Lid sinds

3 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

#200 – Moïra

 

Moïra

hadden we dat handwerk nu niet eens
gezien? fascistoïde wel, die muur
is toch dorst, naar vergetelheid. zo leven, buiten
adem aldoor minder minder minder

spieren houden je vast. zwalkend bouw ik verder
dan ooit. de mens, zijn torso van giganten, maar

mijn kracht bepaal ik. deze lange zomer
vrij? wie dat weet. zo, als dit zeewater

doorsijpelen, wegvreten. scheppen.
de vrucht eten, het is beschikt. Hij teistert de kop al
generaties. waarop ik sta,
tot op het bot, omhels die vloek

 

Lid sinds

3 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Beste Kruidnagel, Moïra, de schikgodin die blijkbaar al generaties lang hetzelfde beschikt... Er is veel moois in je gedicht. Beelden als: 'zo leven, buiten/ adem aldoor minder minder minder' en 'zo, als dit zeewater/ doorsijpelen, wegvreten, scheppen.' Dat 'het is beschikt' en dat de ik toch zeggen kan 'mijn kracht bepaal ik'. Het al generaties lang 'de kop teisteren', 'tot op het bot'. Het omhelzen van de vloek. Woorden die in me opkomen: wild uitslaande woorden en toch precies geformuleerd. Ik ga het nog vaker lezen en erover nadenken. Dank je wel. Schrijf ze, Greetje Kruidhof

Lid sinds

3 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Beste Greetje, Hartelijk dank voor je mooie woorden en snelle reactie! Ik hoop dat het gedicht nog meer in je doet opkomen. Ergens volgende week vind ik het zelf ook wel leuk om met een duiding te komen, al schrijft de literatuurwetenschap voor dat niemand zich daar iets van hoeft aan te trekken. Het klopt inderdaad dat ik de woorden nauwkeurig heb gekozen en geplaatst, dus goed om te horen dat het jou ook opvalt. Hartelijke groet, Jaap Slingerland

Lid sinds

9 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Hoi Kruidnagel, ondanks dat ik je gedicht niet kan ontleden, neemt het me mee in het ritme en de woorden. Ik zie zwoegen en voel volharding en vind het erg mooi!

Lid sinds

7 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Kruidnagel, ... wat nu raar is: je sleurde me meteen mee naar het verblijf van de Griekse goden. Voordat ik de reactie van Greetje had gelezen, bracht je me al in een rommeltje van rarigheden. Hiermee wil ik je niet beledigen, hoor! Het ligt allemaal aan mijn onkunde op dat gebied. Ik ben weer begonnen aan "Mytos" , het boek blijft mij verbazen, verwarren en verrassen. Groot compliment voor jou.

Lid sinds

3 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Tja: dankjewel! Zo doe ik misschien een klein beetje recht aan de ingewikkelde keuze die de hp niet wil aangaan. Ik word zelf al bij voorbaat moe van bv. een kras in de muur van het Stedelijk Museum (Amsterdam) en dan een lang manifest dat de beschadiging van het museuminterieur tot Kunst verheft. Anderzijds werd ik heel blij van de manier waarop mijn docenten uitleg gaven aan T. S. Elliott en James Joyce. Dus inderdaad vind ik dit alles zelf ook mooi en ingewikkeld :-). Riny: veel dank voor je compliment! Ik vind veel inspiratie en herkenning in het tipje van de godensluier dat Fry voor me oplicht. Zoals het spanningsveld tussen De Vrije Keuze en De Eeuwige Voorbeschikking, die ik nog goed ken via De Dubbele Predestinatie. Er zit zoveel feit in de Griekse fictie, ik heb nog geen idee.

Lid sinds

3 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Ik gaf elders al feedback. Hier even in het kort, te ingewikkeld voor mij. Waarschijnlijk weet ik gewoon te weinig, ontbreekt kennis om het binnen te kunnen laten komen en dan nog die punten ;) ;)

Lid sinds

6 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Kruidnagel: ik kan het niet uitstaan als ik iets niet begrijp, dus ik heb mijn best gedaan en denk een flink stuk gekomen te zijn, eigenlijk te vermoeiend voor leesplezier

Lid sinds

7 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Sstt ... Peter, ... kun je nagaan hoe ik me wel niet moet voelen. Ik heb wel een oplossing: pak het in gedachten in een mooi papiertje en verstop het achter de boeken in de boekenkast. Kan het even wachten tot later. ;) :D :crybaby: helpt niet. Overigens, ik heb weer een link. 'De sterke mannen' net gepost. Dank aan degene die dat in orde heeft gemaakt.

