Afbeelding

een vogel op een tak

James Wainscoat, Unsplash

UKV's van de week: Tjilpen & Affectie

Luc Vos – Tjilpen
23 april

Tjilp, tjilp, klinkt zacht voor mij.

Verbaasd kijk ik op. Een rood-bruin vogeltje waggelt voor mijn voeten. Het kijkt me aan.

‘Wat is er?’ vraag ik.

Even beweegt het niet. Dan trilt de rechtervleugel, strekt die uit. De linkervleugel probeert hetzelfde te doen, maar de ingehouden tjilp als de veren onbewogen blijven, zegt genoeg.

‘Kom.’

Voorzichtig neem ik het diertje in mijn handen. Ik verzorg het, geef het rust en voedsel. Dag na dag probeert het zijn vleugels te strekken. Tot de dag dat luid getjilp weerklinkt.

‘Tjilp tjilp.’

Het komt van boven mij.

‘Graag gedaan,’ lach ik.

Conny Hoogendoorn  – Affectie
22 april

Bijna was hij op zijn schreden teruggekeerd, maar het gevoel was te vaag. Hoewel hij het heerlijk vond om zijn vriendin eindelijk weer te zien, vertrok hij met een kater. Eenmaal thuis zag hij het gevaar. Hun ontmoeting ontbeerde het maatjes zijn. De genegenheid, hun vertrouwen en de onwankelbare nieuwsgierigheid naar elkaars denken en doen was nauwelijks zichtbaar geweest. Hij typte een bericht.

‘In feite mis ik je nu nog meer dan voordat we elkaar weer zagen. Ik wil praten over alles wat jou en mij bezighoudt. Zonder diepgang gaat onze vriendschap verloren.’

Haar antwoord bracht de warmte terug.

Jup Goffin – Tjilpen
21 april

In het land van parabelen

is de honingzuiger suikervrij

de visarend vegetarisch

en de mangoest ook een zij

Loopt de olifant op accu's

zwemt het nijlpaard in de maas

lust de aardbeikikker kersen en

gelooft de Kerstman in Sinterklaas

Daar kun je drogen in de regen

tussen alle druppels door

en als de zon begint te schijnen

tjilpen knapen in een koor

Doch de dwerggeit die mag daar

echt geen lilliputter zijn

dan is hij zwaar beledigd

ook al is hij erg klein

Thijs Hanrath – M.
22 april

eenmaal gedicht gevangen

met betekenis behangen

ervaar ik haar

met groot verlangen

maar haar wangen

zijn voor mijn mond

die kussen wil

bruggen te ver
 

als een foto

staat zij stil

zij kijkt mij aan

vanuit een niet te pakken ruimte
 

ik buig mij over het papier

zij is niet hier
 

nee, jij bent niet hier

Rom Molemaker – als alles knalt
22 april

heel klein het begint heel klein

de kou werkt tegen

je kijkt er dwars doorheen

heel klein het groeit vanbinnen

nagenoeg onzichtbaar

spitse snaveltjes zoeken

naar hun gading

er groeit leven in de dood

niet of nauwelijks waarneembaar

moeizaam houdt hij nog zijn adem in

wachtend op het schuchtere begin

op de aanvang van het lachen van de tijd

als alles knalt en bot

hij mij het zicht op de wereld ontneemt

zijn schaduw op mijn tafel werpt

de lijsterbes