Lid sinds

4 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

# 116 Vlucht

Vier hoog woonde hij, in een woonblok dat zicht bood op vuilwitte en grijze stenen. Saai. Doods. Dodelijk. Vele tientallen mensen hadden een poging naar de vrijheid gewaagd, maar werden meteen gedood. Zijn broer was één van hen. De Veiligheid opereerde dag en nacht. Oproer werd onderdrukt. Verdachten verdwenen. Zijn dorst naar vrijheid beheerste al jaren zijn dromen. Hij zou de pineut zijn als Stasi dromen kon controleren. Zijn vrees dat hij zich zou uiten - want wie kon hij nog vertrouwen - bedwong hij door zich meer en meer terug te trekken. En nu dit. Met een druk op de knop bracht hij de radio tot zwijgen. Bevrijdende woorden bleven galmen in zijn hoofd. Hij ademde diep in alsof hij een heel leven geleefd had zonder echt te ademen. “Manfred.” Hij sprak zijn naam uit met vernieuwde kracht. Het zette hem aan tot actie. Een nauwelijks gebruikte rugzak en een onder stof geraakte valies werden gevuld met het hoogstnoodzakelijke. Sneller dan nu was hij nooit geweest. Vijfhonderd meter verder was een doorgang. Zelfs de militairen wisten niet goed wat ze moesten aanvangen. De boodschap was blijkbaar niet duidelijk genoeg doorgedrongen. Mannen stonden klaar, vrouwen met hun jengelende kinderen, half uiteengerukte gezinnen die met hoop in hun ogen de nieuwe wereld zouden instappen. Niets zou hen tegenhouden. De deur werd geopend. Een ononderbroken stroom begaf zich naar de andere kant en werd verwelkomd door enthousiast gejuich. De hele massa ging in elkaar op. Tranen. Gelach. Kreten van mensen die elkaar na stonden. Hij ging opzij staan, een vrouw glimlachte hem toe. “Wat sleur je mee?” “Mijn verleden.” Hij zette zijn valies neer en keek haar aan. “Dat heb je hier niet nodig.” In haar ogen zag hij wat hij wilde zien: hoop, vrijheid en een toekomst.