Lid sinds

1 maand 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

#591 - De laatste keer

2 januari 2026 - 13:36

Jammer dat de schrijfopdracht stopt. Ik deed maar af en toe mee (tijd, gedoe) maar ik vond het fijn om mee te lezen en te zien wat iedereen ervan maakte.

 

Dank voor jullie reacties op mijn verhaal “Baan vier”. Jullie feedback hielp me meer dan ik dacht. Meerdere mensen gaven aan dat de beelden sterk waren, maar dat het verhaal lastig vast te grijpen bleef, met vragen over de zwemband, wat er precies gebeurde in het bad en een einde dat te raadselachtig werd. Dat heb ik serieus genomen.

Ik heb het verhaal daarom niet licht aangepast, maar echt herschreven: eerst meer houvast in de jeugd, daarna pas de terugkeer als volwassene, met een duidelijker lijn, meer spanning en een paar momenten waar je gewoon even mag lachen. Ook heb ik geprobeerd de beelden scherper te maken zonder dat ze mistig worden.

Baan vier (versie 2)

Op dinsdag rook je het zwembad al buiten, nog voor je de deur zag. Chloor in je jas, in je haar, in dat rare stukje adem dat je niet kwijtraakt. Een natte handdoek in een plastic tas, plakkerig aan je vingers. Niet zeuren, denk je. Naar binnen.

Binnen bromden de tl-buizen. Coach Wieringa floot.

‘Vier. Door.’

Hij keek naar de baan, niet naar jou. Startblok vier wiebelde. Er miste een schroef, dat wist iedereen al jaren, en toch zette je je tenen neer met die domme hoop dat het vandaag wel hield.

Kees zat in baan drie. Zijn bril werd wazig en hij riep toch.

‘Je schouders zakken al voor je afzet.’

‘Mooi. Zeg het nog eens, dan zinkt het in.’

‘Niet doen. Maak herrie met je slag. Je bent geen postduif.’

Je schopte af. Water sloeg terug tegen je polsen en plakte aan je wimpers. Niet bang zijn. Niet weer dat gedoe. Wieringa keek weg, precies op tijd.

Achter het glas stond je moeder al. Armen over elkaar, mondhoek strak. Buiten wachtte de Opel Kadett. Pepermunt bij de pook. Achterin stond een krat met lege flessen. In bochten tikten ze tegen elkaar.

Na de training liep Kees mee, handdoek om zijn nek.

‘Je loopt weer zo naar buiten.’

‘Geen tijd.’

‘Ga onder die douche. Dan kun je weer denken.’

‘Mijn moeder wacht al in de auto.’

Kees trok een gezicht.

‘Jouw moeder wint altijd van warm water. Ook knap, op haar manier.’

Hij trok aan je handdoek, half grap, half controle. Jij duwde zijn hand weg. Niet hard. En toch bleef het haken: blijf.

Vrijdagavond. Klapstoeltjes langs de rand. Kartonnen koffie. Ouders die net iets te luid klapten, bang om te weinig te zijn. Je zette je tenen op blok vier. Het metaal gaf een klein piepje.

Kees tikte je schouder.

‘Niet zo kijken. Je bent geen ballon.’

‘Wat moet ik dan.’

‘Zwem je baan. En als je klaar bent, blijf je even hier. Niet meteen de deur uit.’

Blijven. Het woord bleef aan je tong hangen. Chloor.

In de ondiepe hoek dreef een jongetje met een gele zwemband. Te groot ding. Te strakke bril. Zijn vader stond bij de automaat met muntjes in zijn hand en keek naar de muur, alsof de muur hem uitleg gaf.

Het jongetje schoof opzij. Nog een stukje. Het water nam hem mee.

Toen hoorde je het bij de diepe kant. Een droog, snel ratelen uit het afvoerrooster op de bodem, alsof er onder de vloer een pomp op toeren kwam.

‘Kees.’

Hij stopte met grappen.

De zwemband wiebelde. Het kind dreef richting het diepe, heel langzaam. Het water trok daar naar beneden, recht boven het rooster.

Nee, denk je. Niet nu.

Kees sprong erin met zijn shirt aan en greep de zwemband.

