Lid sinds

1 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

281: Waar het allemaal om draait

“Ik snap er niks meer van.”

“Hoe bedoel je?”

“Wel, ik snap niet wat de bedoeling is. Alsof al dat rondrijden op pallets, in vrachtwagens en winkelkarren nog niet verwarrend genoeg was, liggen we hier nu alweer enkele dagen te niksen. Zonder dat er ook maar iets gebeurt, terwijl we eerst geen minuut rust hadden. In het begin ging de deur continu open en verdwenen onze soortgenoten een na een … en toen viel ook dat stil. De deur blijft gesloten, wij liggen hier te wachten, en waarop? God mag het weten.”

De kerstomaat, die zichzelf de naam Marina had toegekend, slaakte een diepe zucht. Komkommer Max (die zijn naam niet zelf gekozen had, die stond zo op zijn etiket) wou dat hij armen had om Marina een dikke knuffel te geven. Want dat was wat hij gezien had, toen de koelkastdeur wat langer was blijven openstaan: twee mensen die elkaar knuffelden. Het zag er zo intens uit: ze stonden dicht bij elkaar, pakten elkaar vast, sloten hun ogen … Max vroeg zich af of mensen elkaar plat konden knijpen. Dat is immers het risico wanneer je een kerstomaat aanraakt, dat je ze zou pletten. Zijn knuffel zou daarom iets minder intens, maar even oprecht zijn. Maar ja, hij had natuurlijk geen armen en …

“Hé, luister je wel??”

Max schrok op uit zijn overpeinzingen. “Sorry, Marina, ik was even afgeleid. Wat zei je?”

Marina slaakte alweer een diepe zucht. “Ik vroeg me af wat er met mijn familie gebeurd is. Iedereen van de tros is verdwenen en er is niemand teruggekeerd. Zou het wel goed met ze gaan?”

Max vervloekte zichzelf nogmaals omdat hij geen armen had; wat zou hij Marina nu graag troosten! In plaats daarvan zei hij: “Maak je geen zorgen. Waarschijnlijk zijn ze bij de volgende etappe in het hele proces aanbeland. Wat die is, zullen we binnenkort ongetwijfeld ontdekken. Tot die tijd ben ik er voor je, dat weet je.”

Het was wonderlijk, hoe snel hij en Marina naar elkaar toe waren gegroeid. Niet letterlijk natuurlijk, sinds de oogst was hun omvang niet meer toegenomen. Maar toen ze in de winkelkar naast elkaar waren beland, had hij meteen gevoeld dat die bolronde kerstomaat naast hem een bijzondere groente was.

Ook nu werd Max ruw opgeschrikt. Niet door Marina of een andere koelkastbewoner, maar doordat de deur weer openging.

“Oef, wat ben ik blij dat al die feestdagen er eindelijk op zitten en we weer normaal kunnen eten! Wat dacht je van een slaatje?”

Max zag een hand op zich afkomen, voelde hoe hij werd opgetild en uit de koelkast werd gehaald. Toen hij zich in een stabiele positie bevond, zag hij Marina naast zich. Hij knipoogde naar haar, zij schonk hem een voorzichtige glimlach. Eindelijk zouden ze te weten komen waar het allemaal om draaide.

 

Lid sinds

10 maanden 2 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

The meaning of life. Mooi gevonden. En een romantisch tintje. Zo zonde dat het allemaal van korte duur is.

"Wat dacht je van een slaatje?” --- bedoel je hiermee een salade van komkommer en tomaat of een huzarensalade? Bij een slaatje denk ik nl aan een huzarensalade. Volgens mij gaan daar geen tomaat en komkommer in.

Lid sinds

1 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Als antwoord op door Fief

"Wat dacht je van een slaatje?” --- bedoel je hiermee een salade van komkommer en tomaat of een huzarensalade? Bij een slaatje denk ik nl aan een huzarensalade. Volgens mij gaan daar geen tomaat en komkommer in.

Ha, daar had ik inderdaad beter 'salade' geschreven, hoewel 'slaatje' voor mij natuurlijker klinkt. 'Huzarensalade' is heel Nederlands (ik ben Belgische), dus dat zou ik even moeten opzoeken :) 

Lid sinds

1 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dag Nicky

Prettige dialoog. Fijn verhaal ook, maar je kan hier en daar jet tekst opschonen.

