Lid sinds

1 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

#321 Een kleine kabouterman

 

Er was eens een kleine kabouterman 

Die droeg een jasje met een grote bijl er an 

Hij woonde in een huis niet te klein en niet te groot 

De muren mooi wit en het dak als bloed zo rood 

Hoorde je dat nu goed? Door het bos klinkt een kabouterversje. Je kent het van vroeger en even ben je terug op de kleuterschool. Dan realiseer je je dat de tekst toen anders was. Liever, en het ging niet over bloed. Dan draait alles om je heen en je ziet de kleuren van het versmelten. Een stukje verderop zit een klein mannetje met een lange baard op een boomstronk. Hij draagt een net rood jasje en rookt een pijp gemaakt van een stokje en een eikeldopje. De sfeer voert je wederom mee naar vroeger. Je begroet het kaboutertje, je even afvragend of je gek geworden bent. Dan zie je dat het kaboutertje je begroeting beantwoord en naar je zwaait. Je stelt jezelf gerust. Het wezentje ziet jou ook en is je blijkbaar goed gezind. Je hoort een gekraak alsof een radio tussen twee zenders staat en het beeld dat je ziet stoort als dat van een oude televisie. Als je weer scherp ziet is het vriendelijke kaboutertje verdwenen.  

Op zijn plek zit een wezen met een rode puntmuts, alleen hangt deze muts naar achter en er druppelt bloed af. Het wezen heeft grote uitstekende tanden, veel te groot voor een kabouter. In plaats van een pijp heeft het een grote sikkel vast die vervaarlijk blinkt. Je ziet een bruine lederen broek verdwijnen in zware ijzeren laarzen. Het wezen grijnst en zwaait naar je. In een vreemde gedwongen extase breng je je hand omhoog om terug te zwaaien. Dan voel je een harde klap tegen de zijkant van je hoofd en in één, twee, drie seconden begin je het bewustzijn te verliezen. Terwijl het bloed over je gezicht stroomt als je tegen de vlakte gaat dringt een kabouterversje door in je gedachten. 

 

Maar oh, op een dag wat een ongeluk 

Toen brak hij zijn beide benen stuk 

Oh arme kabouter, wat moest hij beginnen 

Toen sleepten de buren een buit naar binnen 

 

Je balanceert op het randje van bewusteloosheid en dan hoor je een rauwe stem zeggen dat het heel dom is om in sprookjes over kaboutertjes te geloven. Dan gaat je kaarsje uit. 

Hoeveel tijd er voorbij is gegaan kun je niet zeggen. Je kunt überhaupt niets zeggen omdat je hoofd aanvoelt alsof er een sloopkogel tegenaan is geslagen. (En als je de slagkracht in ponden zou meten komt dat aardig overeen.) Je ligt op bladeren en het mos en je ruikt een vreemde combinatie van aarde vermengd met bloed. Je wang voelt alsof er een half gedroogde substantie aan zit vastgekoekt en als je besluit te voelen komt je al gauw tot de conclusie dat dat geen goed idee was. Ter hoogte van je jukbeen voel je iets hards en als je het vastpakt schiet er een pijnscheut door je hele lichaam. Een stukje bot valt uit de wond en blijft net in je gezichtsveld liggen tussen de bladeren. Veel tijd om daarvan in paniek te raken heb je niet je voelt een zware ijzeren laars in je rug en dat zorgt voor zoveel pijn dat je je niet langer om je verbrijzelde jukbeen kunt bekommeren. Je voelt dat je bij de kraag gepakt wordt en onzacht wordt je op je zij gedraaid. In je gezichtsveld verschijnt een ander tafereel.  

Je ziet een wezen zoals je zag voordat je het bewustzijn verloor, maar deze zit in een houten rolstoel  en zijn benen zijn bedekt met een van bloed doordrenkte deken. De grijns op zijn gezicht is er niet minder monsterlijk door. Als hij dichterbij rolt probeert oogcontact met je maken terwijl hij een vlijmscherpe bijl van onder de deken vandaan haalt. Je bent net genoeg bij zinnen om je te realiseren dat je getuige bent van je eigen executie maar als je probeert in beweging te komen voel je dat je muurvast zit onder de zware ijzeren laars en paniek maakt zich van je meester. Je onderneemt nog twee futiele pogingen om los te komen terwijl de monsterlijke kabouter dichterbij rolt en de bijl steeds groter lijkt te worden. Het lukt je niet meer om nog te schreeuwen. Je sluit je ogen want dat is alle tegenstand die je nog te bieden hebt.  

En je vlucht in gedachten. Zo ver als je kunt. Weg uit deze wereld in terug in die andere. Naar je huis en op je bank. Onder de deken en dan wakker worden.  

 

Wat hebben zijn vriendjes voor hem gedaan 

Naar een mens zijn ze op jacht gegaan 

Ze vonden er één en sloegen hem bijna dood 

De stukjes schedel zo prachtig mooi wit 

En zijn muts van bloed zo rood 

 

Lid sinds

6 maanden 3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Aha, een ontmoeting met een redcap goblin!
Verontrustend verhaal, fraai beschreven.

Tip: met [Shift] + [Enter] zorg je voor een alinea op enkel-regelafstand. Zo kun je de onbedoelde witregels wegwerken.

Lid sinds

11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Wat een nachtmerrie (gelukkig!).

Het moet maar eens afgelopen zijn met die softe zoete kabouterverhaaltjes. Deze tijden vragen om andere kost. Goed dat er zoveel smaken zijn.

Lid sinds

1 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Yep Musonius, wat goed dat je dat eruit haalde! Niet veel mensen kennen die moordlustige achterneef van de reguliere kabouters. Dankjewel voor de tip. Dat wist ik niet en ik zat er behoorlijk mee te hannesen. 
Haha Katja, ik las toevallig van de week een stukje over ‘redcaps’ en kort daarna zag ik deze weekopdracht. Leek me wel leuk om het dan zo te doen.

Dank voor jullie reacties!

Lid sinds

6 maanden 3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Dank, Johanna, alleen ... mijn verhaal staat hier!

Dus ik neem aan dat dit respons aan Vincent gericht is en wacht nog in spanning af op de beoordeling van mijn verhaal.