Lid sinds

8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

schrijfopdracht #284 Op de vroege ochtend

Met mijn badjas stevig om me heengeslagen, als surrogaat voor mijn warme bed, laat ik me de zoldertrap afzakken. Ik gooi de slaapkamerdeur van mijn puberdochter open en brul
‘Goedemorgen Femke!’
Het gekreun dat normaal gesproken op deze actie volgt, blijft achterwege. Dat betekent dat ik haar met harde hand moet wakker schudden. Maar eerst koffie.
Een kwartier later scheur ik me los van de keukentafel, met achterlating van mijn tweede, nog halfvolle, kop koffie. Een puberdochter wakker maken op de vroege ochtend is niet bepaald een activiteit om naar uit te kijken.

Het bed is leeg. Het dekbed ligt opgefrommeld op haar kussen. Verbaasd trek ik het dekbed wat rechter op het bed. Dan zie ik het pas. Bloed! Het kussen is doordrenkt met bloed. Ik slaak een gil, maar in plaats van geluid komt er slechts zurig vocht door mijn keel omhoog. Dan zie ik ook de roodbruine druppels op de vloer, sommige zijn uitgeveegd doordat ik er doorheen gelopen ben. Ik sta verstijfd. Mijn ademhaling gaat gejaagd, de kamer draait om me heen. De bloedvlekken vervormen tot een rode waas. Ik grijp me vast aan de kledingkast en roep mezelf tot de orde. Doe iets! Ik volg het bloedspoor terug de gang in, erop lettend dat ik er niet weer op stap. De badkamerdeur staat op een kier, ik gluur naar binnen. Nog meer bloed; op de vloer, in de wasbak, op het raamkozijn. Geen Femke. Mijn hart slaat pijnlijk tegen mijn ribben.
Een koude tochtvlaag strijkt langs mijn benen. Het raam staat open. Was dat gisteravond ook al zo? Ik buig zover ik kan naar voren en kijk naar beneden, half in de verwachting daar het lichaam van mijn dochter te zien liggen, gedrenkt in een plas bloed, haar nek verwrongen in een vreemde hoek. Maar nee. Niets.
Waar is ze! Ik vlieg de trap af, verlies mijn evenwicht en glijd de laatste treden op mijn rug naar beneden. Geen tijd voor pijn. Opstaan. De keuken in. Telefoon pakken. Intoetsen: 911. Nee, dit is geen Amerikaanse tv-serie. Dit is echt. Oh mijn god! 1…1…2.
‘Ze is weg!’ Gil ik. ‘Overal bloed!’. Bloedvlekken dansen voor mijn ogen, bloed gonst in mijn oren.
‘Vertel me eens rustig wat er aan de hand is,’ hoor ik de stem aan de andere kant van de lijn. De paniek heeft me volledig in zijn greep. De kalmerend bedoelde stem heeft een averechts effect.
Ik kan geen woord meer uitbrengen en sta te trillen als een rietje. Mijn dochter is ontvoerd. Of vermoord. Waarom komt er nog steeds geen politieauto met gillende sirenes de straat in rijden?

‘Mam, wat is er aan de hand?’ klinkt het achter me. ‘Je ziet eruit als een lijk.’ Femkes stem klinkt gedempt doordat ze met haar ene hand een rood gevlekte zakdoek tegen haar neus drukt en met de andere hand haar neus dichtknijpt, vlak onder haar neusbotjes.
Alles wordt zwart, ik zak neer op de koude tegels van de keukenvloer.
 

Lid sinds

7 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Hallo Annemiek,

... goed gedaan! Ik leefde met je mee van A tot Z. 

Voelde me ook opgelucht door die bloedneus. Ik weet wat voor effect bloedneuzen kunnen hebben. 

Lid sinds

1 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Mooi geschreven, ik leefde met de hoofdpersoon mee. Wanneer de hoofdpersoon in paniek is zou je de zinnen nog iets korter kunnen maken waardoor de lezer een wat snellere ademhaling krijgt en de paniek nog iets meer voelt. Verder, goed geschreven voor iemand van wie dit niet zijn of haar genre is. 

Lid sinds

3 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Annemiek, Mooi verhaal. Leest lekker vlot. Ik ben goed in het verhaal getrokken. Spannend. Heel goed gedaan.