Image

tekst

Pixabay

4 Don'ts bij het schrijven van een proloog

In de literatuur is een proloog een tekst die aan het begin van een verhaal komt. Het kan een inleiding zijn (die uitlegt waarom het boek is geschreven), een uitleg wat er aan het schrijven vooraf is gegaan of een inleiding van het verhaal.

Een proloog schrijven lijkt niet moeilijk, maar als schrijver wil je het natuurlijk graag goed doen. Maar hoe schrijf je zo’n tekst eigenlijk? En welke valkuilen moet je absoluut vermijden?  Schrijven Online zet vier tips uiteen voor het schrijven van een proloog.

1. Wees niet te onduidelijk

Het leuke van een proloog is dat je de lezer in het verhaal kan trekken door een ‘mysterieuze’ of spannende tekst te schrijven. De lezer wil dan meer weten over het verhaal en zal daardoor snel in het boek willen duiken. Echter, je moet niet te onduidelijk zijn bij het schrijven van een proloog. Een vage of nietszeggende tekst laat de lezer in verwarring achter. Bovendien blijven veel mensen hierdoor zitten met de vraag: ‘waar gaat dit boek nu eigenlijk over?’. Hierdoor verliest de lezer zijn of haar interesse in je boek, voordat hij of zij er goed en wel aan begonnen is.

2. Geef niet te veel informatie weg

Een proloog moet spannend zijn, dus deel niet te veel informatie. Belangrijke informatie en beschrijvingen (zoals achtergronden, leefsituaties en uiterlijke beschrijvingen) die mogen in het verhaal wel aan bod komen, maar een proloog werkt het best als deze kort en spannend is. Als je te veel van het verhaal weggeeft, haal je de spanning uit je boek. Bovendien loop je het risico de lezer te vermoeien met achtergrondinformatie.

3. Gebruik geen sfeerbeschrijving

In een proloog wil je als schrijver een sfeerbeschrijving voorkomen. Een sfeerbeschrijving is leuk, maar ook hiervoor geldt ook dat het veel afleidende informatie bevat waardoor de lezer zijn of haar interesse kan verliezen. Wil je toch een sfeerbeschrijving gebruiken? Doe het dan met mate. Het kan geen kwaad om een zinnetje of een paar woordjes sfeerbeschrijving toe te voegen, maar het moet niet de proloog gaan domineren. Een voorbeeld: ‘het swingende geluid van jazz, toeterende automobielen en verblindende lichten. New York City 1925.’ Dit is een sfeerbeschrijvende openingszin waarbij de auteur het lekker kort houdt. Bij een degelijke sfeerbeschrijving moet je echter wel goed oppassen dat je niet te veel gaat uitwijden.

4. Wijk niet van de hoofdpersoon af

Het is het beste om in je proloog de focus te leggen op de hoofdpersoon van het boek. Je hoofdpersonage staat immers centraal. In je boek, dus wil je dit ook aan de lezer overbrengen. Als schrijver kun je ook bij-personages aankaarten in de proloog, maar zorg er hierbij voor dat de focus bij je hoofdpersoon blijft liggen.

Foto: Pixabay