Afbeelding
Adrien Olichon via Pexels
Adrien Olichon via Pexels
Een goede scène moet stevig in de schoenen staan. Het kan een schakel zijn om het plot een andere kant op te sturen en zorgt ervoor dat het verhaal zelf stevig staat. Daar komt heel wat bij kijken, zoals je leert in deze artikelenreeks. Deze week kijken we naar de cliffhanger. Want die leert je iets wat je op iedere scène toe moet passen.
De cliffhanger zie je vaak in soaps. Toevallig of niet: je kan een cliffhanger ook herkennen aan de afkorting S.O.A.P.:
Het gemiddelde boek is wat subtieler dan de dramatische cliffhanger uit een soap. Maar uit S.O.A.P. kan je wel iets halen dat iedere scène in meer of mindere mate moet hebben: een verandering die wezenlijke gevolgen heeft. Net als bij een cliffhanger moet de lezer of het personage de neiging hebben om te zuchten of te roepen: dat meen je niet!
Een cliffhanger, cliché of niet, laat het verhaal niet zozeer een andere kant op gaan, maar zet het compleet op zijn kop. Het plot gaat niet in stapjes naar een soortgelijke situatie. Het zoekt meteen de andere kant van de medaille op. Iemand die dood leek, blijkt levend, trouw verandert in ontrouw, kerngezond verandert in terminaal ziek, enzovoorts.
‘Dat meen je niet!’ moet impliceren dat iets verandert in een mate dat het verhaal nu een compleet andere wending krijgt. Bij zowel een cliffhanger als een minder dramatische scène.
De verandering die ‘Dat meen je niet!’ uitlokt, hoeft in een scène niet altijd dramatisch te zijn. Soms is het zo subtiel dat het niet eens echt opvalt. Als het een simpele tegenstelling is, kan het ook al werken. Bijvoorbeeld:
Je personage gaat op bezoek en verwacht dat de vriend thuis zal zijn, om gezellig thee te kunnen drinken. Maar dat is niet zo. Het is niet per se een ramp, maar je personage zal nog wel zuchten: ‘Dat meen je niet’:
Hoe serieus of onschuldig de reden ook is dat Vriend niet thuis is, de ‘originele’ scène van het theedrinken kan niet langer doorgaan. En dus moet er iets anders gebeuren om het verhaal af te ronden of verder te laten gaan, anders werk je een anticlimax in de hand. En dus is de volgende vraag: wat nu? Hoe gaat het verhaal nu verder?
Als je op deze manier in iedere scène iets verandert, zorgt dat ervoor dat je spanningsboog intact kan blijven. Een van de randvoorwaarden van een verhaal is dat het niet stil mag staan. Op de een of andere manier moet het verdergaan. Als er steeds opnieuw iets verandert, is er dus steeds iets nieuws om over te vertellen, om over te schrijven. Het zorgt ook voor actie-reactie, wat ook nieuwe informatie geeft aan de lezer over personages, thema of het plot.
Een scène hoeft niet met een verandering te eindigen, die verandering kan overal plaatsvinden. Als je scène een verandering in zich heeft, zal die al snel slagen. Pas daarbij wel op dat je de goede intensiteit bepaalt voor de scène. Ga dus niet vol in de S.O.A.P. als iets alledaags verandert. Om de intensiteit van de verandering goed in te schatten, kan je de schaal van normaal gebruiken.
Nadine van de Sande is freelance copywriter en schrijfster. Op verhaalentaal.blog post ze wekelijks een uitgebreide tip voor creatief schrijven. Als manuscriptredactrice en schrijfcoach helpt ze schrijvers het beste uit hun werk te halen. Ze geeft ook een cursus dialogen schrijven.
Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.
Met een combinatie-abonnement Schrijven Magazine en Boekenkrant krijg je 50% korting én veel leesplezier.
Abonnees profiteren van extra voordelen.
Nog beter leren schrijven? Volg dan een online schrijfcursus bij Schrijfcurssen.nu! In 4 lessen + feedback, te doen wanneer het jou uitkomt. Met korting voor abonnees!