Lid sinds

6 maanden 3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

#340 De vondst aan de vloedlijn [herzien]

“Wat è je noe wee voe me mee’ebrocht?” vraagt de kapitein in ruste op verliefde toon aan de zee. Verwonderd kijkt hij naar de schelp aan de vloedlijn.
Het is vroeg. De meeste mensen slapen nog. Zelfs de zon is nog niet op. Toch verraden afdrukken in het zand dat hij deze ontdekking niet als eerste op zijn conto kan schrijven. Een wandelaar met hond, iemand op gymschoenen en een kind waren hem voor.
Hij maakt geen aanstalten het geschenk van Neptunus van dichtbij te bekijken, maar doet juist eerbiedig een stap terug.
Natuurlijk ziet hij wel vaker schelpen, maar deze hoornschelp is zo groot als een huis en dat is toch wel apart.
Ongemerkt heeft een moeder met haar zoon zich bij hem gevoegd. Nieuwsgierig loopt de jongen op de schelp af, maar de kapitein grijpt hem bij zijn nekvel.
“Bluuf t’r mè een bitje bie uut de buurte, jongsje!”
De vrouw is te zeer in beslag genomen door het fenomeen om deze inmenging met haar zoons opvoeding te veroordelen.
Sprakeloos staat ze naast hem.
Dan slaakt ze een gil.
De schelp komt in beweging. Gigantische poten verschijnen uit de opening.
De vingers van de vrouw omklemmen stevig de zeemansarm. Hij voelt haar nagels door zijn jas en trui in zijn huid priemen. De jongen verschanst zich achter zijn brede rug.
Langzaam sleept het wezen zich in zee.
Pas als het volledig opgenomen is door het zilte nat, durven ze weer vrij adem te halen.
“Hoe … hoe wist u dat?” vraagt de vrouw. Haar stem trilt net zo hevig als haar lichaam.
“Da bin de sporen. ” De kapitein knikt naar de voetstappen voor hen. “Ze lôpe wè nì de schelpe toe, mè... ”
Haar greep verslapt. Als de zeeman opzij kijkt, ziet hij de vrouw in katzwijm op het zand ploffen.

***

[Oude versie]

Wat è je noe wee voe me mee’ebrocht?” vraagt de kapitein in ruste op verliefde toon aan de zee en hij kijkt verwonderd naar het voorwerp aan de vloedlijn.
Het is een ijskoude vroege wintermorgen aan het verlaten strand. De zon speelt nog niet eens kiekeboe aan de horizon. Toch verraden afdrukken in het zand dat hij deze ontdekking niet als eerste op zijn conto kan schrijven. Een wandelaar met hond, iemand op gymschoenen en een kind waren hem voor.
Hij maakt geen aanstalten het geschenk van Neptunus van dichtbij te bekijken, maar doet juist eerbiedig een stap terug.
Zo bijzonder lijkt zijn vondst niet. Een schelp. Een hoornschelp om precies te zijn. Die vind je meer aan de kust. Dat deze afsteekt bij de rest, is toe te schrijven aan het feit dat zij zo groot is als een huis.
Ongemerkt heeft een moeder met haar zoon zich bij hem gevoegd. Nieuwsgierig loopt de jongen op de schelp af, maar de kapitein grijpt hem bij zijn nekvel.
Bluuf t’r mè een bitje bie uut de buurte, jongen!
De vrouw is te zeer in beslag genomen door het fenomeen om hem deze inmenging met haar zoons opvoeding euvel te duiden.
Sprakeloos staat ze naast hem.
Dan slaakt ze een gil.
De schelp komt in beweging. Een aantal gigantische poten verschijnt uit de opening.
De vingers van de vrouw omklemmen stevig de zeemansarm. Hij voelt haar nagels zelfs door zijn jas en trui in zijn huid priemen. De jongen verschanst zich achter zijn brede rug.
Langzaam sleept het wezen zich in zee.
Pas als het  volledig opgenomen is door het zilte nat, durven ze weer vrij adem te halen.
“Hoe … hoe wist u dat?” vraagt de vrouw. Haar stem trilt net zo erg als haar lichaam.
Da bin de sporen.” De kapitein knikt naar alle voetstappen in het zand. “Ze lôpe wè nì de schelpe toe, mè...
Haar greep verslapt. Als de zeeman opzij kijkt, ziet hij  de vrouw in katzwijm op het zand ploffen.

Lid sinds

2 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Sprakeloos, Musonius. Het dialect van de kapitein (mag ik dialect zeggen of schop ik dan iemand tegen de schenen?) vind ik briljant gevonden en maakt de sfeer in het verhaal helemaal af. Stikjaloers gelezen: niet alleen wat de kapitein vond is een vondst.

