Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

# 394 De rode sneaker

Voorwoord:

Joepie, wij mogen lekker uit de bol gaan met het aantal woorden. Dank je wel, Johanna. In het jeugdboek ‘De club van tien’ worden in drie verhalen de belevenissen beschreven van Marie, Ella, Jade, Noa, Emma, Arthur, Roman, Vince, Brent en Lucas. Met hun avonturen in hun clubhuis ‘Froghouse’, in de geheimzinnige ruïne en tijdens hun uitstap naar Brussel nog vers in het geheugen, plannen ze een nieuwe reis in dit vierde (weliswaar ingekorte) verhaal.

                                                                      - 0 -

Ditmaal mag Bas mee. Dat is de Golden Retriever van Marie en Arthur. Tijdens een bewogen heenreis hebben ze in de streek van het Duitse Zevengebergte hun tenten mogen opslaan op de weide van een herenhoeve. Die dag hebben ze er een fikse trektocht opzitten.

Bij de terugweg is het uitkijken geblazen want hier en daar zijn er gladde rotspartijen. Onderaan de berg is het bos dichter begroeid.  Bas drinkt gulzig uit een bergriviertje en richt zich plots op. “Hij heeft iets geroken”, zegt Arthur. Bas stuift weg en verdwijnt in het struikgewas. Hoezeer ze ook roepen, de hond blijft weg.
“Dat is ongewoon”, zegt Marie.
“Wat hij achternazit of gevonden heeft, moet wel heel interessant zijn”, beaamt haar broer.
Net wanneer ze zich zorgen beginnen te maken, verschijnt Bas terug. Hij is zeer opgewonden en heeft een rode sneaker in zijn muil die hij aan de voeten van Arthur neerlegt terwijl hij jankt en aan zijn broekspijp trekt. Marie raapt de sneaker op: “Waar heb je deze gevonden?”

De hond rent blaffend terug in de richting van waar hij eerder verdween. “We moeten hem volgen”, zegt Arthur. Met zijn tienen lopen ze achter Bas aan. Af en toe stopt de hond en blaft alsof hij wil zeggen dat ze haast moeten maken. Iedereen volgt zo goed en zo kwaad het kan. Roman loop nu vooraan en zegt: “Stop. Kijk daar!” Iemand verschuilt zich in de struiken. Bas is er bij gaan liggen en jankt zacht. Als ze de takken voorzichtig wegduwen kijken ze in een paar donkere ogen van een meisje. Aan haar linkervoet draagt ze een rode sneaker. Ze is doodsbang en met een pijnlijke grimas voelt ze aan haar rechtervoet. Ze is ten val gekomen en heeft haar voet bezeerd. Marie vraagt in het Duits aan het meisje wie ze is en waar ze vandaan komt maar blijkbaar verstaat ze geen woord. Ze probeert nog : “English, Français, Espanõl?”

Arthur heeft in zijn EHBO kit een windel gevonden en haar voet verbonden. Hij helpt haar voorzichtig opstaan. Als het meisje merkt dat ze haar willen helpen keert ze zich tot Marie en prevelt: “Syria,Syria”, terwijl ze naar zichzelf wijst.
“Ze komt uit Syrië”, zegt Brent.
“Dan moet ze een vluchtelinge zijn. Maar ik schat haar amper twaalf jaar. Dan kan ze niet alleen zijn”, vervolgt Vince. Het meisje verstaat niets en het enige wat ze enkele keren herhaalt is: “No police, nicht polizei.”
Ze proberen te weten te komen of er ouders of andere personen in de buurt zijn en vragen: “Father, mother, papa, mama, vater, mutter?” Uit de grote angstogen van het meisje rollen plots tranen en ze snikt: “Dead, family dead.”  Met gestokte adem en enorm meevoelen kijken de clubleden naar het hoopje ellende. Dan kijkt het meisje naar Roman. Hij is de grootste van de groep. Zij wijst naar zijn hoofd en zegt: “Brother”, terwijl ze met de andere hand naar een rotspartij verderop wijst. Er moet een broer zijn die ergens in het bos is.
Wat kunnen ze doen? Haar meedragen is geen probleem maar hoe zullen de bewoners van de herenhoeve reageren? Die roepen er misschien meteen de politie bij. Er worden twee groepen gevormd. Emma en Noa gaan samen met Brent en Lucas met het meisje terug naar de tenten en zullen voorlopig niemand op de hoogte stellen.  Marie, Ella, Jade, Arthur, Vince en Roman gaan samen met Bas op zoek naar de broer en eventuele andere begeleiders van de vluchtelinge. Er is haast bij, het wordt later en in de bossen is het sneller donker. Brent en Lucas ondersteunen langs weerszijden het meisje. Waarschijnlijk is haar voet verstuikt. Zodra ze bij hun tentenkamp aankomen zet Noa een potje thee. Er rest wat eten dat het meisje gulzig opeet. Als ze haar thee heeft gedronken valt ze meteen in een diepe slaap. 

