Deze 7 fouten maken beginnende kinderboekenschrijvers

Veel schrijvers onderschatten het schrijven van een kinderboek. Hoe moeilijk kan het zijn? Je schrijft een verhaal in makkelijke taal en klaar is Kees. Niets is minder waar! Deze fouten wil jij als beginnende kinderboekenschrijver in ieder geval niet maken:

1. De hoofdpersoon te weinig invloed geven

We beginnen meteen met de gevaarlijkste fout. Je geeft de hoofdpersoon te weinig invloed op hun eigen verhaal. Het is immers een kind, anderen kunnen veel beter het probleem oplossen. Hoewel dat in de werkelijkheid klopt, is het voor een kinderboek een doodzonde. Het hoofdpersonage moet keuzes maken, risico’s nemen, vallen en opstaan en uiteindelijk het probleem oplossen. Dat hoeven ze niet helemaal alleen te doen, maar niemand moet het probleem zomaar oplossen.

2. Alles willen uitleggen

Kinderen begrijpen meer dan je denkt en kunnen vaak al best tussen de regels lezen. Je hoeft niet de emoties, de wereld of je moraal uit te leggen. Als je prekerig overkomt, zullen kinderen je verhaal niet leuk vinden. Vertrouw erop dat kinderen van de leeftijdsgroep waarvoor je schrijft, een bepaald niveau hebben.

3. Verkeerde leeftijd kiezen

Over het kiezen van een leeftijd gesproken. Ook dat is een belangrijke stap, waar velen de mist in gaan. Kies je verkeerd, dan past je schrijfstijl niet bij de doelgroep. Je taalgebruik is te moeilijk of te makkelijk, de onderwerpen net te kinderlijk of te volwassen voor ze. Twijfel je welke leeftijd past bij jouw boek? Zoek de doelgroep op? Test het boekidee of een stuk tekst op ze uit en kijk hoe ze reageren.

4. Geen echte conflicten durven schrijven

Elk boek heeft conflict nodig, ook kinderboeken. Zoals je ziet in het artikel over trends in jeugdboeken, kunnen kinderen veel hebben. Ze zijn gek op horror, mysterie en zware onderwerpen om een reden: het geeft spanning en conflict. Maak je dus geen zorgen dat kinderen een specifiek onderwerp niet aankunnen. 9 van de 10 keer onderschat je namelijk je lezer.

5. Geen moeilijke woorden durven te gebruiken

Veel schrijvers hebben ook de neiging om lastige woorden te vermijden. Wat als de lezer het niet snapt? Ook daarin hoef je de lezer niet te onderschatten. Het is juist goed als een kind moet nadenken over de context of een woord moet opzoeken. Dat is hoe het leesniveau beter wordt! Dus: gebruik af en toe moeilijke woorden.

6. Verkeerde humor kiezen

Humor is erg belangrijk in kinderboeken. Wat voor humor, is nogal afhankelijk van de leeftijd. Jongere kinderen zullen slagroomtaarthumor waarderen (slapstick-achtige grappen zoals het gooien van een taart in iemands gezicht). Oudere kinderen vinden ironie weer fantastisch. Iets wat je niet moet doen: humor schrijven die jij als volwassenen grappig vindt. Dan sla je altijd de plank mis.

7. Trends achternalopen

Hoewel we in deze editie van Plus ook trends in jeugdboeken delen, geven we het nog een keer mee. Wees je ervan bewust en gebruik het in je voordeel. Maar loop er niet blind achterna. Als je boek een mengelmoes wordt van elementen die in andere boeken populair waren, mist je boek een hart. En kinderen (en uitgeverijen) zullen dat merken.