Lid sinds

6 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

#318 - de rooie vrouw

Geland! Ik kijk op de tslatronic en zie zomer 1403,  Zuidelijke Nederlanden. Oei, Jan zonder Vrees, vis ik uit de geschiedenisles van meester Bakermans. Ik duw op de kleromatic en kies achtereenvolgens voor man, boer en gemiddeld. Nou ze zitten als gegoten, de vodden. Een eenvoudig mes nog en een eiken stok en hup we zijn weg.

Eenmaal buiten sta ik meteen tot de navel in de blubber. Ik krimp snel de teratijd, stop 'm veilig onder mijn muts, adem diep en kijk eens rond. Bewolkt is het. Een vochtig licht plast over het vlakke terrein tussen twee heuvelruggen en een beek of twee, drie. Ik tast me naar het droge. In een schuur verderop wenkt iemand. Een oude man zo te zien. Geen probleem.

Zo HaaveeWee zegt ie, dat was geen mooi gezicht van je daar in die modder. Sukkel.

Ik kan best wel wat, brom ik gepikeerd.

Oja? Wat dan?

Nou ik kan voedsel verbouwen en een schuilplaats maken. Ik kan het wiel uitvinden en de drukpers. Ik kan in steden wonen met een leger. Ik kan een raket naar de maan schieten en een teratijd dragen.

En wat kun je niet?

Het roodharig meisje terugzien dat ik verloor, geef ik klein toe. Slank was ze en lang. Niet zo heel knap misschien, maar haar gezicht was een beetje scheef waardoor ze uit elke hoek of afstand er telkens nieuw uitzag. 

Het begint te regenen. Een kraai krast over.

Lid sinds

4 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

HVW, waarom moet dit na driehonderd woorden ophouden....wij willen meer! (enfin, ik in ieder geval).

Lid sinds

6 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ha Gi, ja ik verzin hier de kaders niet. Maar aan de andere kant is er Goethe's spreuk over die Beschränkung. En een steelse blik in eigen onderbroek bewijst misschien telkens dat kwaliteit niet uit de lengte komt :-) Bedankt man.

Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hoi Haaveewee, ik vind het een bijzonder bedacht verhaal. Ik zie je als het ware uit een tijdmachine stappen. Je zult me een zeur vinden, maar ik mis de aanhalingstekens bij de gesproken teksten en niet alle zinnen kloppen. Dat zal met de dichterlijke vrijheid te maken hebben en dat zegt meer over mij dan over jouw tekst, denk ik. Het gesprek met de oude man vind ik vaag, maar het stukje over het roodharig meisje vind ik mooi verwoord.

vis ik uit de geschiedenisles en mijn losse pols. ---- deze zin klopt niet. Je vist niet iets uit je losse pols. Je doet iets uit de losse pols, maar niet vissen. Iets uit de geschiedenisles vissen zou nog kunnen, maar dan met je met "mijn losse pols" een andere zin maken. Deze samentrekking klopt niet.

Eenmaal buiten sta ik meteen tot de navel in de blubber. Ik krimp snel de teratijd, stop 'm veilig onder mijn muts en kijk eens rond op mijn tenen. ---- Je staat tot je navel in de blubber en vervolgens kijk je rond op je tenen. Ik weet niet goed hoe ik dit voor me moet zien.

Lid sinds

6 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Fief je hebt gelijk. Het is de dichterlijke vrijheid die het kloppend maakt. Weet je, taal is geen wiskunde volgens mij. Toch heb je feilloos gewezen op twee zwakke plekken: de losse pols en de tenen. Ik ga ze meteen amputeren.