In het bos hebben de overige groepsleden zich in twee groepjes verdeeld. Arthur vormt met Jade en Ella en de hond een groepje dat de linkerkant van de rotswand volgt en Roman, Vince en Marie vormen een tweede groep die de rechterkant afkamt. Het tweede groepje vindt al snel een spelonk.  Roman weet dat al in de Romeinse tijd in deze streek gesteente werd gewonnen en dat men in de Middeleeuwen hier de trachiet vandaan haalde voor de bouw van kerken en andere belangrijke gebouwen. De dom van Keulen zou in grote mate uit deze steensoort zijn opgebouwd. In de vroegere steengroeven werden ezeltjes ingezet voor het transport. Zo is er in Königswinter een ‘Eselsweg’. Lang nadat de groeven gesloten waren, werden de ezeltjes nog ingezet om toeristen naar boven op de berg te brengen maar dit werd afgeschaft nadat er een ongeluk gebeurde. In het stadje is er een standbeeld dat herinnert aan de inzet van deze dieren.
“Goed om weten, maar dit is een speurtocht, geen geschiedenisles”, lacht Vince. De spelonk geeft toegang tot een grotere onderaardse grot. Gelukkig heeft Vince een ledlamp meegenomen. Marie heeft een zaklamp in haar rugzakje. Als ze de grot nog maar pas hebben betreden doet Roman teken om stil te zijn en de lichten te doven. Dieper in de grot klinken geluiden en zien ze een schijnsel. Voetje voor voetje gaan ze in de richting van het licht.

De groep die met Bas de andere kant van de rotswand verkent, stuit op een tweede wand die loodrecht op de andere wand staat en die steil naar omhoog gaat. Tussen beide wanden is slechts een dunne spleet waar niemand door kan. Ze besluiten rechtsomkeer te maken.

In de ruimte tussen de tenten wachten de vier overige clubleden ongeduldig op de terugkeer van de anderen. Het meisje slaapt in de tent van Vince en Brent. Haar gezwollen voet is ingesmeerd met een verkwikkende gel voor spieren en gewrichten. Zou het niet beter zijn om Helga, de boerin van de herenhoeve,  in te lichten? De angst van het kind voor de politie doet hen twijfelen.

In de grot hebben Marie, Roman en Vince zich verstopt achter een rotsblok. Het lichtschijnsel komt van een houtvuur. De grot is hoog en er zijn spleten in de rotswand waarlangs de rook van het vuur recht naar boven trekt. Rond het vuur zitten een tiental personen. Zou één van hen de broer van het meisje zijn?  

Als ze terug op de plaats komen waar de twee groepen uit elkaar gingen besluiten Arthur, Jade en Ella om de anderen tegemoet te gaan en blijven nu de rotswand volgen in de andere richting. Bas gaat te keer en snuffelt hevig. “Hij ruikt mijn zus”, zegt Arthur. “Zoek, Bas, zoek Marie”, zegt Jade.

In de tent is het meisje wakker geworden. Nu ze minder pijn heeft en ze kon uitrusten, klaart haar gezichtje op. Haar ogen schitteren als Noa haar een wafel aanbiedt.  “Dat meisje heeft blijkbaar al lang geen eten meer gehad”, fluistert Emma. Lucas heeft een idee. Hij neemt een blocnote, geeft het meisje een pen en vraagt haar naam te schrijven. “Name?” vraagt Lucas in het Engels. Het meisje knikt en schrijft haar naam in een sierlijk Arabisch geschrift.
“Wat mooi”, zegt Emma.
“Ja maar, wat betekent het?”, vraagt Noa en gaat met haar vinger over het blad om aan te tonen dat ze de naam wil lezen. Het meisje begrijpt wat ze bedoelt, neemt de vinger van Noa vast, gaat over de naam en zegt langzaam:  “A I S H A .”

In de grot zijn de drie speurneuzen zodanig geboeid door de groep rond het vuur dat ze de twee gestalten niet gemerkt hebben die de grot zijn binnengekomen en nu achter hen opduiken. Ze schrikken zich rot als één iets roept in het Arabisch en de ander hen met een zaklamp belicht. Marie slaat de hand voor de ogen, zo sterk schijnt het licht. De man die daarnet iets riep, zegt nu in het Engels: “Go!”, en gebaart dat ze naar het vuur moeten stappen. Door het tumult zijn de personen rond het vuur recht gesprongen. 

Bas heeft een spoor geroken van zijn baasje en trekt zodanig aan de leiband dat Arthur hem moet losmaken, wil hij niet zelf vallen. Hoe hij ook roept, er is geen houden aan. Bas stormt weg. De anderen kunnen hem niet bijhouden. Arthur haalt een fluitje boven. Dat gebruikt hij als hij de hond uitlaat op plekken waar hij vrij mag rondlopen. Meestal reageert Bas terstond op de schrille fluittoon, maar nu blijft hij weg.

Wat een prachtige naam, maar waarvan ken ik die, denkt Noa. Emma is haar te vlug af en begint te zingen: “Aisha, Aisha, ne ’t en va pas.”  Aisha, Lucas en Brent kijken verschrikt op als de beide meiden luidkeels beginnen te zingen en te dansen. Het liedje van de Algerijnse zanger Cheb Khaled is inmiddels al meer dan twintig jaar oud. Emma en Noa zitten op ballet en verleden jaar hebben zij tijdens een voorstelling op deze muziek een dansje gedaan. Omdat Brent als de dood blijft staren naar de ballerina’s moet Aisha plots onbedaarlijk lachen.

Nu ze vlak bij het vuur staan kunnen de drie beter de gezichten onderscheiden van de vrouwen en mannen rondom het vuur. Marie neemt het voortouw en vraagt in het Engels: “Are you Syrians?”. De oudste man kijkt haar aan en antwoordt in vloeiend Engels: “Yes, how do you know we come from Syria? We are refugees. We are hiding here, because we do not want to go back.”  Marie vertaalt en zegt dat ze Syrische vluchtelingen zijn die hier schuilen. De twee mannen die hen daarnet betrapten kijken hen achterdochtig aan. Ze zijn de jongsten van de groep. Als één van hen naast Roman staat valt het Marie op dat hij net zo groot is als Roman en zelfs wat op hem lijkt. Zij herinnert zich wat het meisje daarstraks zei en vraagt hem: “Do you have a smaller sister?”

