Lid sinds

4 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

#591 - Afhandelen

1 januari 2026 - 16:16

Om halfelf gaat de bel. Sonja legt de rekenmachine weg en kijkt op van de kasboeken - rode cijfers die door het papier heen bloeden - en ziet door het matglas een silhouet dat ze herkent aan de manier waarop het gewicht rust op één been. Dertig jaar geleden. Sommige lichamen blijven hangen als littekens.

'We zijn gesloten,' zegt ze, maar ze opent toch.

Hij is oud geworden. Het haar dat toen nog donker was, ligt nu als vaal stro over zijn schedel. De huid hangt aan zijn kaken als natte was. Maar de ogen - grijs als vuil ijs - die zijn hetzelfde.

'Sonja.'

Alleen haar naam. Zoals toen ook.

Ze laat hem binnen in de foyer waar de rode lampen al zijn gedoofd. De fauteuils staan leeg als opengegraven graven. Morgen komen de slopers. De gemeente heeft het pand verkocht aan een projectontwikkelaar die er studentenflats van gaat maken. Jonge mensen die neuken zonder te betalen, in kamers waar neuken werk was.

Boven kraakt de vloer. Lotte die naar beneden komt in haar spijkerbroek en t-shirt, een tas over haar schouder. Geen make-up meer, geen rode lingerie. Haar haar in een staart zoals studentes dat dragen. Ze blijft staan halverwege de trap als ze de man ziet.

'Sonja?'

'Ga maar,' zegt Sonja. 'Ik handel deze wel af.'

Lotte kijkt naar de man, dan naar Sonja, en knikt. Bij de deur draait ze zich om.

'Bedankt,' zegt ze. 'Voor alles.'

Sonja denkt aan hoe Lotte binnenkwam, anderhalf jaar geleden. Achttien en mager als een vogel, blauwe plekken op haar ribben die ze probeerde te verbergen. Hoe haar handen trilden de eerste keer dat ze zich uitkleedde. Hoe Sonja haar had geleerd haar lichaam te gebruiken als gereedschap in plaats van als straf.

'Succes in Antwerpen,' zegt Sonja.

De deur valt dicht. Het is stil in de foyer.

'Je bent m'n laatste,' zegt ze.

Hij knikt. Haalt zijn portefeuille uit zijn binnenzak en legt vijf briefjes van honderd op het tafeltje naast de fauteuil. Hetzelfde bedrag als dertig jaar geleden, andere munt. Ze pakt het geld. Vouwt het dubbel en stopt het in de zak van haar vest.

Zijn handen trillen - niet van nervositeit, zoals dertig jaar geleden, maar van iets wat van binnenuit vreet.

'Ik ga dood,' zegt hij. 'Longkanker. Drie maanden, zegden ze. Maar dat was er al vier geleden.'

Ze schenkt twee glazen cognac in uit de fles die ze had bewaard. De drank ruikt naar koper.

'Waarom kom je terug?'

Hij drinkt. Hoest. Er komt bloed op zijn onderlip. Het lijkt lippenstift.

'Jij was de eerste,' zegt hij. 'Na mijn vrouw. Na het huwelijk dat iets werd waar je doorheen moest, zoals de winter.'

Sonja herinnert zich die avond. Ze was tweeëntwintig. Haar lichaam was nog iets waar ze trots op kon zijn - strakke buik, borsten die nog niet waren gezakt, dijen zonder cellulitis. Hij had gehuild na afloop. Zijn tranen op haar borst zoals regen op steen.

'Je betaalde te veel,' zegt ze. 'Dubbel tarief. Ik dacht dat je niet wist hoeveel het kostte.'

'Ik wist het.' Hij glimlacht, en zijn gebit is geel. 'Ik betaalde voor wat ik niet kon zeggen.'

'Kom,' zegt Sonja.

Ze neemt hem mee naar boven, naar kamer drie waar het behang loslaat als vel van een lijk en het bed ruikt naar bleek en leugens. Ze kleedt zich niet uit. Hij ook niet.

Ze liggen naast elkaar. Zijn ademhaling ratelt als een stervende motor.

'Wat wilde je zeggen?' vraagt ze. 'Dertig jaar geleden. Wat had je willen zeggen?'

'Dat ik je mooi vond. Niet alleen je lichaam. Jou. De manier waarop je naar me keek alsof ik er toe deed, ook al was het nep.'

Ze pakt zijn hand. Houdt hem vast.

'Het was niet nep,' zegt ze.

Zijn vingers zijn koud en dun als ijzerdraad.

'Mag ik hier blijven?' vraagt hij. 'Tot het gebeurt?'

Ze hoort het in de manier waarop zijn longen vechten tegen de lucht.

'Ja,' zegt ze.

Beneden slaat de klok middernacht.

Om drie uur houdt zijn ademhaling op. Haar hand is inmiddels even koud als die van hem.

Sonja belt geen ambulance. Ze blijft liggen naast het lichaam en kijkt naar het plafond waar het stucwerk afbrokkelt.
 

 

 

Lid sinds

16 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
2 januari 2026 - 17:29

Mooi weer Tony, 

Erg humoristisch en beeldend in het begin, daarna vooral roerend. 

Gr Jascha 

Lid sinds

14 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
3 januari 2026 - 14:20

Dat gewicht dat rust op één been, prachtig! Sommige lichamen blijven hangen als littekens.

Deze beschrijving is ook meesterlijk: Hij is oud geworden. Het haar dat toen nog donker was, ligt nu als vaal stro over zijn schedel. De huid hangt aan zijn kaken als natte was. Maar de ogen - grijs als vuil ijs - die zijn hetzelfde.
Dit ook goed gevonden om het tijdsverloop te onderstrepen:  Hetzelfde bedrag als dertig jaar geleden, andere munt. 

Hier laat je het vel terugkomen die even daarvoor aan kaken hangt als natte was. Daar zou ik denk ik zelf een andere keuze maken, om een dergelijk beeld niet te herhalen: Ze neemt hem mee naar boven, naar kamer drie waar het behang loslaat als vel van een lijk en het bed ruikt naar bleek en leugens. 

Dit einde prachtig! Chapeau: 

Om drie uur houdt zijn ademhaling op. Haar hand is inmiddels even koud als die van hem.

Sonja belt geen ambulance. Ze blijft liggen naast het lichaam en kijkt naar het plafond waar het stucwerk afbrokkelt.
 

 

 

Lid sinds

7 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
4 januari 2026 - 11:47

dag Tony

Wat een mooi verhaal als 'afsluiter'. Ik werd helemaal meegezogen in het verhaal en het geheel klopt gewoon. De opbouw, de mooie zinnen, de beeldspraak die zo treffend is!

Super. Ook voor jou en de jouwen allerbeste wensen.

 

Johanna

Lid sinds

1 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
4 januari 2026 - 13:00

Hoi Tony,

Mooie afsluiting! Rauw en liefdevol tegelijk. Fijn dat Sonja nog in één laatste verhaal mocht schitteren hier. ZGG. Dank voor al je inzet hier. Je mooie verhalen en kundige feedback. En ook voor het aanbieden van een alternatief! 

Hopelijk tot binnenkort!