Lid sinds

2 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Kruidnagel, ik snap het niet en tegelijkertijd, op een ander niveau van aanvoelen, dat minder met logica en meer met intuïtie te maken heeft, weer wel. En dat vind ik heel straf. Je woorden zijn ook heel mooi gekozen. Petje af!

Lid sinds

8 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Mooi Kruidnagel! De poëzie schuilt in de puzzel. Of andersom. Ik hou persoonlijk van dat soort gepuzzel. Dat is m.i. het boeiende aan poëzie. Ik wil een gedicht niet maar één keer hoeven lezen. Dan is het, voor mij, een gedicht. Maar geen dichtkunst. Daar hoeft natuurlijk niet iedereen blij van te worden. Ik dus wel. :) :thumbsup:

Lid sinds

3 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Open ik op maandagochtend deze site, zie ik al die enthousiaste reacties! Mijn week is nu al goed ;-).

Zelf vind ik het ook leuk om juist te moeten puzzelen. Het leuke van een gedicht (maar ook wel van goed proza) vind ik dat je het juist niet in een keer snapt en wegwerpt, dat het houdbaar is, dat het je steeds iets anders zegt. Ze vertellen me weleens dat de Bijbel je hele leven tot je blijft spreken, maar mijn ontdekking werd dat tekst an sich dat vermogen heeft.

Het leuke van deze opdrachten vind ik de inspiratie; het fascinerende dat het zo simpel kan zijn. Zit je soms een uur naar een leeg doek te turen, staar je je blind, kom je niet verder dan wat platte rijmelarij; blijkt de muze soms gewoon te zijn dat je een thema neemt ('Polen in de bouw'), dat persoonlijk maakt ('Als ik dat nu was?'), het doorleeft ('Dan roept het deze dingen in me op'), en het daarna weer universeel verwerkt ('En dat zegt dit en dit over de mensheid en het bestaan'). Een krantenartikelfragmentje als dit bevat zo al minstens twee Grote Vragen: 'de generatiekloof' en 'je bestaanszekerheid'. En ook gewoon dat je er tijd voor neemt, en een fractie discipline.

Het leuke is ook dat binnen de poëzie letterlijk alles mag (en moet), of het nu extreem simpel is of juist cerebraal, zolang het maar iets oprechts te zeggen heeft. Hermetische teksten kosten inderdaad energie. Persoonlijk word ik echter juist moe als een tekst (meestal een boek) me achterlaat met een leeg gevoel; dat het verhaal niet ging over echte mensen, met echte gevoelens en problemen, dat de oplossingen niet realistisch zijn (uiteindelijk is de clou dan pais en vree). Gelogen wordt er al genoeg. Vooral daarom kan ik moeilijk geloven in een hemel waarin alles goedkomt. Hele misstanden zijn ermee gesust. Anderzijds, bij ons is het leven meestal kabbelend als een zomerbeekje.

Misschien kan ik het verduidelijken met een metafoor, niet bepaald origineel, maar uit het leven gegrepen. Dit heb ik geleerd van mijn schoonmoeder, een haast maniakale bergwandelaar. Het lijkt wel een wetmatigheid. Als ik in de zomer een toegankelijke berg bestijg, meestal in Oostenrijk, zijn er steeds minder mensen om me heen naarmate de tocht zwaarder wordt. Eigenlijk wil ik stoppen. Maar als ik nog een uurtje door klim (ze weet me vaak vrij sterk te motiveren), is het uitzicht altijd weer immens en overweldigend. Toch is er verder geen toerist meer te bekennen. De geestdodende afdaling doe ik er na die kick gewoon nog even bij. Daarna is het des te lekkerder bieren.