Het kind bleef hangen. Niet aan Kees, aan de bodem. De zuiging bij het rooster pakte hem vast, zonder schuim, zonder waarschuwing. Alleen kracht.

‘Hoor je dat,’ schreeuwde Kees. ‘Die pomp.’

Achter de wand sloegen buizen tegen elkaar. Het geluid sprong door de gang en kwam terug, doffer, bozer.

‘Technisch hok. Rode hendel,’ riep Kees. ‘Noodstop.’

Je rende. De trap naar het hok glom van natte voeten. Je voet schoof weg. Knie tegen tegel. Je maag trok samen.

Je palm schampte een kapotte tegelrand. Een steek, dan warm bloed.

In het hok hing de rode hendel, naast een bordje met NOODSTOP. Je trok. Stroef. Klik.

Er kwam een zware dreun achter de wand. Het ratelen hield op. De zuiging liet los.

Kees duwde het jongetje omhoog. Hoesten. Huilen. Water bleef uit zijn neus komen. De vader rende pas toen het al voorbij was, muntjes nog in zijn hand.

Je had iets moeten zeggen. Iets lelijks. Iets dat bleef haken. Je keel deed niet mee.

Je ging te vroeg weg. Nat haar, geen douche, moeder in de auto. In de Opel tikten de flessen tegen elkaar. Je knie brandde. En jij deed weer wat je altijd deed: zwijgen tot het over was.

Jaren later trilde je telefoon.

Kees
Ze slopen morgen. Kom vanavond.

Jij
Waarom?

Kees
Omdat jij anders weer te vroeg weg bent.

Jij
Ik ben niet meer twaalf.

Kees
Daarom. Geen excuus.

Toen je thuiskwam stak er iets uit je brievenbus. Een gele zwemband. Dubbelgevouwen, klam. Een hap uit de rand, halve maantjes. Kindertanden. Hij rook naar kelderlucht, warm plastic en patat.

Aan de binnenkant plakte een oude sticker: ZWEMDIPLOMA C. Daaronder, met balpen: Baan vier.

Je stuurde Kees een foto.

Kees
Ja. Die.

Jij
Waar heb je dit vandaan?

Kees
Gevonden spullen. Alles in een bak. Ik zag die tekst en dacht: jij.

Jij
Wie stopt dit in iemands brievenbus?

Kees
Ik. Kom nou.

Het hek hing scheef. Ketting erdoor. Cijferslot open. Op het gaas hing een bord: SLOOP MORGEN.

Binnen knipperden tl-buizen. De automaat droeg nog steeds BUITEN GEBRUIK. De lucht rook naar nat beton en metaal, met onder alles dat restje chloor.

Kees stond in de hal met zijn jas dicht.

‘Je ziet er moe uit,’ zei je.

‘Jij ook. Kom.’

We duwden de deur naar de badzaal open. Hij klemde. Jullie botsten schouder tegen schouder.

‘Romantiek,’ zei Kees.

‘Zwijg.’

Het bad lag leeg. Roeststrepen. Blaadjes. Op de bodem, middenin het droge bad, lag een pleister. Niet verkleurd. Net uit de verpakking.

‘Wie laat dat hier achter,’ zei je.

Kees schudde zijn hoofd.

Bij het rooster in de diepe kant trilde een rubber flapje. Uit het rooster kwam hetzelfde droge ratelen, zacht nu, maar herkenbaar.

‘Nog steeds,’ zei Kees.

‘Ze hebben het nooit gemaakt,’ zei hij. ‘Ze hebben het alleen stil gekregen. Tot iemand luistert.’

Achter de wand begon water te sijpelen. Eerst een dun straaltje. Daarna meer. Het liep over de tegels naar de diepe kant, precies naar dat rooster.

Toen hoorde je een stem. Niet echo, niet jullie eigen adem. Een kinderstem, vlak bij de vloer.

‘Een. Twee. Drie.’

Kees keek je aan.

‘Hoor jij dat ook.’

‘Ja.’

‘Dank je. Ik dacht al dat ik gek werd.’

‘Je bent gek,’ zei je. ‘Maar dit hoor ik ook.’

Het water bereikte de diepe kant en bleef niet liggen als een plasje. Het zette door, alsof het bad zich herinnerde hoe het moest. Onder het oppervlak verschenen bleke strepen, banen, van onderaf belicht. Baan vier brandde het felst.

