Lid sinds

7 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

#277 Voortgaan

 

Christoph was nog geen twee tellen dood en zag hoe zijn ouders al op hem stonden te wachten. Natuurlijk was hij blij hen te zien. Hij had ze gemist, maar hij miste ook de geliefden die hij achterliet. Het had gesneeuwd, de weg was glad, de ramen beslagen, de kadootjes voor onder de kerstboom lagen op de achterbank en de electriciteitsmast was niet meer te ontwijken. Hij had nooit bij zijn eigen overlijden stilgestaan, maar nu moest hij wel.

'Welkom jongen,' zei zijn vader en omhelsde hem.

Zijn moeder zei niets, maar klemde hem tegen haar borst op het moment dat zijn vader hem los had gelaten. Hij hoorde hoe ze probeerde haar snikken in te houden. Met moeite liet ze hem los.

'Waar is Petrus?' zei Christoph.

'Petrus heeft ons gestuurd, jongen,' antwoordde de vader.

'Waarom?'

'Hier voor mij liggen drie sleutels, zij ontsluiten de poort die bij hun slot hoort. Je mag één sleutel kiezen. Kies wijs, mijn zoon.'

Er lagen drie sleutels in drie verschillende formaten. Van zeer groot, naar gewoon tot zeer klein.

'Mag ik eerst de poorten bekijken?' vroeg Christoph.

'Dat mag, maar bedenk dat als je eenmaal een poort ontsloten hebt, de anderen voor altijd voor jou gesloten zullen blijven.'

'Ik snap het.'

Christoph ging op weg en kwam al snel de poort tegen waar de grootste sleutel op paste. Hij tuurde door het sleutelgat naar binnen en zag een waar paradijs. Er klonk muziek, er was eten en drinken in overvloed en de mensen waren oogverblindend mooi gekleed. Even leek het of Christoph zijn keuze had gemaakt, tot hij zich erop betrapte dat hij nauwelijks mensen herkende. Snel liep hij door naar de volgende poort. Hier paste de gewone sleutel. Het gat gaf hem een redelijk zicht op de wereld achter de poort, maar zeker niet zo ruim als bij de vorige poort. De muziek klonk minder vrolijk, het eten was wat gewoontjes en de mensen leken niet zo vrolijk. Christoph wist dat hij hier niet naar binnen zou gaan. Snel liep hij naar de poort met het kleinste slot, zo klein dat hij niet door het gat naar binnen kon kijken. Hij legde zijn oor tegen het hout van de poort en hoorde huilen, hoorde lachen, hoorde de geluiden die hij herkende van nog maar kort geleden. Snel liep hij terug naar zijn ouders.

'Geef mij de kleinste sleutel,' zei hij.

'Weet je het zeker zoon?' vroeg zijn vader.

'Ja, zeker.'

Zijn moeder straalde. Samen liepen ze naar de poort met het kleinste slot. Christoph stak het kleinste sleuteltje erin en duwde de poort open. Hij zag hoe de mensen zich voorover bogen over een glazen plaat die uitzicht bood op het heden.

'Hier,' zei zijn moeder, 'dit is jouw glasplaat met zicht op het leven dat jij achterliet en dit is jouw microfoon. Ze zullen je horen als ze slapen.'

Opeens dacht Christoph aan de stem van zijn moeder, die hem vaak in zijn dromen bezocht had. Aan de boodschap die ze hem meegaf:

Zalig de onwetenden.

Hij kuste zijn moeder en was blij dat hij zijn dood net zo onwetend had tegemoetgetreden als ooit het leven.

'Hier word je nooit vergeten,' fluisterde zijn moeder, 'hier leef je voort.'

 

Lid sinds

9 maanden 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

Hij heeft wijs gekozen, maar stiekem ben ik ook wel benieuwd naar de uitkomst van de andere sleutels. We zullen het nooit weten. Zalig zijn de onwetenden.

Fijne Feestdagen.