Een beetje zoals mijn dochter gisteren voor het eerst in de achtbaan ging, en daarna deed of het de normaalste zaak van de wereld was, terwijl ze meestal snel terugdeinst. Datzelfde gevoel kreeg ik tijdens de hoorcolleges Engelse literatuur: die wereld die voor je opengaat, nieuwe dimensies van jezelf, het risico op ontregeling en onthechting. Steeds minder naïef worden. Nooit tevreden zijn met makkelijke antwoorden, omdat die simpelweg niet bestaan. Maar soms ook gewoon zwelgen in het zonlicht dat oogverblindend schijnt in de tekst van een poëtisch begaafde levensgenieter. Hoe die pijn en dat genot samenvallen in sommige postkoloniale literatuur, dat is haast vakantie in je lijf, inclusief het ongemak. Hoe ik soms een grondige hekel heb aan Rembrandt en Shakespeare, terwijl ik weet wat ze te bieden hebben.

Lid sinds

6 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Kruidnagel: dit lijkt wel een nachtzoen (tv programma waarin gasten meer dan een zin achter elkaar mogen zeggen). Je zegt hoe je echt bent. Met in het achterhoofd hoe extreem je woordkeus en gedachtesprongen vaak zijn lees ik in dit interview met jezelf veel harmonie, en dat is prettig. Zelfs onder invloed van je nagenoeg maniakale schoonmoeder vind je na de klim de rust in het dal. Je permitteert je veel gedoogruimte, dat maakt je een sympathiek mens. Je bent overal in je tekst zelf aanwezig. Heel persoonlijk. Dank.

Lid sinds

3 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Mijn lezing van het gedicht.

De hp ligt op het strand te mijmeren over een bijtende opmerking van zijn vader die hem is bijgebleven. De woorden komen weer bij hem op omdat zijn studie hapert (een enigszins autobiografisch gegeven). Hij stelt zichzelf van die existentiële vragen die je vooral in die fase kunnen teisteren, 'wie ben ik' en zo.

Hij is zo opstandig (tegenover zijn vader, zichzelf, zijn studie, het leven) dat hij geen eerbiedige hoofdletters gebruikt (behalve voor 'Hij': de vloek in regel twee van het laatste kwatrijn). Dankzij zijn algemene ontwikkeling kan hij zich uiten in begrippen uit de geschiedenis, de filosofie, de religie. Nogal wat, en het duizelt hem dan ook. Wat is nu eigenlijk het elementaire verschil tussen hem met zijn studieuze voorland en die eerlijke, noeste, Oost-Europese bouwvakkers?

Tevens voelt hij de druk van zijn succesvolle voorgeslacht op zijn schouders, en de algemene druk vanuit de maatschappij (en zichzelf) om een solide financiële en emotionele basis te leggen voor de door hem en anderen gewenste levensstijl. Heeft hij eigenlijk wel keuzevrijheid, of wordt hij bepaald door zijn verleden? Anderzijds: juist nu ligt de hele wereld aan zijn voeten. Alles culmineert heel irritant. Misschien moet hij dan toch topsporter worden. Maar wel voor de zekerheid eerst nog even zijn studie afmaken.

De tekst heeft twee delen, bedrieglijk handig te herkennen aan de symmetrische vorm (kwatrijn + distichon en distichon + kwatrijn), die bovendien weer heel netjes scharnieren rondom het woordje 'maar' aan het einde van de eerste distichon, aansluitend bij 'mijn kracht bepaal ik.' aan het begin van het tweede (het geheel is al net zo schijnbaar overzichtelijk als het curriculum van een studie.) Die kracht, daarnaar streeft de hp, en wie eigenlijk niet? Maar wellicht tevergeefs, want het leven overkomt je helaas.

Analoog aan het contrast tussen de bouwvakkers en de studenten gaat deel één over het handwerk en deel twee over het hoofdwerk ('kop'). Handwerk: het eerlijke zweet, ultiem herkenbaar en ongecompliceerd. Deze gedachte typeert het (nationaal) socialisme en communisme. Het is failliet verklaard door het verloop van de twintigste eeuw, maar behoudt zijn charme, en blijft natuurlijk broodnodig. Bovendien is weinig zo indrukwekkend als een goed gebouw, zoals het British Museum, met die glazen overspanning van Norman Foster.

De hp denkt na over de fysieke kracht. Die is even verleidelijk als vergankelijk: zie de coulance met de 'zware beroepen.' De muur, dat is de grens tussen Oost en West, tussen kapitalisme en communisme, maar ook tussen hoger- en lageropgeleiden, en tussen ieder mens, en waartussen eigenlijk niet? We bouwen muren tussen groepen omdat we simpelweg dorst hebben (en honger), zowel fysiek als geestelijk, en omdat we willen vergeten en in het nu willen leven, gewoon genieten; het adagium geldt voor veel handwerkers (althans, daar is het explicieter). Vooral schnapps en vodka bieden die gezegende vergetelheid.