Arthur en de twee meisjes rennen de ziel uit hun lijf maar Bas is nergens te bespeuren. Vermits de hond Marie zeer goed kent twijfelen ze er niet aan dat hij haar heeft geroken en dat hij straks wel met de groep zal opdagen. “Zo slecht ruikt Marie nu ook weer niet”, merkt Ella op.
“Dat weet ik nog zo niet”, zegt haar broer plagend.
“Komaan, voortmaken, stelletje treuzelaars”, roept Jade en versnelt haar pas.

Het doet deugd te zien hoe het meisje opleeft bij het zingen en dansen. Omdat ze met haar zere voet niet kan meedoen, doet ze teken naar de jongens dat ook zij moeten dansen. Zeer tegen hun zin staan de kerels recht en huppelen wat rond de meisjes. Die dansen maar door en besterven het van plezier bij het zien van de bokkensprongen die de ballerino’s maken. Aisha komt niet meer bij van het lachen. Helga heeft de koeien gemolken, ze stapt tot achteraan de stallen en gooit een blik in de richting van de tenten. Ze hoort het gezang en ziet het dansen van de kinderen. Even wil ze wat roepen, maar bedenkt zich en glimlachend keert ze met een volle melkkan terug naar de hoeve.

De jongen heeft verstaan wat Marie vraagt en antwoordt vlot in het Engels: “What do you know about Aisha? Where is my sister?”  Zijn ogen schieten vlammen en hij grijpt met beide handen Marie bij de schouders.“Where is she?” roept hij. Net op dat ogenblik vindt Bas de ingang van de spelonk en komt blaffend de grot ingelopen.
“Police”, roepen enkele omstaanders en ze stuiven uit elkaar naar verschillende uithoeken van de grot. Als Bas ziet hoe de jongen Marie vasthoudt gromt hij vervaarlijk. De jongen lost meteen zijn greep en deinst achteruit.
“Koest, Bas”, zegt Marie en ze neemt de hond bij de halsband. Bas blijft grommen naar de jongen.

Net als Arthur en Jade het hebben over hoe het met het meisje zou zijn, ziet Ella verderop de ingang van de spelonk. “Kijk,” roept ze, “zou Bas daar ingelopen zijn?”
“Zou best kunnen”, antwoordt Jade.
“Kom, erop af”, maant Arthur de meisjes aan. Ze lopen tot aan de ingang maar na enkele passen beseffen ze dat het er pikdonker is en geen van hen heeft een zaklamp meegenomen.
“Sttt, stil, ik hoor wat”, schrikt Ella. In de verte klinkt er geblaf.
“Dat is Bas”, zegt Arthur. Jade wil Bas roepen maar Arthur denkt dat het onvoorzichtig is. “Laat ons nog even afwachten wat er verder gebeurt”, zegt hij.

In het tentenkamp is de rust weergekeerd. Niemand heeft Helga opgemerkt die in de deuropening van de stallen staat. Aisha heeft terug de blocnote en de pen genomen en tekent nu een soort van roeiboot die propvol mensen zit. Ze wijst op de figuren die ze in de boot heeft getekend en zegt: “Family, my family and friends from Syria.” Dan barst ze in tranen uit en duidt enkele figuren aan en zegt: “My mother and sister of mother in water, storm in sea, mama gone, mama dead.”  Noa neemt het meisje zachtjes in haar armen.
“Stil maar”, sust ze. Brent neemt de tekening en terwijl hij op de boot wijst, vraagt hij: “And your father, was he also in the boat?”
“No,” snikt het meisje: “papa killed in fight in Syria.”
“Wat zei ze?”, vraagt Emma.
“Haar vader zat niet in de boot maar werd in Syrië bij een gevecht gedood.”
“Arm kind”, fluistert Noa en drukt het meisje tegen zich aan. Ze moet haar tranen onderdrukken.

Als de vluchtelingen zien hoe Marie Bas tot bedaren brengt en hem beveelt neer te liggen komen ze terug naderbij.  Nu neemt Marie het woord en richt zich tot de grote broer van het meisje: “My dog has found your sister, she was laying in the wood and hurt herself at her foot.” De jongeman vertaalt wat Marie zei en licht de groep in dat zijn zus gekwetst is en door de hond werd gevonden. Dan vraagt hij: “Where is my sister now?”
“She is with our friends.”
Bas met zijn super reukorgaan staat plots recht en rent weg. Iedereen kijkt verschrikt op.

De hond heeft zijn ander baasje geroken. Hij rent naar hem toe. Marie en Arthur spelen dikwijls spelletjes met Bas waarbij zij hem beurtelings naar een van beiden laten speuren. Daarom vraagt Arthur aan Bas: ”Waar is Marie? Zoek Marie!” Hij doet hem zijn leiband aan en met Bas voorop volgen Arthur, Jade en Ella de hond door de donkere tunnel. Bas trekt aan de leiband en Arthur moet hem aanmanen om zich te kalmeren. Als hun ogen gewend raken aan de duisternis zien ze voor zich een zwak schijnsel. Al snel staan ze als verstomd voor de groep vluchtelingen en hun vrienden.

