UKV's van de week: Kier in het licht en Aan de deur

Iedere week zetten wij vijf ultrakorte verhalen in de schijnwerpers. Wil jij ook een ultrakort verhaal schrijven? Doe mee in onze Facebookgroep.


Asko De Vries Robles - HERSENKRONKEL

24 januari

In het restaurant van het ziekenhuis zit een zwaarlijvige man in een rolstoel. Hij groet mij in het voorbijgaan en neemt zijn New York Yankee pet voor mij af. Over zijn kale schedel loopt een litteken. Ik probeer niet te staren.
Hij zet zijn pet snel weer op.
Naast hem zit een donkerharige, pracht van een dame.
Ze houdt zijn hand vast, snijdt zijn vlees. Hij laat het zich smaken. Haar ogen stralen.
Ik voel met haar mee, niet zozeer met hem.
Hij heeft geen weet van haar liefde. 
Zij snijdt zijn vlees en hij eet.

Jacqueline Van Meerten - Kier in het licht

25 januari

Ze had bruine ogen die mensen aantrokken als licht in een gedempte kamer. Warmte, gezelligheid, drama; alles draaide om haar. Problemen loste ze niet op, ze vergrootte ze.
Haar zoon leek op haar, in zijn gezicht en het gedrag. Een spiegel die bleef spreken. Ik vroeg hem eens hoe zijn vader dat toch had volgehouden: zoveel kinderen, en een zon zonder schaduw.

Hij zei: ‘Mijn vader is er tussenuit gepiept.’

Die zin was klein, bijna licht, maar droeg een diepe afgrond. Geen vertrek of reis, maar een plots verdwijnen. Alsof iemand langzaam oploste in de rust zonder zijn finale.

Gea van der Helm - Blind date

26 januari

De takken van de treurwilgen rond de vijver tekenen cirkels in het water.
Hij zit voorovergebogen op een bankje. Zijn hand tast naar de bruine papieren zak naast hem.
Grijpt mis.
Ik schuifel naar hem toe en leg mijn arm warm op de zijne. Onze vingers verstrengelen zich. 
Samen strooien we de stukjes brood. 
De zwanen komen onze kant op.

Het begint met kruimels.

Elsbeth Boom - Aan de deur

27 januari

De deur staat op een kier.
Meer heeft hij niet nodig. Ze zal niet weten wat haar overkomt. Niks vermoedend van zijn ware bedoelingen, tot het te laat is.
Hij wordt steeds beter. In het begin liet hij zich nog wel eens wegsturen. Maar niet meer. Nee, nooit meer. Hij weet wat de vrouwtjes willen horen. Ze mogen wel denken dat ze zelfstandig en geëmancipeerd zijn, maar uiteindelijk doen ze toch wat hij wil. Hij is de man, neemt de leiding. Laten we wel zijn: dat is toch wat ze allemaal willen?
‘Goedemorgen mevrouw, ik kom de meter controleren.’

Jup Goffin - Ongewenst

28 januari

De deur staat op een kier en ik hoor mijn vader en moeder praten.
‘Lieverd, ik heb hem nooit gewild, dat weet jij ook. Het was je vader. Hij kan zo vreselijk doordrammen en ik was vrij jong, kende hem net en durfde niet tegen hem in te gaan.’
‘Ja, en hoe verklaren we dan dat hij er opeens niet meer is?’
‘Een ongelukje, of zo!’
Ik heb genoeg gehoord, storm de kamer binnen, zie mijn moeder met een oerlelijke vaas in haar handen staan en barst in lachen en tranen uit.