Lid sinds

4 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Leuk verhaal en prachtig zintuiglijk verwoord, maar...

...afgezien van een paar taalmissertjes (zie onder) wordt het me niet helemaal duidelijk wat de plot inhoudt. Er valt een moeder flauw. De kapitein beschermt een kind. Er is een grote schelp. Kennelijk een menseneter, maar misschien ook niet. De kapitein heeft trekjes van een detective. 'Zo bijzonder lijkt de schelp niet', maar 'hij is zo groot als een huis'. Ik ervoer het als een anticlimax.

Anyway, verder graag gelezen, want de stijl is ontzettend sfeervol en de tekst is duidelijk met liefde en vakmanschap gemaakt.

Spelling en zo:

  • 'een aantal verschijnt' of 'poten verschijnen'
  • bij 'euvel duiden' hoort een lijdend voorwerp: je duidt iemand iets euvel
  • 'kiekeboe spelen' valt een beetje uit het register

Lid sinds

6 maanden 3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Dank, Tony, Fief en Kruidnagel.

'een aantal verschijnt' of 'poten verschijnen'

 

Laat ik nu net eerder op de dag iemand op de vingers te gebben getikt die dezelfde fout maakte. Wet van Muphry.
Eerst boodschappen doen en dan ga ik even kijken wat ik kan veranderen.

 

Lid sinds

11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dáárom is die schelp zo groot.

Inderdaad is het wat tegenstrijdig om enerzijds de schelp te beschrijven als niet heel bijzonder, anderzijds... Je werkt er niet erg naar toe waardoor het niet zo verrast als het zou kunnen. Ik denk dat het spannender is als je de sporen in het begin al laat verdwijnen, als uitleg vind ik het niet heel sterk.

Lid sinds

4 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Musonius, jouw verhaal heeft iets van het muffe van oude prentenboekjes die ik vroeger op zolder vond (en dat is als compliment bedoeld) of zou het iets met de taal van de zeeman vandoen hebben?

Lid sinds

4 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hoi Musonius, heerlijk bizar verhaal. Ik werd door het verloop en het dialect in beslag genomen, zag niet de paar schoonheidsfoutjes. Zit ik niet mee: ik heb gewoon genoten van je verzinsel, het nam me op sleeptouw en dat voelde niet verkeerd! 

Lid sinds

1 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hoi Musonius, ik zag het ook goed voor me. Heerlijk, zo'n ouwe zeebonk. Goed verhaal!

Zo bijzonder lijkt zijn vondst niet. Een schelp. Een hoornschelp om precies te zijn. Die vind je meer aan de kust. Dat deze afsteekt bij de rest, is toe te schrijven aan het feit dat zij zo groot is als een huis.

Het zou spannender zijn als je de enorme schelp introduceert met een knal. Nu verklein je hem eerst als iets normaals om het vervolgens iets gigantisch en magisch te laten zijn.

Wat me ook bezighoudt is dat dat de eerste zin zou kunnen impliceren dat de oude kapitein (zijn verhaal zou trouwens best eens waar kunnen zijn) niet weet wat het voorwerp is, maar later legt hij aan de vrouw en haar kind uit dat ze afstand moeten houden. Óf hij is heel scherp van geest, of hij heeft er misschien toch al wat ervaring mee?

Die eerste zin is trouwens magistraal. Prachtige manier om de liefde tussen een zeebonk en de zee te omschrijven.

Lid sinds

6 maanden 3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Dank ook Katja, Gi, Ton en Vincent voor jullie respons.

@Katja: Sorry, ik begrijp niet helemaal wat je probeert te zeggen.
@Gi: Ach ja, ik ben de meester van de muffe-oude-prentenboekjesstijl.
@Ton: Fijn dat te horen.
@Vincent: <<KNAL>> Schelp!

Ik heb het verhaal aangepast en teruggebracht tot 300 woorden.

Lid sinds

2 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Goede herschrijf. Ik ben blij dat je niet al te veel aangepast hebt. Het stond voor mij als een huis, nu gelukkig nog steeds. Top!

Lid sinds

4 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Nu snapt ze pas waar haar man gisteren na die ene avondwandeling is gebleven: toch niet de hort op. ;-). De sporen zijn nog vers. 

Lid sinds

2 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dag Musonius

Ik heb beide versies net gelezen en die herwerking, die gelukkig niet teveel afwijkt van de eerste versie vind ik goed geslaagd. Bijzonder verhaal, mooie fantasie en vlot geschreven.

Coach Johanna