Ze liggen te niksen. Dan schrijf je 'zonder dat er iets gebeurt': dat is m.i. overbodig.

Een naam 'toekennen' vind ik niet mooi in gebruik, want komt vrij ambtelijk over. Waarom kiest ze er niet gewoon voor?

Je schrijft: Het was wonderlijk, hoe snel hij en Marina naar elkaar toe waren gegroeid. Niet letterlijk natuurlijk, sinds de oogst was hun omvang niet meer toegenomen.  Maar wat bedoel je hier nu? Als je naar elkaar toegroeit neemt toch je omvang niet per definitie toe?

De komkommer wil haar troosten maar kan het niet omdat hij geen termen heeft.... In plaats daarvan zegt hij.... schrijf je, maar woorden kunnen toch ook troostend zijn?

Probeer deze kleine inconsequenties nog uit je tekst te halen en bam, daarmee zal hij nog beter worden.

 

   

Lid sinds

1 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

 

281: Waar het allemaal om draaide - HERWERKT

“Ik snap er niks meer van.”

“Hoe bedoel je?”

“Wel, ik snap niet wat de bedoeling is. Alsof al dat rondrijden op pallets, in vrachtwagens en winkelkarren nog niet verwarrend genoeg was, liggen we hier nu alweer enkele dagen te niksen. In het begin ging de deur continu open en verdwenen onze soortgenoten een na een … en toen viel ook dat stil. De deur blijft gesloten, wij liggen hier te wachten, en waarop? God mag het weten.”

De kerstomaat, die zichzelf de naam Marina had gegeven, slaakte een diepe zucht. Komkommer Max (die zijn naam niet zelf gekozen had, die stond zo op zijn etiket) wou dat hij armen had om Marina een dikke knuffel te geven. Want dat was wat hij gezien had, toen de koelkastdeur wat langer was blijven openstaan: twee mensen die elkaar knuffelden. Het zag er zo intens uit: ze stonden dicht bij elkaar, pakten elkaar vast, sloten hun ogen … Max vroeg zich af of mensen elkaar plat konden knijpen. Dat is immers het risico wanneer je een kerstomaat aanraakt, dat je ze zou pletten. Zijn knuffel zou daarom iets minder intens, maar even oprecht zijn. Maar ja, hij had natuurlijk geen armen en …

“Hé, luister je wel??”

Max schrok op uit zijn overpeinzingen. “Sorry, Marina, ik was even afgeleid. Wat zei je?”

Marina slaakte alweer een diepe zucht. “Ik vroeg me af wat er met mijn familie gebeurd is. Iedereen van de tros is verdwenen en er is niemand teruggekeerd. Zou het wel goed met ze gaan?”

Max vervloekte zichzelf nogmaals omdat hij geen armen had; wat zou hij Marina nu graag omhelzen! In plaats daarvan zei hij: “Maak je geen zorgen. Waarschijnlijk zijn ze bij de volgende etappe in het hele proces aanbeland. Wat die is, zullen we binnenkort ongetwijfeld ontdekken. Tot die tijd ben ik er voor je, dat weet je.”

Het was wonderlijk, hoe snel hij en Marina naar elkaar toe waren gegroeid. Niet letterlijk natuurlijk, ze waren niet uit dezelfde serre afkomstig. Maar toen ze in de winkelkar naast elkaar waren beland, had hij meteen gevoeld dat die bolronde kerstomaat naast hem een bijzondere groente was.

Ook nu werd Max ruw opgeschrikt. Niet door Marina of een andere koelkastbewoner, maar doordat de deur weer openging.

“Oef, wat ben ik blij dat al die feestdagen er eindelijk op zitten en we weer normaal kunnen eten! Wat dacht je van een slaatje?”

Max zag een hand op zich afkomen, voelde hoe hij werd opgetild en uit de koelkast werd gehaald. Toen hij zich in een stabiele positie bevond, zag hij Marina naast zich. Hij knipoogde naar haar, zij schonk hem een voorzichtige glimlach. Eindelijk zouden ze te weten komen waar het allemaal om draaide.