Afbeelding
Bron: Pexels // Pixabay
Bron: Pexels // Pixabay
Bron: Pexels // Pixabay
Bron: Pexels // Pixabay
Uit onderzoek van promovendus Anne Oerlemans (1993) blijkt dat jury’s van literaire debuutprijzen bij beoordeling niet alleen het boek meenemen bij het beoordelen, maar ook de auteur ervan. Hierdoor zijn er schrijvers die minder snel kans maken op een prijs. Afgelopen week verdedigde Oerlemans haar proefschrift aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Uit het onderzoek van Oerlemans komen twee punten tevoorschijn. Punt één; Met een kijkje in ongefilterde juryrapporten werd het volgens Oerlemans duidelijk dat juryleden een voorkeur hebben voor auteurs die zich 100% wijden aan het schrijven. In eigen woorden van Oerlemans, auteurs die onder het ‘romantisch beeld’ van de auteur vallen, een auteur die zich volledig stort op het schrijven van boeken, in plaats van auteurs die een baan hebben naast het schrijven.
In de praktijk is dat romantische beeld onrealistisch. Oerlemans vertelt aan Vox, het magazine van Radboud Universiteit, dat veel auteurs niet kunnen rondkomen op alleen schrijven: “De meesten hebben een andere baan, of zijn zzp’er en schrijven daarnaast ook een boek”.
En dan punt twee. Oerlemans zag in de juryrapporten die zij analyseerde een bepaald patroon bij de winnende boeken. Veel originele verhalen zijn er niet. De titels die de onderzochte prijzen ontvingen, zijn over het algemeen romans “met een chronologische opbouw en geloofwaardige personages” Oerlemans voegt toe: “Auteurs die met een mix van genres komen, maken veel minder kans”.
Om een scenario te schetsen, noemt Oerlemans auteur Rob van Essen als voorbeeld. De auteur schreef zijn debuut al in de jaren negentig, maar publiceerde onlangs de roman De grote schoonmaak, wat Van Essen zelf een autobiografische sciencefiction noemt. Dat boek “zou weinig kans hebben gemaakt bij een debutanten jury”, aldus Oerlemans.
Voor het onderzoek keek Oerlemans naar vijf Nederlandse debuutprijzen: De Bronzen Uil, de Anton Wachterprijs, De Hebban Debuutprijs, de Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en de ANV Debutantenprijs.
Na analyse bleek dat de Anton de Wachterprijs de meest prestigieuze prijs van de onderzochte debuutprijzen is, terwijl deze, uit het jaartal waarvan Oerlemans de prijzen vergeleek, juist het laagste geldbedrag toekent.
Oerlemans legt uit waarom: “Er hangt het nodige culturele kapitaal aan deze prijs. Hij bestaat al lang, sinds 1977, en boeken die door de jury zijn bekroond, zijn later groot geworden. Daardoor heeft de Anton Wachterprijs de nodige culturele prestige opgebouwd. En dan is er nog de vakjury waarin Nederlandse auteurs en literatuurcritici zitten. Onder hen zijn ook gepromoveerde literatuurwetenschappers die hun eigen kapitaal weer inbrengen”.
Dit artikel verscheen eerder in: De Boekenkrant
Abonnees profiteren van extra voordelen.
Nog beter leren schrijven? Volg dan een online schrijfcursus bij Schrijfcurssen.nu! In 4 lessen + feedback, te doen wanneer het jou uitkomt. Met korting voor abonnees!
Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.
Met een combinatie-abonnement Schrijven Magazine en Boekenkrant krijg je 50% korting én veel leesplezier.