Aisha wordt weer onrustig en zegt tegen Noa: “Want my brother. Want Jamahl.” Noa wendt zich tot haar vrienden en zegt: “Ze wil naar haar broer maar hoe gaan we dit regelen, ze kan amper rechtstaan?” Brent heeft een idee. Hij heeft in de stal een oude kar gezien waarop melkkannen kunnen vervoerd worden. Daarmee kunnen ze het meisje verplaatsen.  Lucas en Brent stappen meteen naar de stal. Ze kijken voorzichtig of er iemand in de buurt is. De kar is nergens te bespeuren. Ze lopen helemaal tot vooraan in de stal. Een paar koeien loeien en kijken hen aan of ze een trein zien voorbij rijden. De grote stalpoort staat halfopen en Brent wijst naar het midden van het erf. Daar staat de kar met vier melkkannen van wel twintig liter elk. Nonchalant lopen ze tot bij de kar en proberen de kannen van de kar te tillen maar die zitten propvol melk. 

Bas trekt Arthur tot bij Marie en likt geestdriftig haar hand. “Wat gebeurt hier?” vraagt Arthur. Roman legt de situatie uit.
“Ik denk dat er niets anders op zit dan het meisje hierheen te brengen alvorens wij met hen kunnen verder praten”, besluit hij. De broer van het meisje en zijn kompaan kijken achterdochtig als ze de vreemde taal horen. Marie merkt het en zegt snel dat ze het meisje zullen brengen. Na beraadslaging besluiten de broer en twee andere jongens om met hen mee te gaan. Dat wordt moeilijk als ze op de boerderij iets merken. Maar mogelijk hebben ze daar al gezien dat er in het tentenkamp iets gaande was of hebben de anderen hulp gevraagd om het meisje te verzorgen. Er is weinig keuze en ze aanvaarden het voorstel. Dan zegt één van de andere vluchtelingen dat iemand bij hen moet blijven tot de anderen terug zijn.
“Ze willen natuurlijk zeker zijn dat wij niet naar de politie stappen”, zegt Jade en voegt er aan toe: “ook al lijkt dit op een gijzeling, ik wil wel zolang hier blijven.” Vince en Arthur zeggen dat zij ook wel blijven wachten.

Net als Lucas en Brent de melkkannen willen optillen verschijnt Helga in het deurgat. “Joehoe!”, roept ze de jongens toe. Die kijken wat beduusd en Brent stamelt in gebrekkig Duits: “Tag, Helga, keunen wier dieze karre lainen?” Lucas moet zich inhouden om niet in lachen uit te barsten.
“Wollen Sie die alte Milchkarre gebrauchen? Aber naturlich, kein Problem.” , zegt Helga. Ze rijdt de kar tot aan de voordeur en met een zwaai tilt ze met gemak de vier kannen van de kar. “Die eet zeker elke morgen spek met eieren”, zucht Lucas. Helga heeft het woord spek verstaan. Ze lacht en zegt: “Ja, viel Speck essen und stark werden.” De twee jongens bedanken Helga en gaan ervan door. Bij de tenten staan de drie meisjes ongeduldig te wachten. Ze leggen een slaapzak op de kar en Aisha wordt er opgetild. Als ze naar het bos stappen zien ze niet dat Helga hen van ver nakijkt en zich afvraagt wat ze in hemelsnaam met die oude kar van plan zijn. Helga heeft gelukkig niet gemerkt dat er een kleiner meisje op de kar zat. Glimlachend stapt ze terug in de stal en vraagt zich af of ze vanavond niet wat spek zou bakken voor haar buitenlandse gasten.

Marie, Ella en Roman verlaten samen met de twee Syrische jongens de grot. De anderen blijven met Bas achter bij de vluchtelingen. Iemand gooit hout op het vuur dat weer oplaait en schimmen werpt op de rotswand. Bas lijkt zich geen zorgen meer te maken en strekt zich languit op de grond. Een van de vluchtelingen komt naderbij en streelt de hond terwijl hij Jade aankijkt en zegt: “I had dog in Syria. I miss him.”
Jade fluistert zachtjes: “Yes, I understand.”

De oude melkkar ziet eruit als een kruiwagen maar het voorwiel is veel groter. Aisha schijnt het naar haar zin te hebben nu ze weet dat ze naar haar broer op weg zijn en lacht breeduit naar de anderen. Emma en Noa hebben hun zaklampen meegenomen want in het bos zal het straks wel donker worden en ze weten nog steeds niet waarheen de tocht hen leidt. Hopelijk herkent Aisha de weg naar de schuilplaats van haar broer. Zo snel ze kunnen, stappen ze naar de plaats waar ze haar vonden.

In het bos begint het stilaan te schemeren. Ella heeft de ledlamp van Vince meegenomen en klikt ze even aan. Meteen doen de Syrische jongens teken dat ze het licht moet doven. Zeer achterdochtig willen ze niet opgemerkt worden. 

“Daar!”, roept Brent. Met zijn arendsogen heeft hij gemerkt hoe diep in het bos een licht aan en uit ging. “Misschien is het een teken voor ons,” zegt Noa “laten wij er op af gaan.”
“Dan moeten wij wel van dit hoofdpad afwijken en die boswegel nemen”, oppert Brent. Gelukkig heeft de melkkar een hoog wiel met luchtband en een vering en is het niet te moeilijk om ze op de kleine weg voort te duwen. Aïscha heeft plezier in haar ritje en bij elk gat in de weg schatert zij het uit van het lachen. Om beurt duwen de vrienden de kar. Van pure blijdschap begint Aïscha een liedje te zingen.

