Zo til je je manuscript naar een hoger niveau

Jarenlang heb je hard gewerkt aan je manuscript. Nu is het tijd om een professional ernaar te laten kijken. Kan je manuscript naar een hoger niveau? Schrijfcoach en redacteur Esther Jacobs geeft praktische tips voor schrijvers die hun boek willen laten groeien. 

Het inleveren van je manuscript voor een beoordeling is een spannende stap. Je hebt hard gewerkt, je ideeën op papier gezet, en nu komt het moment dat iemand anders er iets van gaat vinden. Zal je verhaal raken? Of mist er nog iets essentieels? Als redacteur en schrijfcoach heb ik honderden manuscripten beoordeeld en met auteurs samengewerkt. Sommige verhalen grijpen je meteen, andere laten je achter met vragen. Maar één ding hebben ze gemeen: elk manuscript kan groeien. In dit artikel deel ik mijn ervaringen: de meest voorkomende valkuilen, verrassingen en de lessen die iedere schrijver zou moeten kennen. Benieuwd of jouw manuscript klaar is voor de volgende stap? 

1. De onzichtbare auteur: durf jezelf te laten zien 

Veel manuscripten voelen alsof de schrijver zichzelf heeft verstopt. De tekst is zakelijk, droog of schoolboekachtig en mist een persoonlijke touch. Dat is zonde, want juist jouw unieke verhaal en motivatie geven het boek kleur. 

Wat motiveerde je om dit boek te schrijven? Welke persoonlijke ervaringen hebben ervoor gezorgd dat jij hierover schrijft? Door jezelf zichtbaar te maken, maak je je boek niet alleen boeiender, maar bouw je ook vertrouwen op bij de lezer. 

Voorbeeld: In een manuscript met tips voor verbeteringen aan de grondwet miste ik volledig wie de auteur was. Waarom schreef hij juist hierover? Uiteindelijk bleek de schrijver een deskundige, betrokken burger met verstand van zaken. Toen hij zijn verhaal toevoegde, werd het hele manuscript krachtiger en persoonlijker. 

Tip: Wees niet bang om je eigen ervaringen te delen. Laat de lezer voelen wie jij bent en waarom je dit boek hebt geschreven. 

2. Onvindbare boeken: titels die niet blijven hangen

Je titel is het visitekaartje van je boek. Het moet nieuwsgierig maken, duidelijk zijn én de juiste zoekwoorden bevatten. Toch kom ik regelmatig manuscripten tegen met vage, lange of nietszeggende titels. Geen ondertitel? Dan maak je het jezelf nóg moeilijker om gevonden te worden. 

Voorbeeld: Een auteur had een boek geschreven over het vinden van balans tussen werk en privé. Zijn titel? Tijd voor verandering. Op zich mooi, maar waar gaat het over? Een goede ondertitel had het boek gered: Zo creëer je rust in een druk leven. 

Tip: Vraag ChatGPT om SEO-vriendelijke suggesties voor je titel en ondertitel. Test deze in Google en op een paar mensen in je doelgroep. Begrijpen zij meteen waar het boek over gaat?

 3. Achterflap: jouw mini-verkooppraatje 

De achterflaptekst is misschien wel de belangrijkste tekst van je hele boek. Dit is waar potentiële lezers beslissen of ze jouw boek kopen, en waar uitgevers en journalisten bepalen of ze verder lezen. Toch ontbreekt die vaak in manuscripten, of is het een droge samenvatting. Veelgemaakte fout: Auteurs schrijven een samenvatting waarin ze vertellen wat er in het boek staat. Wat de lezer echt wil weten, is: Wat heb ik hieraan? Bij fictie wil de lezer meteen in het verhaal gezogen worden.

Tip: Maak je achterflap intrigerend. Stel een vraag die de kern van je verhaal raakt, zoals: “Wat doe je als het verleden je grootste vijand wordt?” Denk aan je achterflap als een elevatorpitch. Vertel in een paar zinnen waar je boek over gaat, voor wie het is en wat het ze oplevert.

4. Zelfgemaakte covers: je boek verdient beter 

We hebben het allemaal weleens gezien: een zelfgemaakte boekcover die schreeuwt ‘amateur’. Natuurlijk helpt het om zelf na te denken over wat je wil uitstralen met je boek, maar laat het uiteindelijke ontwerp aan een professional over. De cover is het eerste dat mensen zien en het bepaalt in een fractie van een seconde of iemand verder kijkt. Bedenk dat de meeste potentiële lezers jouw boekcover online niet groter dan een thumbnail zien. 

