Lid sinds

1 week 6 dagen

Rol

  • Gewone gebruiker

# 284 juf

 

“Waarom om half twee toch nog wakker?” Dat vraagt mijn dochter.
Haar haar is vochtig en haar ogen staan klein. Ze heeft haar jas nog aan. 
Ik haal mijn schouders op.
“Gewoon, ik zat nog wat te lezen”, zeg ik.
“Ja ja”, zegt zij en ze kijkt naar mijn boek. Het ligt naast de bank op de vloer, de kaft naar boven, de rug geknakt. Vanaf de achterkant blikt de schrijfster zorgeloos de wereld in. 


Brandlucht vult de kamer, het stijgt op uit mijn dochters jas. Ze komt van een feest ver buiten de stad. Blijkbaar is er een groot vuur gestookt. Ik snuif en zie de vlammen wakkeren en hoor geschater. Het is vast een goed feest geweest. Zij heeft veel en leuke vrienden.

“Je zat gewoon op mij te wachten”, zegt ze.
“Welnee”, zeg ik, al is het antwoord natuurlijk “ja”. 
Ik heb gewacht, gespitst op het geluid van haar fietswielen in het gangetje naast het huis. Als het licht is, hoor ik ze niet eens. In het donker donderen ze als molenstenen. Het beste geluid op een zaterdagnacht.
“Jawel”, zegt ze, “je zat te wachten.” 
Ze strijkt naast me neer op de bank en slaat haar ene been over het andere. De rubberzool van haar schoen is bij de neus gesmolten, zie ik nu en er kleven bladeren aan. Ik leg met een klap een hand op haar knie. Bladresten en kruimels aarde dwarrelen op de vloer.

“Herinner je juf Barkhof nog”, vraagt ze. 
“Tuurlijk”, zeg ik, want juf Barkhof is wel blijven hangen. Moord, mummies, amputaties, daar kon een kind van tien volgens juf wel aan wennen. De details die werkten wel. Het gat in de blouse van de weduwe Wittenberg, het vlees, het bot en de tanden van de zaag. En wij mochten niet met de juf gaan praten. Hoe kwam het in je op?

“Luister je wel” vraagt ze. “Of ben je weer eens in gedachten?”
“Nee, ik luister”, zeg ik. “Tuurlijk luister ik.”
“We fietsten door het bos, vlakbij de waterzuivering.”
Dat bos heb ik voor me gezien, want ik zie altijd bossen voor me als ik op haar wacht. Bossen, industrieterreinen en donkere vennen. Het houdt me wakker, hoe hard ik ook tegen mezelf roep, dat het niet nodig is, niet helpt, niet hoeft, dat ze slim en verstandig is. Dat ze met anderen is. Maar die anderen zijn dan altijd verdwenen en slim en verstandig is niet altijd genoeg. 

“Toen stond Barkhof daar ineens”, gaat ze verder. “Ik dacht eerst dat ik me vergiste, maar blijkbaar woont ze daar. Ze liet een klein wit hondje uit.”
Ik zet grote ogen op, graai even met mijn handen in de lucht en maak een geluid alsof ik stik en leg dan mijn hand weer op haar knie. 
“Ja precies” zegt ze en ik weet dat we allebei aan hetzelfde denken: een veenlijkje waarover die juf vertelde hoe het langzaam door het veen verzwolgen werd, tot het 2000 jaar later weer opgedolven werd. Zwart als leer, maar met plukken oranje haar nog op d’r kop en een touw in drie slagen om de hals. Nachtenlang heeft dat lijk door ons huis gedoold. Het zat overal, in de klerenkast, tussen de vloeren en achter de plinten. Er viel niet tegenop te troosten.

“En groette ze?” vraag ik.
“Nee” zegt mijn dochter. “Ze had ons niet aan horen komen. Ze schrok en liet van schrik de hondenriem glippen. Dat beest schoot achter ons aan, en zij maar roepen. Weet je hoe het heette?”
“Het zal wel Zombie zijn.” zeg ik. 
“Nee. Knuffie. Dat riep ze. Knuffie, Knuffie, kom terug”
“Wraak” zeg ik en we lachen allebei om juf Barkhof die in het donker in het om haar knuffel roept.

Ze neemt mijn hand van haar knie en legt hem op mijn eigen knie.
“Welterusten oude man” zegt ze.  “Ik ga eens even lekker slapen. Lees jij je boek maar lekker uit.”

Ze staat op en loopt naar de deur. Haar schoenzool maakt een plakkerig geluid op de houten vloer en er dwarrelt een bladnerf uit haar haar. Ik snuif een laatste vleugje brandlucht op.

ook geplaatst op: martenheijs.wordpress.com

 

Lid sinds

10 maanden 2 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Hoi Marten, welkom.
mooi verhaal. Ja, het is wat, kinderen loslaten. Je grootste angst, dat ze niet thuiskomen na een nacht stappen.
Met herkenning gelezen.
Ik heb een paar opmerkingen over de tekst:

Zij heeft veel en leuke vrienden. --- Ze heeft veel leuke vrienden.

“Herinner je juf Barkhof nog”, vraagt ze.-- ik mis het vraagteken

maar met plukken oranje haar nog op d’r kop --- ik neem aan dat het om een mensenlijk gaat, dan zou ik schrijven: met plukken oranje haar nog op haar hoofd.

Bij de gesproken teksten moet je even de leestekens controleren. Er missen hier en daar komma's, of er staat een punt waar een komma hoort te staan.

Lid sinds

1 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Mooi om te lezen dat de hoofdpersoon steeds in gedachten verzeild raakt en zich het ergste voor stelt. De enige zin waar ik een beetje over struikelde met lezen was de zin "Zij heeft veel en leuke vrienden." Misschien goed om daar nog een keer naar te kijken. Ik zou graag meer van je lezen.