Ella, Marie, Roman en de twee Syriërs weten niet precies waar ze naartoe moeten maar Roman heeft zijn kompas bij en met zijn perfect oriëntatievermogen besluit hij dat een van de boswegels in de richting loopt van de hoeve. Het pad is smal en hier en daar is het zo dicht begroeid dat ze achter elkaar moeten lopen. De broer van Aïscha loopt voorop gevolgd door Roman, dan volgen de twee meisjes en als laatste de tweede jongen van de groep vluchtelingen. Plots stopt de koploper en gebaart dat iedereen stil moet blijven. Iets verderop horen ze voor hen geluiden en een hoge stem die zingt. “Aïscha!”, roept de jongen en stormt vooruit. Aïscha schrikt eerst als voor de kar uit het struikgewas haar broer opduikt maar dan roept ze blij “Jamahl!”
Ze wilt recht springen maar Emma houdt haar tegen en wijst naar haar ingebonden voet waar ze beter nog niet op steunt. Maar Jamahl is als de bliksem op haar afgevlogen en neemt haar in zijn sterke armen. Beiden laten hun tranen vloeien en spreken elkaar toe in een vreemde taal. De tweede Syrische jongen omhelst op zijn beurt Aïscha maar stelt op een iets dringender toon een vraag.
“Hij vraagt haar waarschijnlijk waar ze al die tijd gebleven is”, besluit Emma.  Na een kort gesprek onder de vluchtelingen richt Jamahl zich tot de vier vrienden.
“I thank you very much for helping my sister. I hear she was lost and you took good care of her. Come, let us return to your other friends.”  Het tiental stapt terug richting grot. Het bedrukt gelaat van Jamahl is verdwenen. Glunderend duwt hij de melkkar voor zich uit en praat aldoor met zijn zusje. Ella, Marie en Roman vertellen de anderen honderduit waar ze naar toe stappen en wat er vooraf is gebeurd.

In de grotten wordt de stemming er niet vrolijker op. Iedereen wacht,  maar niemand weet wat hen te wachten staat. Dan probeert Jade het roer om te gooien en begint zachtjes een liedje te neuriën. Een van de vluchtelingen herkent het lied en zingt zacht: “Somewhere over the rainbow, skies are blue…” Als snel vult de grot zich met het gezang van de hele groep. Hier en daar vloeit een traan. Bas lijkt echter niet zo opgezet met de gezangen want hij richt zich op, jankt even, stopt zijn neus in de lucht en stuift weg. De hele groep denkt dat het beestje niet van hun gekweel houdt en barst in lachen uit. Verder in de grot horen ze Bas nu luid blaffen.

Marie loopt vooraan de groep en komt als eerste bij de ingang van de grot. Nog voor ze haar zaklamp heeft bovengehaald wordt ze besprongen. Het is Bas, die haar met zijn super speurneus heeft ruiken aankomen en zijn blijdschap niet op kan bij het weerzien. Het was blijkbaar niet het geluid maar de reuk die hem uit de grot dreef. Al snel loopt de ondergrondse ruimte vol en wordt er over en weer gepraat. Bas ziet Aïscha op de kar zitten en gaat spontaan bij haar liggen terwijl hij haar zere voet likt. Dan doet één van de oudere vluchtelingen teken dat hij iets wil zeggen. Het wordt muisstil.
De man zegt dat hij Engels zal spreken. Hij legt aan de Club van Tien uit hoe ze in Syrië de grens met Turkije overstaken om de oorlog in hun land te ontvluchten. Daar stapten ze in drie gammele bootjes. Helaas heeft één van de boten het niet gehaald en is op zee met man en muis vergaan. Op dat bootje zaten de ouders van Aïscha en Jahmal maar ook nog twee kleinere broertjes van hen. Ook andere personen uit de groep hebben zusjes, broertjes en familieleden en vrienden verloren. Later splitste de groep zich en bleven ze nog met vijf mannen en drie vrouwen over en met de kleine Aïscha als enigste kind. Ze trokken meestal ’s nachts door bosrijke gebieden waar ze zich makkelijk konden verschuilen. Smokkelaars brachten hen met een busje tot aan de grens met Bulgarije. Daar kon hun groepje zich verschansen op internationale goederentreinen en belandden via Servië, Hongarije, Slovakije en Tsjechië uiteindelijk in Duitsland. In Bonn stapten ze van de trein en kwamen zo te voet in het Zevengebergte terecht. Ze hebben allemaal wel papieren die hun identiteit bewijzen maar weten niet waar ze terecht kunnen om asiel aan te vragen. Marie overlegt met de groep en zegt dat ze de dag nadien poolshoogte zullen nemen bij de gemeentediensten van de stad. De groep kan zolang best in de grot blijven.

