Lid sinds

7 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

#284 Perspectief

Perspectief

Ze pakte mijn hand alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Een klein meisje, lange jas, rode lakschoentjes en twee vlechtjes die vanonder haar opgetrokken capuchon naar buiten piepten. Zo liep ik met haar langs de schappen. Een winkelwagen voor ons en wij naast elkaar. Ze zei niets. Het voelde zo vertrouwd dat ik er geen moment aan dacht om even naar een medewerker te lopen om te vragen of er misschien een kind vermist werd. Ik kom zelden mijn huis uit, hou niet van contact, ben het liefst alleen, maar dit voelde goed. Voor het eerst sinds ik voorgoed afgekeurd werd. Te instabiel om te werken. Gelukkig genoeg geld om te overleven.
Telkens als ik wat wilde pakken, voelde ik hoe haar hand zich nog steviger om de mijne heen klemde. Daardoor moest ik steeds de winkelwagen loslaten om een artikel te pakken.
Het moet eruit hebben gezien als moeder en dochter, samen aan het winkelen.
Ik was gelokt door de folder.
Win een overnachting in onze winkel en pak wat u pakken kunt. In de bonus zicht op een verlenging!
Ik kende de winkel niet. Ik was er speciaal met de auto heengereden. De parkeerplaats was leeg, de sneeuw bedekte in een centimeters dikke laag het asfalt, de wind waaide guur, maar in de winkel was het behaaglijk warm en drukker dan ik verwacht had. Het winkelende publiek had de winterjassen stevig om het lijf zitten, de ritsen nog hoog opgetrokken en de hoofden veilig weggeborgen in de met een bontrand afgewerkte kappen. De winkelmuziek stelde me gerust. Het maakte dat ik de supermarkt als minder vreemd ervoer, dan hij in werkelijkheid was.
Het meisje liep gewillig met me mee. Bij de diepvrieskasten achterin de zaak trok ze me plots mee naar de vleesafdeling. Ze stond me niet toe om even stil te staan. Voor de gekoelde toonbank stopte ze. Ze wees. Bovenop een berg van ijsblokjes zag ik oogbollen, hoog opgestapeld. Ik bleef als versteend staan. Ze liet mijn hand los. Langzaam schoof ze haar capuchon naar achter. Alle bezoekers dromden naar ons toe en schoven ook hun hoofdkappen naar achter. Confetti schoot uit kanonnen, ballonnen dwarrelden van het plafond naar beneden. Door het raam zag ik hoe mijn auto van het verder lege parkeerterrein weggesleept werd. De sneeuw wiste direct de sporen die achtergelaten werden. Mijn ogen rolden van verbazing uit hun kassen. Het meisje pakte ze op en legde ze bij de anderen. Vanaf die positie zag ik mezelf staan, zag ik de anderen, zonder ogen en met een blijde lach. Ik voelde dat ik erbij hoorde.

Lid sinds

6 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Griezelig. Leuk opgebouwd: de vervreemding neemt bij iedere zin een beetje toe. Maffe eindzin. Top.  👍

 

Lid sinds

1 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Wat een goed verhaal. Intrigerend tot het eind. Dat van die oogbollen, briljant gevonden. Top!

Lid sinds

1 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Mijn excuses voor de veel te late feedback. Ik vind je verhaal geweldig. Het einde is onvoorspelbaar, ik verwachte veel andere dingen, maar niet dit. Die laatste zin, "Ik voelde dat ik erbij hoorde" vond ik het verhaal echt afmaken.