De fantastische feelgood: de onderschatte everyman

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meeste haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de onderschatte everyman.  

Wat is een everyman?

De everyman is een archetype; een soort blauwdruk voor wat voor type je personage is en wat voor karaktertrekken en heldenreis daarbij passen. De everyman is Jan met de pet. Die wil er graag bij horen en zich met anderen verbinden, maar wel zonder al te veel stennis te schoppen. Anders dan de traditionele held springt er niet veel echt uit, wat karaktertrekken betreft. Alles gaat zo zijn gangetje. Dat is bij uitstek geschikt voor een feelgood. Kat op de vensterbank, knus cafeetje… Bij dat plaatje past geen personage dat in zijn manier van doen aan de hele wereld moet laten weten dat hij de grote held is.

De held die we zelf zouden kunnen zijn

En toch is er in cozy murder mysteries daar de everyman die door de politie wordt onderschat en niet serieus genomen wordt, ook al staat degene die de moord op kan lossen recht voor de neus.
Dit werkt uitstekend in een feelgood. Meestal vinden lezers hun alledaagse leven niet zo spannend. Zeker niet in vergelijking met enkele bekende fictieve helden. De hoofdpersonages in het feelgoodgenre voelen realistischer aan, omdat ze net iets meer op ons lijken. Het is immers waarschijnlijker dat je je ooit in een boekencafé gaat bevinden waar ook een kat woont, dan dat je de uitverkorene bent die de wereld moet redden.

Een te mooie spiegel

De lezer heeft met de onderschatte speurneus nog meer dan anders de mogelijkheid om zichzelf in de heldenrol van het personage te verplaatsen. Onderschat niet hoe snel je everyman alsnog verandert in een buitengewone superman. Powerfantasy kan nog steeds in je tekst sluipen, ook al lijkt het dat de protagonist ‘nog net is zoals wij allemaal’ omdat hij tussen het speuren door iedere doordeweekse dag van negen tot vijf werkt en een gezin en een hond heeft.

Pas goed op dat je de held niet te veel talenten geeft, of hem te makkelijk iets laat oplossen, zéker bij feelgood. Feelgood betekent niet dat het verhaal in de slechte zin van het woord te simpel mag zijn, omdat het een genre is waarbij de lezer vooral ontspannen en vlot moet kunnen lezen. Maak de spiegel die je lezer voor zich neigt te hebben bij feelgoodhelden niet te glimmend.   

De nodige spanning

Je kan nog steeds de nodige spanning en talenten meegeven aan de everyman zonder van je feelgood een thriller of één groot machtsvertoon te maken. Zorg daarvoor dat de politie niet te veel op de voorgrond komt. Lees: laat het leeuwendeel van het mysterie niet bij de eindeloze verhoren liggen, maar concentreer je op de personages in het dorp, hoe hun onderlinge relatie is en hoe het leven zich voortzet, ook ná de moord of het mysterie waar de politie bij betrokken is. Natuurlijk moet er wel de nodige consternatie of afschuw zijn. Maar zie de misdaad eerder als een subplot met een eigen (nare) sfeertje, dan datgene waar het hele verhaal om draait.  Bij een feelgood ligt de nadruk nog altijd op de belevingswereld van de relatief ‘simpele’ personages, met een everyman-manier van doen.

Over de auteur

Nadine van de Sande is freelance copywriter en schrijfster. Op verhaalentaal.blog post ze wekelijks een uitgebreide tip voor creatief schrijven. Als manuscriptredactrice en schrijfcoach helpt ze schrijvers het beste uit hun werk te halen. Ze geeft ook een cursus dialogen schrijven.