Tip: Zorg dus dat je titel groot en duidelijk is; houd het beeld simpel en krachtig. En kies een professional die ervaring heeft met boekontwerpen. 

5. Het juiste tempo: te snel of juist te langzaam 

Sommige auteurs willen zó graag alles vertellen dat ze in razend tempo door hun verhaal vliegen. Andere schrijvers verliezen zichzelf in details, waardoor de lezer afdwaalt. Het vinden van het juiste tempo is een uitdaging, maar cruciaal voor de leeservaring. 

Voorbeeld: Een inspirerende vrouw schreef een prachtig boek over persoonlijke ontwikkeling, maar ging soms zo snel dat ik als lezer geen tijd had om haar te volgen. Toen ze iets beter beschreef wat er op bepaalde momenten in haar omging, kwam het verhaal tot leven. 

Tip: Neem de tijd om belangrijke momenten uit te werken. Gebruik beschrijvingen van geuren, geluiden, gevoelens om de lezer mee te nemen in je verhaal. 

6. Voor wie schrijf je eigenlijk? 

Veel manuscripten worstelen met de vraag: wie is de doelgroep? Is het boek voor professionals, of juist voor een breder publiek? Als je een breed publiek wil bereiken, pas je taalgebruik daar dan ook op aan. 

Veelgemaakte fout: academische schrijfstijl. Interessant voor experts, maar veel te ingewikkeld voor de gemiddelde lezer. 

Tip: Schrijf alsof je het aan een vriend(in) uitlegt. Gebruik voorbeelden en eenvoudige taal om je boodschap helder te maken. 

7. Feedback: leer ervan, groei ermee

Vraag je je omgeving wat ze van je boek vinden, dan zullen de meesten je de hemel in prijzen; gefeliciteerd met je prestatie! Drie vragen die je aan non-fictieproeflezers kunt stellen om betere feedback te krijgen: 1) Welke stukken vond je goed? 2) Bij welke stukken viel je in slaap? 3) Wat miste je? Voor fictie kun je proeflezers vragen welke personages hen het meeste aanspraken, of ze verrast werden door het plot en waar ze eventueel afhaakten. 

Het ontvangen van professionele feedback is best spannend. Veel auteurs schrikken als ze kritische opmerkingen krijgen, maar dit is juist een kans om je manuscript te verbeteren. 

Tip: Neem feedback niet persoonlijk, maar als een middel om je boek te laten groeien. Begin met de grote punten, zoals de titel, achterflap, inleiding en structuur. Begeleid je lezers goed het boek in, dan volgt de rest vanzelf. 

8. Integreer je boek met je business

Een boek kan meer zijn dan alleen een boek: het kan ook een tool zijn om jezelf en je werk te promoten. Doe dit echter pas nadat je je toegevoegde waarde hebt geleverd, dus niet al in je inleiding, of (heel irritant) in ieder hoofdstuk. Denk bijvoorbeeld aan QR-codes in je boek die naar gratis extra materiaal op je website leiden (in ruil voor een e-mailadres), of een laatste hoofdstuk waarin je subtiel je andere diensten onder de aandacht brengt.

Voorbeeld: Ik adviseer auteurs van non-fictieboeken vaak om in het laatste hoofdstuk van hun boek een lijst toe te voegen met tien veelgemaakte fouten en hoe ze te voorkomen. Dit werkt perfect om lezers te betrekken én klanten te werven.

Tip: Gebruik je boek slim. Maak het niet alleen een eindproduct, maar een onderdeel van je grotere geheel.

Schrijven is een reis, geen eindbestemming. Een manuscriptbeoordeling kan confronterend zijn, maar zie het als een kans om te groeien. Het doel is altijd om jouw verhaal sterker te maken en lezers te raken. Met aandacht voor de veelgemaakte fouten – zoals de onzichtbare auteur, een vage titel of een rommelige structuur – kun je jouw boek naar een hoger niveau tillen. Iedere schrijver maakt fouten, maar de beste schrijvers leren ervan. Durf jij de volgende stap te zetten en jouw verhaal met de wereld te delen? Het verhaal zit in jou – maak het zichtbaar!

Dit artikel verscheen in Schrijven Magazine 1 van 2025. Nooit meer een nummer missen? Neem dan een abonnement.