Lid sinds

3 maanden 3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Trein - wekelijkse schrijfopdracht #284

 

Toen de trein het station binnenreed tuurde Rafael al naar binnen, op zoek naar een vrije zitplaats, maar in plaats daarvan zag hij tot zijn ergernis dat veel passagiers stonden. Eenmaal binnen zette hij zijn voeten bewust wat uit elkaar, hield een paal vast, spande licht zijn buikspieren aan, alles om stabiel te staan bij het optrekken van de trein.

In tegenstelling tot zijn medereizigers keek Rafael uit het raam. Hij liet zijn ogen afwisselend vallen op de vlekken op het raam en op het  weiland buiten: een accumulatie-training, zo noemde hij het. Deden meer mensen dit?

Het was net op zo'n moment dat Rafael zijn ogen scherp stelde op het raam, dat het hem opviel: de vlekken waren niet alléén bruin. Hij zag hij nu ook kleine, rode spetters. En, in tegenstelling tot de bruine vlekken, zaten deze op de binnenkant van het raam. Toen hij het raam beter bekeek ontdekte hij ook dat bovenaan het raam verschillende rode straaltjes omlaag sijpelden. Rafael keek om zich heen en zag dat nog niemand het opmerkte. Enkele boeken, een laptop en tientallen telefoons vingen alle ogen op. “Hé!” riep hij, “zien jullie dat?“ Mensen keken geërgerd op. Maar hun wenkbrauwen gingen al snel omhoog en hun handen voor hun monden. Al snel kwamen er ook druppels uit het plafond zélf. Een jongen met koptelefoon, die zich concentreerde op een zombie-film en de commotie nog niet had opgemerkt, schrok op van een rode spetter op zijn telefoonscherm.

Voor zover Rafael kon zien, waren alle passagiers inmiddels vies van het bloed. Want dat was het ongetwijfeld: de metaalachtige geur herinnerde hem aan zijn zomerbaantje in het slachthuis dat hij slechts drie weken had volgehouden. Uit ieder ventilatierooster, iedere kier en ieder schroefgat in het plafond van de trein drupte of stroomde inmiddels het bloed.

“De noodrem werkt niet!” werd door de trein geschreeuwd en: "Belt iemand 112? Mijn bereik is weg!”. Anderen staarden apathisch voor zich uit. Inmiddels was de vloer niet meer zichtbaar en mensen op de zitplaatsen trokken hun voeten op. 

Toen ging het snel. In een mum van tijd was de, nog altijd in volle vaart rijdende trein, tot twee meter hoogte gevuld met bloed en zag Rafael alleen nog passagiers die, net als hij, iets hadden gevonden om aan vast te houden. Wie weet is het bloed zo op, dacht hij nog. Op een volgend moment glipte de paal uit zijn handen, golfde het bloed in zijn mond en ogen en was rood het enige wat hij nog zag. 

 

Lid sinds

1 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Mijn excuses voor de veel te late feedback. Een bijzonder verhaal. Ik reis dagelijks met de trein en moet er niet aan denken om een dergelijke situatie mee te maken. Merk wel dat ik erg met de vraag in mijn hoofd zit waar al dat bloed dan vandaan komt. Zelf had ik misschien de zinnen wat korter gemaakt, tenminste vanaf het moment dat de andere passagiers het bloed ook zien. Met kortere zinnen gaat de ademhaling van de lezer sneller en voel je de paniek van de treinreizigers iets meer. Verder zeker een bijzonder en goed verhaal.