Lid sinds

12 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Reizen - eerste opdracht wekelijkse schrijfopdracht

Reizen. Mijn kleindochter van 17 jaar beleeft haar eerste grote liefdesverdriet. Ik bekijk haar jong snuitje met de ogen van een oudere, rijpere vrouw. Ik zie in dat snuitje haar ogen. Groot, bruin, met natte wimpers die aandoenlijk op haar nog zo onschuldig meisjesgezicht rusten. Het neusje is rood en haar mond die doorgaans omhoog krullende lippen heeft, staat verdrietig een beetje open. Het woordje “waarom ?” vormend. Een foto van de haar geliefde jongen wordt fijngeknepen in haar gebalde vuisten. Ze smijt de verfomfaaide foto in een hoek van de kamer. Raapt hem toch weer op en strijkt hem glad. Tranen spatten op het vrolijk lachende jongensgezicht. Het deert hem niet. Hij blijft lachen. Terwijl ik zo voor haar sta, uiterlijk onbewogen, maar innerlijk erg ontroerd, vraag ik haar of ik haar een plezier doe met een reisje. “Waar zou je graag eens naar toe willen gaan?” “Ik wil terug naar de zevende hemel”, antwoordt ze vinnig. “En nu mag U zeggen met welk vervoersmiddel ik daar kan geraken!” Oei, dat komt aan als een mokerslag. Ik, Oma van dit jong mensenkind, in haar ogen zo oud als Methusalem, ik, met mijn grijze haren, met mijn rimpels, mijn ietwat gebogen houding, ik weet natuurlijk niets af van de liefde en nog minder van liefdesverdriet. Ik denk na. Dan haal ik diep adem en zeg: “Met de fiets. Hij woont toch niet ver van hier vandaan? “