Lid sinds

2 maanden 2 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

#274 - De voetstap

 

De sneeuw knerpte zacht onder haar voeten. Het was Agatha’s beurt geweest om water uit de put te halen. Ze liep puffend terug naar huis en volgde de voetsporen van de dieren in de sneeuw. ‘Konijn, mees, das, weer een konijn.’ Ze bleef abrupt staan toen een van de afdrukken haar niet bekend voorkwam. De voetstap had de vorm van een schoen met een zeer spitse neus. Agatha gebruikte haar vingers om de voetstap te meten. Ze plofte in de sneeuw neer en hield haar vingers naast haar eigen schoen. De voetstap was minuscuul in vergelijking met die van een mens. Haar nieuwsgierigheid won het van haar angst en ze besloot de voetstapjes te volgen, waarbij ze zich een weg moest banen door het bos. Uiteindelijk stopte ze bij een kleine ophoping van aarde. Agatha zette de emmer neer en liet zich op haar knieën zakken. In de ophoping zat een gat, waar ze haar oog tegenaan drukte om er doorheen te kijken. Wat ze zag, ging haar verbeelding te boven. Talloze kleine mannetjes en vrouwtjes dansten rond op het ritme van mysterieuze muziek. Sommige wezentjes hadden vleugels en zweefden door de lucht. Ze droegen allen lange, spitse schoentjes. Als uit het niets stond één van de mannetjes voor haar. Hij keek haar gemeen aan en blies iets in haar oog. Agatha viel met een gilletje achterover. ‘Help!’, riep ze terwijl ze met haar hand in haar oog wreef. Ze hoorde het mannetje hoog en schril lachen. Nadat ze een tijdje in de sneeuw had gelegen, opende ze haar ogen. Ze keek naar het hoopje aarde, maar er was geen gat meer te bekennen. ‘Ik zal het wel gedroomd hebben.’ Toen ze opstond, zag ze dat de emmer met water was omgevallen. Zuchtend liep ze terug naar de put.