Lid sinds

10 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Opdracht 289. Peutergedoe

 

Nou zeg. Ik heb al mijn liedjes al gezongen en niemand komt me halen. Ik moet er van huilen. Dat helpt. Eindelijk komt er iemand. Is het papa of mama? Het is papa. Zijn ogen nog half dicht. Kom maar kleintje, zegt hij. Hij tilt me uit mijn bedje. Hij ruikt naar het grote bed. Soms mag ik daar ook in. Lekker bij papa en mama. ‘’Eerst een schone luier,’’ zegt papa. En met een zwaai beland ik op de commode. Daar heb ik geen zin in. Ik spartel om er vanaf te komen. ‘’Hé’’, zegt papa. ‘’Blijf eens liggen druktemakertje!’’ Zijn handen zijn erg sterk. Ik geef het maar op want hij wint toch.

Beneden is het nog donker. Papa doet de lichten aan en begint met tafeldekken. Hij maalt de koffie.  Wat een lawaai. Ik loop naar mijn eigen keukentje. Ik zet de oven aan en vul het keteltje om thee te zetten. Jammer dat er geen echt water uit mijn kraan komt. O, wat ligt daar achter de stoel. Een blauw balletje. Kijk hoe het stuitert als ik ermee gooi! Waar is het balletje nou gebleven? Ik kijk bij het gordijn maar zie het niet. Ik vind wel een mooi boek achter het gordijn, van Nijntje. Met geluiden. Ik druk op het knopje op de voorkant en hoor een liedje: ‘’Nijntje, een lief, klein konijntje’’. Ik zing mee en dans met het boek door de kamer. Ik struikel bijna over mijn puzzel die midden in de kamer op de grond ligt.  Die kan ik wel even maken. Ik laat het boek vallen. Op mijn hurken kiep ik de puzzel om. De houten stukken vallen klaterend op de grond.  Ik leg een voor een de dieren van de dierentuin op hun plaats. Klaar! Dat was leuk; ik doe het nog een keer. En nog een keer.  Opeens roept papa: ‘’Kom allemaal, we gaan eten!’’. Ik wil niet eten. Ik wil met de puzzel. Mama is nu ook beneden.  Zij roept me nu. ‘’Nee, niet eten’’, zeg ik. Ik puzzel lekker door. Maar dan word ik opgepakt door twee handen. Mama neemt me mee. Ik trappel met mijn voeten en gil: ‘’Puzzel, puzzel’’!  Mama probeert me in mijn kinderstoel te zetten maar ik houd me helemaal stijf. Met mijn rechte beentjes pas ik er niet in! Dan kietelt mama me. Oei, ik moet lachen en mijn beentjes worden slap. Voor ik het weet zit ik toch waar ze me wil hebben. Razend snel probeer ik mijn bordje van tafel te slaan maar papa is me net voor. Hij zet het verder weg. Ik kan er niet meer bij. Ik heb toch wel honger nu. Misschien helpt een liedje. ‘’Smakelijk eten, smakelijk eten, hap, hap hap’’, dat heb ik op mijn crèche geleerd. Mama zingt mee.  Papa zet mijn bordje weer binnen handbereik. Ik eet mijn broodje op. Behalve de korstjes want die zijn vies.

Na het ontbijt gaat mama naar haar werk. Ik geef haar kusjes en zwaai door het raam. Papa neemt mij mee naar boven. Hij gaat douchen. Ik zit in een hoekje van de badkamer en kijk op de I-pad naar Peppa Big. Opeens hoor ik beneden de voordeur dichtslaan en iemand roept: ‘’Halloooo!” Die stem ken ik. Het is oma! Ze komt de trap op. Ik laat de I-pad vallen en ren naar de overloop.  Ik roep: ‘’Oma!’’ Ze vangt me op in haar armen en ik weet zeker: dit gaat weer een leuke dag worden.

 

Lid sinds

4 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Linde, heerlijk kind beschrijf je, van de hak op de tak.

Deze zin: Ik leg het houten blad voor me en leg een voor een de dieren van de dierentuin op hun plaats.
Als je het zo schrijft: Ik leg een voor een de dieren van de dierentuin op hun plaats. Dat past het in de belevenis van het kind voor mijn gevoel.

Fijne dag.

Lid sinds

2 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Linde, leuk hoe je de gedachtegang van een peuter hebt beschreven. Ik moet helaas toegeven dat zelfs vandaag deze gedachtegang nog herkenbaar is in mijn dagelijks leven. Eigenlijk zijn we allemaal volwassen peuters.

Ik kan me dus ook zomaar voorstellen dat een peuter op deze manier 'denkt'. Je hebt dan ook een goede invulling van de opdracht geschreven, aangezien het extreem lastig is om je in te kunnen leven in iemand die zelf nog maar amper kan denken.

Graag gelezen!

Lid sinds

6 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Beste Linde, ik vond het geweldig. Ik heb ervan genoten. En ja misschien is er hier of daar een verwrongen woord en:of zin maar dat vind ik n u bijzaak. Knap verhaal. Bedankt