'Minder, minder, minder' refereert onmiddellijk aan de xenofobierechtszaak tegen Wilders (die van het Polenmeldpunt en de schijnzekerheid van het niet bestaande verleden). De steigerbouwers c.s. leven heerlijk, lekker buiten. Maar ze raken ook steeds eerder buiten adem, heel geleidelijk, bijna onmerkbaar. Hun spierkracht vormt hun houvast, maar spieren vervetten en het lijf breekt makkelijk.

De hp koppelt het bouwen van de Polen aan zijn eigen bouwwerk: zijn leven, zijn studie, zijn toekomst, zijn geluk. De doemprofetie van zijn vader, en hoe hij daaraan kan ontsnappen. Hij heeft veel cadeau gekregen ten opzichte van anderen: zelf telg uit een succesvol geslacht (al was het maar doordat hij opgroeit in het Westen), en met zijn kennis bouwt hij bovendien voort als de spreekwoordelijke dwerg op de schouders van een reus, zoals de wetenschappelijke wereld zichzelf soms omschrijft. Ook dat is echter slechts een torso, al is het sterk als dat van de giganten (woest, oeroud, en toch verslagen; zelfs de grootste beschavingen, steden en bouwwerken zijn uiteindelijk gevallen). Ze staan ook symbool voor de oude verhalen en geloven, waar je iets mee aanmoet. De pretenties zijn namelijk enorm (een enigszins autobiografisch gegeven).

Juist de zintuiglijke vrijheid die de hp ervaart in deze vakantie aan het strand doet hem denken aan zijn echte, innerlijke en existentiële vrijheid. Heeft hij de keuze? Geen orakel dat het weet. Vast staat dat je moet dealen met je opvoeding, je culturele bagage, je genenpakket. De hp denkt ook na over het zeewater, hoe het vernietigt, snel of juist extreem langzaam, en desondanks, of juist daardoor, schept. Het omspant de wereld, het definieert zelfs de wereld. Het is weids en niet te overzien. Het heeft ons uitgedaagd, we hebben varend nieuwe werelden ontdekt die ons bestaan hebben verrijkt, maar waarvoor we ons nu ook schamen (of niet).

De zee is een muur, maar ook het tegendeel daarvan. De zee staat tevens voor de menselijke kennis. In het paradijs at de mens van de boom der kennis (van goed en kwaad). Kennis is tegelijk een zegen en een vloek. Wie door beschikking belast is met slimheid, moet zich overal van alles over afvragen, zijn hoofd staat nooit stil. Die mensen die gewoon domweg geloven en/of gelukkig zijn, zij lijken daar geen last van te hebben. Je kop wordt er hoorndol van.

Het bot verwijst naar de spieren. Spieren vergaan, botten blijven soms ettelijke millennia later nog vindbaar. De vloek van de kennis moet worden omarmd, door tot op het bot door te vragen. Daar staat de hp op: het is namelijk de enige weg tot verlossing. 'Erop staan' verwijst ook naar de reuzen van daarnet: hij staat op de schouders van zijn voorgeslacht, en dat gaat diep (tot op het bot).

De vloek, de Hij met een hoofdletter: het is de antagonist pur sang, en eveneens zijn sterkste medestander, en ten dele zijn identiteit. Misschien is het God. Misschien is het Darth Vader.

Relic

I found this jawbone at the sea's edge:
There, crabs, dogfish, broken by the breakers or tossed
To flap for half an hour and turn to a crust
Continue the beginning. The deeps are cold:
In that darkness camaraderie does not hold.

Nothing touches but, clutching, devours. And the jaws,
Before they are satisfied or their stretched purpose
Slacken, go down jaws; go gnawn bare. Jaws
Eat and are finished and the jawbone comes to the beach:
This is the sea's achievement; with shells,
Vertebrae, claws, carapaces, skulls.

Time in the sea eats its tail, thrives, casts these
Indigestibles, the spars of purposes
That failed far from the surface.
None grow rich In the sea.
This curved jawbone did not laugh
But gripped, gripped and is now a cenotaph.

