Afbeelding

Het klooster in!

Vroeger wist ik niet wat ik wilde worden. Dat ‘vroeger’ duurde bij mij best lang, tot mijn zesendertigste om precies te zijn. Pas toen dacht ik: ik word journalist! In de loop van de jaren kwam er, zoals dat met dromen gaat, een nieuwe droom bij. Of beter gezegd, een oude droom werd afgestoft en vooraan in de kast gezet. Ik wilde een boek schrijven!

‘Maar heb je wel een verhaal?’ vroeg literair agent Remco Volkers, nadat ik hem ontmoet had tijdens een workshop over debuteren. Hij stelde precies de juiste vraag. Ik had namelijk geen verhaal. Natuurlijk leefden er personages in mijn hoofd en kon ik verhaallijnen bedenken, maar ik wilde een bepaalde urgentie voelen. Een hartsverlangen dat alle uren van eenzame opsluiting, schrijven en schrappen zou rechtvaardigen.

In december 2015 werd ik door het CAO gebeld met de vraag of ik Nederlandse bijles wilde geven aan een Eritrese jongen. Bijna achttien, in Nederland zonder familie, maar met een hoofd vol dromen. Ik werd gegrepen door zijn verhaal, zijn humor, geloof en persoonlijkheid.
Op een avond stapte hij met zijn boek en schrift onder zijn arm onze huiskamer binnen. Maar in plaats van de klinkers en de medeklinkers nog maar eens een keertje te herhalen, vertelde hij over zijn land, zijn vlucht en over de grote twijfel die hij nu voelde. Was hij een Nederlander of Afrikaan, en wie wilde hij eigenlijk zijn?
‘Ik bin helemaal twijfelte, Natasja.’

En TJOEP opeens was het er! De drang om over deze jongen en onze band te schrijven, opdat dit verhaal over vluchten, veerkracht en vriendschap nooit verloren mag gaan. Ik begon stiekem aantekeningen te maken. Hoe ruikt hij? Naar knoflook, ui en shisha met appeltabak. Wat eet hij? Enjera met saus, hard smakkend. Wie is er belangrijk in zijn leven? Zijn lieve Amna (oma) die hem leerde koken en liefhebben, en wie hij nu het meeste mist. Mijn notitieblokje raakte langzaam vol.

Het echte schrijven is nu begonnen. Van Thomas Verbogt kreeg ik de tip om eens te starten met het uitwerken van het hoofdstuk waar het hele verhaal om draait en waar de eerste wrijvingen ontstaan in onze bijzondere vriendschap. Ik laat me met mijn handen op het toetsenbord meevoeren naar dat moment en… dan wordt er hard op de deur geklopt. Mijn man vraagt of ik de grijze bak buiten kan zetten. ‘Je bent er toch!’ Mijn dochter is de volgende met een ‘Mam, ik heb hondenpoep aan mijn skateboard.’ Zo werkt het niet voor mij! Ik surf over het web en vind een klooster met gastverblijven, inclusief eten en een bibliotheek om ongestoord te werken. Ik weet, geen uitgeverij zit op mijn verhaal te wachten, geen consument mist mijn boek als het nooit geschreven wordt. Maar ik wel. Die noodzaak zorgt ervoor dat ik op een mooie herfstdag door een kloostertuin loop en na een paar Weesgegroetjes heerlijk aan de slag ga.

Natasja Bijl is journalist en schrijft onder andere voor Marie Claire, Ouders van Nu en YogaMagazine. Ook maakt ze regelmatig items voor Schrijven Magazine. Op dit moment is zij gestart met het schrijven van de eerste hoofdstukken van haar roman, wat lang niet altijd gemakkelijk is naast werk en een gezinsleven! 

Techniek

Comments

Lid sinds

7 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Natasja Bijl, Ik lees dit: ‘Maar heb je wel een verhaal? 'En TJOEP opeens was het er!' 'Het echte schrijven is nu begonnen' 'Zo werkt het niet voor mij! Ik surf over het web en vind een klooster met gastverblijven, inclusief eten en een bibliotheek om ongestoord te werken.' Zijn een klooster met gastverblijf, eten en bibliotheek echt nodig om te kunnen schrijven? groet,