De meest opvallende UKV's van deze week

In de Facebookgroep Schrijven Magazine: Ultrakorte Verhalen kunnen schrijvers de uitdaging aangaan om een ultrakort verhaal te schrijven: 99 woorden of minder. Deze 5 verhalen of gedichten waren de leukste, beste of anderszins meest opvallende die deze week gedeeld zijn. Ook zetten we het verhaal met de meeste likes in de spotlight. Deze week is dat Mechtilde Meijer met RIJBEWIJS.

Mechtilde Meijer – RIJBEWIJS

22 augustus

“Pap, waarom ga je achterin zitten? Kom naast me zitten. Ik vind het al supercool dat ik nu voor het eerst in jouw auto mag rijden.” Met opgetrokken wenkbrauwen staat hij bij het open portier.
“Nee jongen, ik zit hier prima. Ik ga na al die jaren eens iets terugdoen voor je. Ik ga lekker trappelen tegen je stoel, ik zeur om snoepjes en ik ga drie keer per minuut vragen of we er nog niet zijn. Rijden maar!”

Cora van B – Woordloos

19 augustus

Het kind dat geen woorden heeft, zoemt in de zon.
We wandelen in het park, op weg naar de glijbaan. Hij lacht als we langs het bloemperk lopen, klapt in zijn handen, streelt de rozen met zijn voeten. Pakt de hand van een voorbijganger, wijst naar de bloemen.
De man vloekt: ‘Hou je handen thuis, etterbak en blijf met je poten van die rozen af, klootzak.’ Verwijtend naar mij:’ Kinderen worden niet meer opgevoed tegenwoordig.’

Altijd leg ik uit waarom het kind doet wat het doet.
Vandaag verstar ik.

Willem Olierook – ONTMOETING

18 augustus

Hij zit op een muurtje en staart naar z’n voeten. Althans, hij kijkt naar beneden waar zijn schoenen traag rondjes draaien als een marionet waarvan de poppenspeler nog wat aan het oefenen is.
Gek dat ik die associatie leg, terwijl ik toch in geen eeuwigheid iemand dat beroep heb zien uitoefenen. Maar dat terzijde.
Ik loop langs hem heen en kijk hem van opzij aan. Onze blikken treffen elkaar. Ik stop.
Twee mannen op een muurtje.
“Waar denk je aan?”, is de vraag die ik helemaal niet wil stellen.
“Aan jou”, is het antwoord dat ik nooit had verwacht.

Stephanie Franssen – Knalfuif

20 augustus

Het geroezemoes valt even stil als we op de bitterballen aanvallen.
Opeens schalt er een knetterende wind door de woonkamer.
‘Harde scheetjes stinken niet.’ Zegt mijn jongste zoon met een grote grijns op zijn gezicht. Er wordt besmuikt gegrinnikt.
Zenuwachtig veer ik op en pak de nog volle kom met ballen. ‘Ik mik snel nog even een nieuwe portie snacks in de frietpan!’ roep ik en vlucht de keuken in.
Voordat ik de deur achter me dichttrek hoor ik nog net mijn jongste en allerliefste vol trots zeggen: 'Mijn mama kan dat supergoed.'

Hélène Willems

21 augustus

‘Dus je hebt de cursus afgerond?’
‘Ja.’
‘En denk je dat het werkt?’
‘Ik hoop het. Vanavond ga ik in ieder geval mijn opgedane kennis toepassen.’
‘Op jezelf mag ik hopen.’
‘Jij hebt toch geen slaapprobleem.’
‘Nee, gelukkig niet.’
‘En daarbij komt dat ik de technieken helemaal niet op jou kan toepassen.’
‘Hoezo niet?’
‘Het was een cursus zelfhypnose.’
‘Dus je gaat jezelf in slaap hypnotiseren?’
‘Daar komt het wel op neer.’
‘En als je niet wakker wordt?’
‘Dat komt in de vervolgcursus pas aan de orde.’