Afbeelding

Schrijfwoordenboek: personificatie

Pexels.com

Schrijfwoordenboek: personificatie

Als je goed wilt leren schrijven, is het handig om schrijftermen te kennen. Zo leer je beter begrijpen hoe een verhaal is opgebouwd. Ook wanneer je in gesprek gaat met een uitgeverij is het belangrijk om te weten wat de verschillende schrijftermen betekenen. Hoor of lees je een schrijfterm waarvan je de betekenis niet (meer) weet? In het Schrijfwoordenboek van Schrijven Online verzamelen we alle schrijftermen én lichten we ze toe. Vandaag bespreken we personificatie.


Mis je een schrijfterm waar je meer over wilt weten? Mail dan naar redactie@schrijvenonline.org. Deze keer: personificatie.

Wat is personificatie?

Misschien herken je deze term wel van poëzielessen op de middelbare school. Personificatie is een vorm van beeldspraak waarin een object wordt vermenselijkt. Er worden dus menselijke eigenschappen toegeschreven aan planten, begrippen of levenloze objecten. Voorbeelden zijn ‘De wind fluistert in mijn oor’, ‘de muren sloten haar in’, ‘angst klopt aan de deur’ of ‘een eigenwijze computer’.

Waar wordt personificatie voor gebruikt?

Personificatie kan een beeld sterker en voelbaarder maken. Dit komt niet alleen in gedichten van pas, maar ook bijvoorbeeld in omgevingsbeschrijvingen in fictie. Het brengt – bijna letterlijk – leven aan de sfeer.

Animalisering en materialisme

In je verhaal schrijf je misschien over ‘de tijd die vliegt’: wat is dit dan voor beeldspraak? De tijd vliegt natuurlijk niet letterlijk, maar vliegen is geen menselijke eigenschap, dus is het ook geen personificatie. In deze gevallen maken we onderscheid tussen personificatie en animalisering. Animalisering is een breder begrip waarin iets als een levend wezen wordt voorgesteld: personificatie valt hieronder, maar ook objecten die als dier worden voorgesteld, zoals in ‘de tijd vliegt’. Personificatie is dus een subcategorie van animalisering.

Het tegenovergestelde van personificatie is materialisatie: hierbij krijgt een mens eigenschappen van een levenloos ding toegeschreven. Een voorbeeld hiervan is ‘met vingers die mij vouwen’ (Jotie T’ Hooft): de verteller beschrijft zichzelf als papier of iets anders dat gevouwen kan worden.

Antropomorfisme

In kinderverhalen zoals Winnie de Poeh en Pieter Konijn hebben dieren menselijke eigenschappen: ze praten bijvoorbeeld met elkaar, lopen op hun achterpoten of dragen zelfs kleren. Dit is geen voorbeeld van personificatie, want in plaats van een plant, ding of idee wordt een levend dier menselijk omschreven. Bovendien is de vermenselijking hier veel letterlijker. De fluisterende wind is ook binnen het verhaal niet echt aan het fluisteren: het geluid wordt hier alleen mee vergeleken, als bij een metafoor. De dieren in kinderverhalen zijn daarentegen echt menselijk: binnen de context van het verhaal zijn de kleren en gesprekken waarheid.

Deze letterlijkere vorm van vermenselijking heet antropomorfisme. Dit is niet alleen van toepassing op dieren: de auto’s van de film Cars vallen hier ook onder met hun menselijke gezichten en gedrag.

Een andere betekenis van personificatie

Toch wordt het letterlijk afbeelden van een abstract begrip als mens ook wel personificatie genoemd. Denk aan het Vrijheidsbeeld, of Magere Hein (de Dood met de zeis). Dit is een tweede betekenis van personificatie die vooral in de kunst en de spreektaal wordt gebruikt.

Beeld jij in jouw verhaal op grote schaal deugden, zonden, begrippen of emoties als personages uit? Dan schrijf je misschien een allegorie.

Bron

www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_04815.php