tips voor het schrijven van een kinderboek

Volgende week woensdag (5 oktober) begint de Kinderboekenweek 2016. In deze week worden er door heel Nederland activiteiten georganiseerd ter promotie van Nederlandse kinderboeken. Wil jij ook een kinderboek gaan schrijven, of ben je daarmee bezig? We geven je 7 tips voor het schrijven van een kinderboek.

1. Bepaal de leeftijd van je doelgroep

De doelgroep van een verhaal is één van de belangrijkste aandachtspunten, vooral bij kinderboeken. Er zit een wereld van verschil tussen schrijven voor kinderen van 6 tot 9 jaar en schrijven voor kinderen van 10 tot 12 jaar. Verdiep je in de belevingswereld van kinderen waar je voor gaat schrijven en wees consequent in je schrijfstijl. 

2. Kies een herkenbaar hoofdpersonage

Stem de leeftijd van jouw hoofdpersonage af met de leeftijdscategorie waar je voor schrijft. Schrijf je voor 8-jarigen? Laat jouw hoofdpersonage dan ook 8 zijn, of net iets ouder. Een personage van 15 jaar werkt bijvoorbeeld ook goed in een verhaal voor 12-jarigen. Doe onderzoek naar hoe een kind van die leeftijd zich gedraagt, hoe het denkt, wat er in zijn levensfase gebeurt.

3. Houd het verhaal hedendaags

Zorg dat je verhaal zich in de huidige tijd afspeelt, tenzij je specifiek en met goede reden voor een andere setting kiest (zoals de middeleeuwen). Vooral jonge kinderen leven in het nu en voelen een klik met herkenbare onderwerpen en ervaringen. Kies dus voor een plot uit deze tijd met personages die een hedendaagse uitstraling hebben.


4. Wees helder en letterlijk

Houd je taalgebruik concreet. Waar je bij proza voor volwassenen de lezer aan het denken moet zetten, moet je bij kinderboeken de lezers juist duidelijk vertellen wat er gebeurt en wat daarvan het gevolg is. Zorg dat je omschrijvingen direct aanspreken op één van de vijf zintuigen om het kind een zo levendig mogelijk verhaal te geven.

5. Gebruik veel dialoog

In kinderboeken kun je het karakter van je personages goed naar voren laten komen met hun eigen gesproken woorden. Het helpt kinderen ook om een scène voor zich te zien. Ook voor ouders of leraren is dit prettig, omdat kinderboeken vaak voorgelezen worden.


6. Pas je taalgebruik aan

Misschien vanzelfsprekend, maar als je voor kinderen schrijft moet je rekening houden met hun taalniveau. Doe onderzoek naar de woordenschat bij je doelgroep en zoek uit welke woorden passen bij hun belevingswereld. Kinderen houden ook van korte zinnen, dit lees prettig en voorkomt dat ze de draad kwijtraken.

7. Schrijf zoveel mogelijk actief

Kinderen houden van makkelijk lezende zinnen die iets beschrijven wat ze voor zich kunnen zien. Gebruik, als het even kan, de actieve vorm in plaats van de passieve vorm. 
Dus in plaats van: ‘De traktaties werden door Julia uitgedeeld.’, gebruik je: ‘Julia deelde de trakties uit.’