Ted Hughes, 1958

(Vertaling en bespreking: http://www.tijdschrift-filter.nl/webfilter/vrijda…)

Moïra is de klassieke schikgodin, die verbeeldt hoe vast het leven vooraf al staat. Maar daarmee ook staat voor het heilige moeten waarmee we haar tarten om zodoende volwassen te worden.

Verdere dubbelzinnigheden gaan schuil in de eerste twee regels:

  • 'Hadden we dat handwerk nu niet eens' zegt: 'We kunnen er niet zonder'; '[...]
  • handwerk nu niet eens/ gezien?' stelt: 'Hou nu eens op met idealiseren van dat handwerk, kijk wat er van is gekomen.'
  • 'Bouw ik verder/ dan ooit': de kennis overstijgt de spierkracht.
  • En inderdaad het mijmerende 'zo leven, buiten' als parallel van 'zo, als dit zeewater/ doorsijpelen, wegvreten. scheppen.'
  • En de energie, de pit van de student, in subtiele krachttermen als 'fascistoïde,' 'teistert' en 'kop'.
  • En er is hier en daar nog wat alliteratie en assonantie, en een bepaald stuwend ritme.

Wat is het toch heerlijk om dit soort essays te schrijven ;-). Of eigenlijk is het meer close reading.

Lid sinds

6 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Kruidnagel: ik zou dit essay de titel '99+' willen meegeven. Je maakt het wat makkelijker om je gedicht te lezen.

Lid sinds

3 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
PeterFD: Haha, het zijn er inderdaad over de duizend (mijn twee A4'tjes). Kun je nagaan wat de kracht is van een gedicht. Essays, misschien kan SOL er een FB-groep voor oprichten ;-) Dank voor je nachtzoenopmerking. Punt is wel dat ik niet tot mijn recht kom als ik praat; dan ben ik helemaal een chaos. Dan zing ik liever. Anderzijds: de mens is niet samenhangend. De werkelijkheid is ook niet samenhangend. We doen maar halsstarrig alsof, met taal. Moïra volgt wel de taalregels. Meestal. #tragiek #tongueincheek

Lid sinds

6 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Kruidnagel, je bent 'overwhelming'. Weet dat ik je gedicht en de reacties aandachtig heb gelezen en 'bouche bée' blijf.

Lid sinds

6 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Kruidnagel: jij zult associatief denken, ik denk gestructureerd, ik deel daarom - voor mijn persoon - niet je aanname dat de mens onsamenhangend is beide typen kunnen van het andere leren, jij zou wat aan structuur kunnen hebben, ik zou uit mijn boom kunnen springen en vrij rondlopen in de chaos zoals je zegt: we hebben de taalregels als anker / reddingboei

Lid sinds

3 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Mili: merci tant beaucoup! Savez que je suis honoré. (Tot zover mijn middelbareschoolfrans; straks ga ik weer naar de Jura om het een beetje bij te spijkeren ;-).)

Lid sinds

3 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
PeterFD: ik denk inderdaad associatief. Mijn vrouw ook, die werkt in de kunsthoek. Mijn broer niet: die is programmeur geworden en verdient wél best veel geld, maar zijn leven vind ik te eentonig. Hij vindt mijn leven denk ik te onzeker. Daar hebben we allebei gelijk in. Gelukkig bestaat er orde. Gelukkig bestaat er ook chaos. Anders was ik taalkundige geworden. Nu was de letterkunde onvermijdelijk, hoop ik. Het bovenstaande is een structuur, maar of hij klopt, weet ik niet. Het was op de uni hoe dan ook een grote worsteling om structuur aan te brengen in mijn essays, en de kracht ervan had ik enorm onderschat. Het leek me saai, ten onrechte.