Wanneer Lucas en Brent de volgende morgen de oude melkkar terugbrengen staat Helga op het erf. Ze vraagt of alles in orde is en de jongens knikken bevestigend. Als ze op hun beurt vragen hoe het op de boerderij gaat, zucht Helga diep en zegt dat er problemen zijn. De jongens schrikken en vragen wat er mis gaat. Helga vertelt hen dat Carl, één van de landarbeiders een ongeval heeft gehad waarbij hij een been heeft gebroken. Ze is net terug van de polykliniek waar ze Carl een plaaster zullen aanbrengen. Haar man, Dietmar en de andere arbeiders Berend en Hanz hebben de handen vol om het vele werk gedaan te krijgen.  Vooral nu het oogstseizoen is begonnen zijn er handen te kort.  “Spijtig, toch”, zegt Helga, “er zijn onder de vele vluchtelingen die Duitsland opvangt, zeker werkkrachten te vinden die hier maar al te graag aan de slag willen gaan. Maar hoe kunnen we zoiets regelen? Ik heb niet eens de tijd om de instanties te contacteren.” Helga praat langzaam waardoor de jongens haar goed hebben verstaan. Ze kijken elkaar aan en bijna gelijktijdig zeggen ze dat ze misschien wel een oplossing hebben.
“Wij komen straks terug”, zegt Lucas en de jongens stuiven weg. Helga blijft verbaasd achter en denkt: die lieverds gaan natuurlijk voorstellen om zelf een handje toe te steken.
Buiten adem komen Brent en Lucas bij de tenten aan en stamelen: “Wij hebben een oplossing voor de groep. Zij kunnen bij Dietmar en Helga terecht.” Even twijfelen de anderen maar dan besluiten ze dat ze het er op kunnen wagen. Als ze op de hoeve aan de slag kunnen, zal het veel makkelijker zijn om hen als vluchtelingen te laten registreren en asiel te verkrijgen. De voltallige groep stapt gezwind naar de hoeve.  Als Helga hen ziet toekomen op het erf lacht ze breeduit. Ze zegt dat ze al begrepen heeft wat ze komen doen, ze het heel lief vindt dat ze hun diensten willen aanbieden om op de hoeve te werken, maar het echt niet zo maar kan. Gelukkig is Marie er die in haar mooiste Hoogduits uitlegt hoe de vork in de steel zit. Helga schrikt een beetje dat er in het bos een groep vluchtelingen rondhangt maar de kinderen verzekeren haar dat het over betrouwbare mensen gaat.
“Er zijn enkele pezige kerels bij”, zegt Ella.
“Ja, maar ook een jong meisje dat haar voet heeft bezeerd en dringend naar een dokter moet”, voegt Jade eraan toe. Als Helga dat hoort, twijfelt ze geen moment meer en vraagt om de vluchtelingen alvast te gaan halen. Zodra Dietmar terug is zal ze met hem overleggen, maar ze denkt dat hij niet zal aarzelen om de aangeboden hulp in dank te aanvaarden.

Emma, Noa, Marie, Lucas, Brent en Roman gaan naar de grot. Jade, Ella, Vince en Arthur zullen Helga helpen, die besloten heeft om de ruimte klaar te maken waar vroeger het personeel  logeerde toen de hoeve nog veel medewerkers had. Zodra ze ter plaatse zijn stapt de groep vrienden de grot binnen. Aan de ingang trekt de oudste man de wacht op. Hij is verwonderd dat ze reeds zo snel terug zijn en vreest dat ze geen goed nieuws brengen. Marie legt hem uit wat het plan is. Het gezicht van de man klaart op. Hij is dol enthousiast en licht meteen de anderen in. Even later komen ze naar buiten met Jahmal op kop die Aïscha op zijn sterke schouders draagt. Ze hebben hun schamele bezittingen zo goed als het kan ingepakt.

Dietmar en de twee arbeiders komen terug van het werk op het veld. Zij zijn uitgeput en hebben besloten vroeger dan voorzien huiswaarts te keren. Als ze de grote bedrijvigheid zien, vragen ze zich af of de groep vrienden het beu is om in de tenten te slapen? Dan legt Helga uit wat de bedoeling is. Even twijfelt Dietmar of dit plan kans op slagen heeft maar als hij in de vragende ogen van Jade en Ella kijkt, stemt hij ermee in.Terwijl de mannen douchen, worden de lokalen met nog meer enthousiasme klaar gemaakt. Helga trekt zich terug in de keuken met Jade om een stevige maaltijd te bereiden. Daar is iedereen nu wel aan toe.

De zes vrienden betreden samen met de groep vluchtelingen het erf. Bas springt uitzinnig op naar Jahmal die Aïscha voorzichtig optilt en op de grond zet. Ze draagt haar beide rode sneakers.  Bas likt eraan alsof hij wil tonen dat hij dank zij de sneaker Aïscha heeft kunnen redden. Helga en Jade komen naar buiten en maken kennis met de groep. Helga krijgt het moeilijk en pinkt een traan weg wanneer Aïscha haar omhelst en zegt: “You, my new mama?” De Syriers kijken hun ogen uit naar de lokalen waar ze hun intrek mogen nemen. Er staan bedden met heuse matrassen, verse lakens en warme dekens en er is een douchezaal met sanitair. Dat hebben ze in geen maanden meer gezien. Helga heeft ongebruikte kleren klaargelegd en een dokter gebeld om de voet van Aïscha te bekijken. Net als iedereen is opgefrist, komt  de arts toe. Hij constateert dat de clubleden Aïscha perfect hebben verzorgd. Met een stevig verband zal ze snel weer te been zijn. De dokter biedt spontaan aan om ook alle andere vluchtelingen te onderzoeken en is oprecht verbaasd dat iedereen zich gezien de omstandigheden in goede gezondheid bevindt.

Tijdens de maaltijd bespreekt Dietmar de mogelijkheden om de groep aan het werk te zetten en wordt nagekeken of iedereen over documenten beschikt, die nodig zullen zijn om asiel te verkrijgen. Door het feit dat ze zullen werken en op de hoeve een vaste verblijfplaats krijgen zal dit geen problemen opleveren. Voor Aïscha, die nog te jong is, wordt een adoptieprocedure opgestart. Zo krijgen Helga en Dietmar er straks een dochter bij.
De clubleden moeten enkele dagen later huiswaarts keren en het afscheid  nemen valt iedereen zwaar. Helga kijkt hen trots aan en zegt: “Unglaublich, Sie haben dass geschaft!” 