De zwemband in je handen trok samen, heel zacht. Rubber dat zich spant. Je vingers trilden.

Kees wees.

‘Jij naar die noodstop. Ik ga naar het rooster. Als het weer trekt, hou ik dat flapje open.’

‘Altijd jij met plannen.’

‘Altijd jij met baan vier.’

Het water sprong op, een handbreed, en klapte terug. Nog een keer. Het klonk als een keel zonder lucht.

Kees stond al tot zijn enkels in het water. Hij duwde zijn hand tegen het rooster.

‘Nu,’ riep hij.

Je trok de hendel. Klik. Dreun.

Het ratelen viel weg. Het water zakte terug, haastig, alsof het betrapt werd. De stem stopte middenin een tel.

‘Vier,’ bleef er nog hangen.

Het bad lag weer leeg, op een paar plassen na. De pleister dreef nu in een dun laagje water, rustig, alsof hij hier hoorde.

Kees kwam terug met natte handen en een gescheurde mouw.

‘Nog steeds niet verdronken,’ zei hij.

‘We zijn er goed in,’ zei je.

Buiten deed Kees de ketting om het hek. Het slot klikte dicht. Klein geluid, definitief.

Je hing de gele zwemband aan het gaas, naast het bord. Niet netjes. Meer een afscheid dat nergens in past. Het rubber piepte tegen metaal en wiegde even.

Kees stak zijn hand op.

‘Bedankt dat je kwam.’

Je knikte. Je hand prikte nog.

Je liep weg zonder om te kijken. Dit keer, denk je, ga je niet te vroeg weg.

 

 

Lid sinds

14 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
3 januari 2026 - 14:13

 

Het verhaal verwonderde me, verwarde me ook. De beelden die je schetst zijn mooi, maar ik kan het verhaal niet vastgrijpen. Het eerste beeld, van de gele zwemband was lastig voor me om helder te krijgen. Er was een hap uit de rand genomen? Door wat, door wie? De geur kon ik me dan wel weer heel helder een voorstelling van maken. Het natte vierkante afdrukje roept bij. mij vragen op. 

Dit vind ik mooi: 

De deur naar de badzaal wilde niet goed openen. We duwden er allebei tegelijk tegen en botsten tegen elkaar aan. We deden alsof het normaal was om tegen elkaar aan te botsen.

En dat geluid wat bleef hangen. 

Wat er in een gat bewoog kreeg ik ook niet helder. 

Dit pijnlijk herkenbaar:  Maar toen ik een trede op liep, glipte mijn voet plotseling weg. Mijn knie sloeg tegen de harde tegels boven aan de trap.

Het einde is mij te raadselachtig. 

 

 

Lid sinds

1 maand 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker
3 januari 2026 - 15:14

Hoi Emmy, ontzettend bedankt voor je uitgebreide reactie op mijn verhaal! Ik vind het heel waardevol dat je zo eerlijk aangeeft waar je de draad kwijtraakte. Het is voor mij een goede les: soms zitten beelden zo duidelijk in mijn eigen hoofd dat ik vergeet de lezer genoeg houvast te geven.

Ik ben blij dat de geur en de fysieke momenten, zoals die knie op de tegels, wel goed overkwamen. Dat pijnlijk herkenbare is precies wat ik zocht. Jouw opmerkingen over de zwemband en het einde geven me precies de informatie die ik nodig heb om de balans tussen mysterie en helderheid beter te vinden. Hier kan ik echt mee aan de slag!

 

Lid sinds

11 maanden 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker
3 januari 2026 - 16:09

Hallo Simcha,

Ik ben een beetje zoekende naar waar het verhaal nu precies over gaat. Ik denk dat het gaat over iemand die als kind wedstrijden gezwommen heeft en nu bij het sluiten van het zwembad melancholisch terugkijkt op die tijd.  

Wie is de afzender van de zwemband? 
Een hap uit de rand genomen. Door een beest?
Wat gebeurt er in het zwembad? Wat is dat scherpe ding? 

Bij deze zin: Kees stond bij het technische hok met een brandblusser en dat was best raar, want hij had die brandblusser nergens vandaan gehaald,  dacht ik: natuurlijk heeft Kees die brandblusser wel ergens vandaag gehaald. De HP heeft het alleen niet gezien. Ik zou het daarom anders beschrijven.  

