De fantastische feelgood: de vreemde eend in het dorp

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de ‘rare’ van het dorp. 

Het dorpje van een feelgood 

Feelgood speelt zich vaak af in een klein dorp, waar iedereen elkaar kent. Dat dorp is soms ook van het soort waar roddel een manier is om mensen uit te sluiten. Want in een kleine, overzichtelijke gemeenschap is geen ruimte voor iets nieuws, of iets anders. En toch is er dan die ene inwoner. De kluizenaar, kunstenaar of een kruidenvrouw die in dat dorp woont en diens eigen ding doet, terwijl de rest van het dorp daar met een bepaalde minachting naar kijkt. 

De vreemde eend in het dorp als trope

Zelden of nooit is de vreemde eend in het dorp de held van het verhaal. De held is degene die deze buitenstaander geaccepteerd laat worden in het dorp. Maar de held kijkt de buitenstaander eerst ook als ‘rare’ aan. Vanwege wantrouwen – kunnen kruiden echt iemand genezen? – of angst – dat uiterlijk of die ideeën lijken vreemd of zelfs gevaarlijk. Pas als je held zelf ergens tegenaan loopt en in het dorp ook geen steun vindt, of iemand die met hetzelfde worstelt. Tot de buitenstaander in beeld komt. Dat maakt het risico groot dat je felegood te veel leunt op het cliché dat de held als reddende engel opkomt voor deze vreemdeling. Dan krijgt je hoofdpersonage te veel de rol van de reddende held en de vreemdeling die gered moet worden. 

Wat zegt dit over je dorp? 

Je verhaal wordt interessanter om over te lezen als je deze trope benadert vanuit het perspectief van het dorp als geheel. Wat zegt het als je dorp zó hecht is dat iemand die er niet is geboren, er nooit thuis kan horen? Waarom is het zo aanstootgevend dat er een kunstenaar in het dorp woont die zich ‘te goed voelt’ voor een kantoorbaan? Betekent dat dat de negentig procent van de dorpsbewoners met een kantoorbaan eigenlijk doodongelukkig is?

Met de antwoorden op die vragen kun je je meerdere verhaalthema’s uitwerken. Zo staat je feelgood altijd steviger in de schoenen, dan wanneer het grootste deel van het boek uitgaat van het idee dat ‘mensen elkaar vinden’ of er iemand gered moet worden. 

Feelgood met een zwaar onderwerp?

Je hoeft in een feelgood niet te beschrijven hoe de meeste dorpsbewoners eigenlijk ongelukkig zijn. Dan gaat het verhaal zijn genre voorbij. Maar ergens dieper op ingaan staat niet gelijk aan zwaarmoedig schrijven. Kijk of je daar een grijs gebied in kan vinden. Benoem het genoeg om er een verhaal mee te schrijven, maar maak het niet te zwaar. Is het thema van het dorp ‘je ergens thuis voelen'? Dan hoeft het niet over heftige immigratieverhalen te gaan. Je kan je ook (niet) thuis voelen in de klas, je kan een andere rol willen in je vriendengroep, niemand hebben om mee te praten… Omdat deze problemen niet zo ingewikkeld zijn, is het ook makkelijker om te schrijven over de tegenpool: momenten waarop mensen elkaar vinden in een gezellig café, met een kat op schoot om even te kunnen huilen en lachen. De week kan weer beginnen. 
Die momenten waarop mensen elkaar vinden en zo naar elkaar toe groeien, kunnen samen een uitstekende feelgood vormen. Eentje die bovendien op meer dan een simpele trope leunt. 

Over de auteur 

Nadine van de Sande is freelance copywriter en schrijfster. Op verhaalentaal.blog post ze wekelijks een uitgebreide tip voor creatief schrijven. Als manuscriptredactrice en schrijfcoach helpt ze schrijvers het beste uit hun werk te halen. Ze geeft ook een cursus dialogen schrijven