 

 

 

 

 

Lid sinds

1 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hi, wat een prachtig verhaal. Je verhaal boeit me vanaf de eerste zin. Heel mooi!

Of werkvergunningen etc in werkelijkheid zo gemakkelijk gaan vraag ik me af. 

 

Een paar taal dingetjes die mij opvielen:

 

"Aïscha krijgt zin in haar ritje" schik in haar ritje - - - krijgt schik in haar ritje? 

Ze wil recht springen maar Emma houdt haar tegen en wijst naar haar ingebonden voet waar ze best nog niet op steunt. - - - best nog niet op steunt? 

De hele groep denkt dat het beestje niet van hun gekweel houdt en barst in lachten uit.---lachten =lachen 

 

Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Meri, ik verwachtte niet dat ook langere verhalen een positief onthaal zouden krijgen. Dank voor jouw enthousiasme. De foutjes zijn verbeterd of aangepast. Met de Syriërs zou het kunnen dat het langer duurt, maar momenteel worden aan vluchtelingen uit Oekraïne meteen werkvergunningen verschaft.

Lid sinds

1 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Als antwoord op door Meri

Ik ben er wel even voor gaan zitten.... Het feit dat ik ondanks de lengte van je verhaal niet ben afgehaakt zegt genoeg.

Ik ken vluchtverhalen van enkele syriers uit de eerste hand, dat integreren gaat zo makkelijk nog niet overal. Best schrijnend dat nu de plek waar vandaan je de oorlog ontvlucht verschil maakt in mogelijkheden om te integreren. 

Lid sinds

8 maanden 2 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Ook ik heb er even tijd voor uitgetrokken en heb daar in het geheel geen spijt van. Knap geschreven en kinderen getypeerd zoals kinderen zijn, met een lach en een traan en veel gevoel.

Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

@Meri: integratie is weer wat anders. Verwonderlijk dat een soms zwaar bekritiseerd land als Polen zijn grenzen wijd opengooit voor de vluchtende buren. Daarnaast is bureaucratie van alle tijden en steekt religie vaak stokken in de wielen, daar waar je het omgekeerde zou verwachten.

@Elrie: dank je voor het compliment. Het is niet de bedoeling hier sluikreclame te voeren maar als je de overige verhalen van de Club van Tien wil ontdekken dan vind je op het schrijversforum 'Webtales.org' onder de rubriek 'Boeken' een korte beschrijving van het jeugdboek.

Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ha Gi, wat een leuk verhaal, zeg! Grappige slotzin, met knipoog naar Angela. Het is duidelijk een verhaal voor 10-12 jr, schat ik zo in. Zelf moest ik er even inkomen met de grote groep kinderen die er een rol in spelen. De namen worden vast in eerdere verhalen geïntroduceerd. Vandaar dat ik de kinderen nu niet meteen kan plaatsen. Ze zijn toch met zijn allen hoofdpersonages? Ik miste nu wel een beetje de specifieke kenmerken van elk kind. (Of heb ik daar overheen gelezen?)
Ik bedoel: het zijn vijf meisjes en vijf jongens. Maar is er een slimmerd, bangerd, durfal, talenknobbel, computerexpert, hondenkenner etc.? Zodat je meteen beter een beeld bij hen hebt als je de naam leest? Dan zou ik ook beter begrijpen waarom bijvoorbeeld die groepjes zo worden verdeeld. Verder met veel plezier gelezen.

Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dank je Maria Fransisca. Tof dat je precies aanhaalt wat een beetje mijn slinkse (sorry) bedoeling was met dit verhaaltje namelijk verwijzen naar het jeugdboek met drie avonturenverhalen waarin de talenten en eigenheden van de tien protagonisten uitvoerig beschreven worden. Zo heeft Marie inderdaad een talenknobbel. Het boek is bedoeld voor elf tot veertienjarigen.

Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ha Gi, als dit vierde verhaal weer in een nieuw boek komt, zou ik er voor kiezen om opnieuw de eigenaardigheden van de kinderen te beschrijven. Anders ben je verplicht om ook het eerste boek te kopen. In elk verhaal mag, denk ik, best iets meer aandacht zijn voor het karakter van elk kind. Dat kan speels en met regelmaat aan de orde komen. Onderling kunnen ze elkaar er mee plagen, of juist zeggen waarom juist hij/zij dit klusje kan doen. Tien kinderen is best veel. Hun karakter onderscheidt ze van elkaar, dat maakt het verhaal rijker.

Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Maria Fransisca, dat klopt uiteraard. Zoals aangegeven in het voorwoord is dit vierde verhaal eens zo lang. Het eerste gedeelte heeft niets te maken met de vluchtelingen. Door de opdracht kreeg ik het idee om hier het aangepaste gedeelte met de schuilplaats te plaatsen.

Lid sinds

3 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

dag Gi

Je introduceerde je tekst door te zeggen dat hij deel uitmaakt van een groter geheel, en goed dat je dat even hebt geduid.

Ik ben ook blijven lezen en vind de tekst verfijnd, je geeft details, je kan je goed voorstellen wat er zich afspeelt. Maar, als je een deel van een boek als korte tekst presenteert, zou ik die eerst wel  wat verwerken. Nu komen er veel personages bij en dat biedt in deze tekst geen surplus, want het verhaal gaat over iets anders.

