De fantastische feelgood: de geboorteplaats

Een feelgood is vrolijk, niet al te ingewikkeld en heeft voor de spanningsboog nog een beetje drama. Maar dat betekent niet dat het verhaal weinig inhoud heeft of eenvoudig is om te schrijven. In deze serie leer je hoe je het meest haalt uit een ‘simpel’ genre en hoe je dat het nodige gewicht geeft. Deze week: de geboorteplaats.

Terug bij af

Vaak gaan personages na een scheiding of ontslag terug naar hun geboorteplaats om zaken weer goed op een rijtje te zetten. Vaak blijven ze daar ook, omdat die nieuwe manier van leven beter bij hen past. Ze zijn dus terug waar ze ooit begonnen zijn, maar dan in de positieve zin; op een manier die hun leven verrijkt. Dit is op zichzelf een prettige insteek voor een boek. Zo heb je het spreekwoordelijke cirkeltje mooi rond. De vraag die je jezelf daarbij moet stellen is: wat is onder de oppervlakte de betekenis van dat cirkeltje?

Wat is het cirkeltje?

Stel dat je hoofdpersonage is ontslagen. Het gaat van een leven met tijdstuk en status in de stad naar het rustige, anonieme platteland en komt erachter dat kleinschalig werken veel beter aansluit bij diens ideale leven. Die kantoorbaan was er alleen maar om de ouders na de middelbare school niet teleur te stellen met een ‘eenvoudige’ baan of opleiding.
Dat is de eerder genoemde oppervlakte. Wil je meer uit je verhaal halen, vraag je dan af of er iets is dat ervoor zorgde dat je personage zélf ook naar de stad wilde vertrekken.

  • Was het vroeger een pleaser en eigenlijk nu nog steeds?
  • Moet het zich nuttig kunnen voelen (in een belangrijke baan)?
  • Was er toch een hang naar avontuur, ondanks de betrouwbaarheid van het leven op het platteland?

Kortom: tussen het begin van het leven op een andere plaats en de terugkeer naar de geboorteplaats is er iets dat niet veranderd is en niets te maken heeft met de eigenlijke plaats, voormalige ex-partner of baan. Dat heeft vaak met karakter of een bepaalde, meer diepgaande levenservaring of -overtuiging te maken. Het cirkeltje dat je rond wil maken met de terugkeer naar de geboorteplaats is dat iets wat eerst niet opgelost kon worden, of waar op een andere manier de tijd niet rijp voor was. Maar op het eind van het verhaal in de geboorteplaats, komt dat alsnog goed.

Ik ken je nog van vroeger!

Of het hele dorp je personage nog van vroeger kent, of je personage als Wim Sonneveld in een compleet veranderde omgeving terechtkomt: waak voor het cliché dat je vrijwel alles aanwijsbaar vergelijkt met de situatie zoals die vroeger was.

Als je de terugkeer naar de geboorteplaats aanneemt als het begin van de drie-aktenstructuur, probeer dan na het inciting incident niet of nauwelijks meer terug te blikken. Zowel je personage als je verhaal moeten verder. Hier en daar een flashback of een gesprek met een oude bekende kan geen kwaad. En natuurlijk mogen oude vrienden als medepersonage worden ingezet.

Maar probeer ervoor te waken dat alles een directe vergelijking wordt tussen vroeger en nu.

Als je toch wil dat de situaties van vroeger en nu als een contrast of vergelijking lezen, kan je dat alsnog uitwerken door middel van een sterke uitwerking van of een verdieping op je verhaalthema. Of zet beeldende symboliek of sfeeromschrijvingen in.

Over de auteur

Nadine van de Sande is freelance copywriter en schrijfster. Op verhaalentaal.blog post ze wekelijks een uitgebreide tip voor creatief schrijven. Als manuscriptredactrice en schrijfcoach helpt ze schrijvers het beste uit hun werk te halen. Ze geeft ook een cursus dialogen schrijven.