Wat verwarring bij mij bij deze passage:

 

'Ga bij die rode hendel staan. Als ik roep, trek je.'

Welke rode?

'Die. Ja, ik hoor het ook.'

Je gaat hier van iets visueels naar iets auditiefs. Wat hoort de HP ook? Ik weet als lezer niet wat Kees gehoord heeft. 

 

Er zitten mooie beeldende passages in, waarbij ik als lezer het plaatje meteen voor me zie zoals de beschrijving van het lege zwembad, de voet die weg glipt, de vitrine waarin de verkleurde posters hangen, de drijvende pleister. 

Net als Emmy, blijf ik bij de laatste zin ook wat in raadselen achter. 

De thematiek van het verhaal is mooi, nog een beetje bijschaven aan de uitwerking. 

Hoe dan ook graag gelezen. 

Lid sinds

7 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
4 januari 2026 - 10:15

Hallo Simcha

Dank voor je verhaal. Ik vind dat je hier en daar erg mooie beelden opwerpt (zoals de pleister op de bodem van het zwembad,...) maar het is niet duidelijk wat het verhaal nu precies is, het lijken flitsen of flarden van een herinnering die achter elkaar volgen, maar die moeilijk te volgen zijn voor de lezer.

Is het een herinnering aan een zwembad dat sluit? Vanuit wiens perspectief dan?

Ik denk dat je hier een fijn verhaal kan maken, maar dan denk iel dat je best nog eens aan de structuur sleutelt.

Toch dank voor je tekst

Johanna

 

Lid sinds

4 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
4 januari 2026 - 10:45

Ik vind het een interessante dialoog met mooie waarnemingen. De informatie aan het begin kun je misschien ook (deels) in de dialoog verwerken.

Sommige delen lezen wat staccato.

'Baan vier,' zei hij. 'Altijd te vroeg weg. Nat haar, geen douche, moeder in de auto.'

Hier bijvoorbeeld, zou Kees dat letterlijk zo zeggen? Misschien ook wel, hij is duidelijk iemand van weinig woorden. Het beeld vind ik in elk geval erg mooi gevonden.

Bij de brandblusser die nergens vandaan kwam dacht ik even dat je een droom beschreef.

EN OOK GEWOON NIET

Droog, grappig. Graag gelezen.

Lid sinds

1 maand 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker
4 januari 2026 - 19:13

 

Hoi allemaal,

Dank jullie wel voor het lezen en voor jullie reacties. Ik heb ze een paar keer teruggelezen en toen dacht ik: ja, logisch, dit zit allemaal veel duidelijker in mijn eigen hoofd dan op de pagina. Jullie noemden precies waar ik jullie kwijt raak (de zwemband, dat gat, wat er nou gebeurt in het bad, en ook het einde). Dat is even slikken, maar het is ook precies het soort feedback waar ik wat aan heb.

Ik ga het verhaal daarom niet “even verbeteren”, ik ga het opnieuw aanpakken. Zelfde kern en sfeer, maar meer lijn, meer grip, minder raden wat ik bedoel. En ik wil dat je als lezer niet alleen denkt: mooie beelden, maar ook echt meeloopt tot de laatste zin.

Ik zet binnenkort een nieuwe versie online. Zodra die er staat, hoor ik ook graag weer wat jullie ervan vinden (en wees gerust, eerlijk mag gewoon).

Nogmaals dank, echt.

 

Lid sinds

1 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
5 januari 2026 - 19:37

Hoi Simcha,

Mooi verhaal, ik heb de eerste versie niet gelezen, maar wat er nu staat is best mooi. Ik merk wel dat het best heel lang is, en aan het eind is het voor mij nog steeds onduidelijk wat er precies gebeurt. In het begin vond ik je perspectief wel leuk en origineel maar als het langer duurt leest het minder vlot. Je beschrijvingen en gevoelens die je beschrijft met vergelijkingen en stukjes die terugkomen zoals de chloorlucht en het rinkelen van flessen in de bocht zijn ijzersterk! Lekker blijven schrijven, hopelijk komen wel elkaar nog tegen.