Ik kan de zijsprongen wel smaken (extra info over de rotsstenen, etc...) maar ik denk dat je dat wat op een andere manier kan verwerken in je tekst. De informatie zit nu in het verhaal en dat breekt af en toe het ritme.

Dus, graag gelezen, maar een hoofdstuk in een boek leent zich niet altijd tot aparte tekst. 

Wel graag gelezen.

Johanna

   

Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dank Johanna voor het lezen en de reactie. Ik heb uiteraard de tekst verwerkt om als 'ingekort' verhaal te kunnen bestaan, maar mijn eerste idee was vooral de gelegenheid te baat te nemen om naar mijn jeugdboek te verwijzen en mijn schrijfstijl op de forumleden uit te testen. Tot nu toe lijkt dit aardig gelukt. Overigens, volkomen akkoord met jouw opmerkingen.

Lid sinds

3 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Gi,  je tekst is mij te lang. Voor het laten proeflezen van je verhaal is een speciale rubriek, nl "proeflezen". 

Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Je had ook gewoon niet kunnen reageren, Fief. Gelukkig zijn er andere forumleden die eerst lezen en dan hun commentaar geven.

Lid sinds

4 maanden 2 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

@Gi: een serieuze hap, maar voor je het weet ben je aan het happy end. De tekst leest als een script voor een jeugdreeks met de afwisselende scènes.

Lid sinds

9 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik vond het wat moeizaam lezen. Veel informatie en omschrijving, waardoor ik niet in het verhaal kwam. Het onderwerp van je verhaal is sterk, maar -ook als het onderdeel van een groter geheel is- mag je wat 'darlings killen' en wat meer show dan tell opvoeren. Voor de doelgroep zou het denk ik wat actiever beschreven mogen worden. Je kunt de hond bijvoorbeeld in een scène kunnen introduceren waarin hij geroepen wordt. Dat leest actiever.

Maar goed, ik verwoord mijn beeld en zie dat anderen er minder moeite mee hebben. Keuzes, keuzes, die je zelf moet maken. 😀

Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hadeke, tof dat je het lezen hebt volgehouden tot aan het einde. Je opmerkingen zijn terecht, maar zoals reeds aangehaald is dit maar een deel van een verhaal met een langere aanloop waarin er actievere passages voorkomen met name met Bas, de hond. Meri, Elrie en Maria Fransisca hebben het denk ik meer met de ogen van een tiener gelezen en hun appreciatie werd erdoor erg waardevol voor mij.

Lid sinds

9 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik heb me ook in een tiener -zoals ik ze uit mijn dagelijkse werk ken- proberen in te leven tijdens het lezen, vandaaruit kwam mijn feedback.

Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ok, Hadeke, fair enough. Spijtig genoeg heb ik tot op heden niet één feedback gekregen van een lezer uit de doelgroep.

Lid sinds

3 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dan wellicht alsnog plaatsen in de rubriek "proeflezen". Dan bereik je mogelijk wel de doelgroep voor je verhaal en dit zeg ik met de beste bedoelingen. Ik vermoed dat de forumleden hier er qua leeftijd allemaal buiten vallen. 

Lid sinds

9 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Sowieso is het te overwegen actief wat proeflezers uit deze leeftijdsgroep te benaderen. Ik denk dat die echt wel te vinden zijn. 

Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Fief en Hadeke: ik drukte mij verkeerd uit. Ik bedoel dat ik van de lezers van mijn jeugdboek tot op heden geen feedback ontving. Zo werden er meer dan 200 exemplaren gratis verdeeld aan de leeftijdsgroep in vier kinderziekenhuizen. In een twintigtal bibliotheken wordt het boek in de jeugdafdeling regelmatig uitgeleend, er is dus wel belangstelling voor.

Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ha Gi, omdat je aangaf dat je feedback uit de doelgroep mist, heb ik twee van mijn kleinkinderen gevraagd wat ze van de tekst vinden. Het zijn twee meiden, 12 en 14 jaar oud, en ze zijn zeer belezen. Een van hen schrijft zelf ook. Hun reactie:
'Een heel erg leuk verhaal, spannend geschreven.' (14 jaar)
'Mooi verhaal, ik zou het leuk vinden als er een boek over was, dat het langer duurde. Goed verhaal voor mensen van mijn leeftijd.' (12 jaar)

Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Maria Fransisca: hartelijk dank voor deze fantastische reactie. Voor jouw jongste kleinkind: er is dus een boek over: in alle boekhandels verkrijgbaar met het ISBN nummer 9789402232547 (titel: De club van tien - auteur: Guido Aerts) of rechtstreeks op de webshop van uitgever Boekscout.nl (een cadeautje van de paashaas misschien?). Als oma te krap bij kas zit wil ik haar graag een exemplaar toesturen (gegevens via contact graag). Prettig weekend.

Lid sinds

5 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Maria Fransisca, heel tof!  Ik ga ervan uit dat jullie in Nederland wonen en als ze het boek daar bestellen zal dat het eerste exemplaar zijn dat er in Nederland over de toonbank gaat, ook al werd het daar uitgegeven.  Zoals ik in een eerdere reactie al aangaf wordt het al een viertal jaren in een twintigtal bibliotheken in Vlaanderen regelmatig uitgeleend. Alvast veel leesplezier en zeer benieuwd wat ze ervan vinden. Het boek is opgedragen aan mijn twee kleindochters, maar die waren nog net iets te jong toen het uitkwam.