Lid sinds

6 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Kruidnagel: het essay is voor mij het koningsnummer onder de korte teksten mijns inziens omdat het (goede) geschreven wordt op literair (taalkundig geschoold) niveau en over een wetenschappelijk onderwerp gaat, met originele vraagstelling, zowel observeert als verklaart en evalueert, liefst ook aanbeveelt het essay helpt de wetenschap een stukje verder in de eruditie, het is voor allen die er toegang toe hebben; education permanente helaas zie je meer pogingen tot een essay dan geslaagde, maar dat hoort erbij mijn leraar sprak de wijze woorden: een essay moet je driemaal weggooien de middelbare school daargelaten heb ik geen enkel essay geschreven, voor jou ligt het op je weg als je je in het keurslijf kunt wringen, de inhoud en levendige gedachtenwereld lijk je al te hebben we gaan het zien

Lid sinds

3 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
PeterFD: veel dank voor je geloof in mijn kunnen en zijn. Laat me een misverstandje ophelderen. Ik gebruikte het woord 'essay' omdat we onze onbeholpen analyses van thema's en teksten ('In your opinion, does Harry Potter belong to the literary canon? Please expound.' en 'Explain the relationship between antisemitism in The Merchant of Venice and in the Dreyfuss affair.'), producten van 1000 woorden in vijf alinea's, op de uni academic essays noemden, dus het is een beetje misleidend idiolect van me. Ik matig me niet aan dat ik het niveau al heb bereikt van de essayist die jij beschrijft; zeker niet in het bovenstaande associatieve, ruwe verhaaltje. Als ik een Willem Jan Otten lees: die heeft al zoveel status en erkende eruditie op zijn conto, daar kun je tenminste mee aankomen bij de essaylezer. Al gaat het natuurlijk per saldo om de inhoud en de vorm. Laatst las ik Wormen en engelen van Maarten van der Graaff. Hij is begonnen als dichter en schreef daarna dit schitterende boek; zoiets lijkt me wel wat. Nu alleen nog een uitgever vinden. En een boek schrijven. En een dichtbundel. En als dat lukt, misschien eens het essay aandurven. Ik ben nu slechts een eenvoudige vertaler, naar wie niemand luistert. Natuurlijk moet ik daarbij mijn eigen weg volgen, met die christelijke preoccupatie van me.

Lid sinds

6 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Kruidnagel: je hebt realistische zelfkennis, maar je ziet ook een mogelijke weg, heel goed ik heb met vertaalwerk mijn boerderij verdiend, dus ik weet wat het is ik verwacht dat je christelijke preoccupatie zal leiden tot een scheiding tussen buitenkant en binnenkant, tussen religie en essentie, maar wie ben ik dat ik mij daarmee zou willen bemoeien, ik baseer mij op eigen ervaring en projecteer die

Lid sinds

3 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Het zal me benieuwen. Sinds ik heb toegegeven aan mijn schrijfvermogen, verhoud ik me kritischer tot het geloof. Maar in de praktijk heeft dat ongewenste gevolgen. Het is een negatieve houding. Vermetel. Ik leef liever als iemand die iets vond dan iemand die iets verloor. Ik wil vooral blijven zoeken naar waarheid, maar ook naar relaties, onder meer met mijn schoonvader, conservatief predikant, maar ook met zijn zoon, die niet meer gelooft, en terecht vindt dat ik op hem lijk, qua denken. Dat noopt me dus wel om eerlijk te zijn, en niet alleen diplomatiek; in ieder geval tegen mezelf. Het is nogal brisante materie, dus achteloze communicatie maakt meer kapot dan me lief is. Hopelijk behoedt het me voor al te grote woorden, tenzij de kruik barst. In ieder geval wil ik niet vervreemden van mijn gezin. Oef, wat klinkt dat heftig. Het zal ook allemaal wel loslopen, zolang ik maar een beetje eerlijk blijf. En diplomatiek. Thuis leid ik liever het luchtige bestaan. De diepgang, maar ook de humor waar profielen op datingsites zo clichématig om smeken.

Lid sinds

6 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Wat de mensen die je familie vormen en alle andere om jou heen bindt is de kern, de zin, die je steeds duidelijker in het vizier krijgt door met elkaar te leven. De rest eromheen is de verpakking, conservatief, progressief, negatief, positief het maakt in wezen niet uit als mensen elkaar respecteren voor het jasje dat zij aantrekken, het petje dat zij opzetten, de politieke partij waarop zij stemmen. Ieder zijn meug. Als ik reis dan verblijf ik liefst bij mensen thuis, voor een ontmoeting. Met respect ben je overal welkom, de godsdienst reken ik voor het gemak dan tot de cultuur, in het gesprek ontmoeten we elkaar in het universele. Wat je zegt: eerlijkheid is zo'n essentie.