Lid sinds

5 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Elsschot leeft!

30 april 2026 - 19:40

Welke schrijver kent dat niet? Zogenaamd nonchalant, maar stiekem vol verwachting je manuscript opsturen – geen dikke envelop maar gewoon een stapel megabytes – en iedere dag toch even je mailbox checken in de hoop op een teken van leven van de uitgever?
Ik in ieder geval wel. Ik had bij een Nederlandse selfpublisher-drukkerij mijn eersteling het licht doen zien en de smaak te pakken gekregen. Niet vanwege het overweldigende succes: na een half jaar in de etalage van de webshop was er zegge en schrijve één exemplaar verkocht – aan mij, als verjaarscadeautje voor een familielid. Maar verkoopcijfers wegen niet op tegen het gevoel om je bedrukte pagina’s in de hand te houden, je eigen zinnen in plaats van op het scherm in een boek tegen te komen, de gedachte dat alles wat je bedacht hebt niet vervlogen maar gedrukt is. Verba volant, scripta manent heet het dan, oftewel: wie schrijft, die blijft.

Al lijkt dat niet de grote drijfveer te zijn om de pen te pakken. De worsten die bijna alle aspirant-schrijvers worden voorgehouden heten succes en beroemdheid. Dat is althans mijn indruk, na de nodige jaren als pretschrijver. Zoek op “schrijfcoach” en niemand biedt aan je te helpen om je gedachten op een onontkoombare manier onder woorden te brengen. Maar iedereen staat te trappelen om ervoor te zorgen dat je boek een bestseller wordt. ’s Schrijvers enige hoop is de verkoop. Ook in Italië, ontdekte ik.

Ik had een aantal van de vijftig verhaaltjes uit mijn etalagebundeltje uit het Nederlands in het Italiaans vertaald. Gewoon, voor de aardigheid, om buren en kennissen in het land waar we tenslotte al zo’n kwart eeuw vertoeven een idee te geven waar die rare Olandese zijn tijd mee zoetbracht. Ik had er foto’s bij verzonnen en een opmaak voor bedacht, en het resultaat was een aardig ogend boekwerkje van 60 pagina’s. Italiaans motto: “verhaaltjes voor wie het niet lukt om voor de tv in slaap te vallen”.

In een vlaag van overmoedigheid had ik het document ook opgestuurd naar een Italiaanse uitgeverij, die beloofde iedere aspirant-auteur een serieuze kans op publicatie te gunnen. Het manuscript zou beoordeeld en besproken worden, wie weet als opmaat naar de eeuwige roem.
Ik was die actie al bijna vergeten toen ik werd opgebeld door een dame van de uitgeverij. Ze hadden mijn manuscript ontvangen en wilden graag met me praten. Kwam een tikje ongelegen: tegenwoordig ben je nooit meer rustig thuis als iemand je belt, maar dat zijn de zegeningen van de mobiele telefoon. Gelukkig zou ze later nog contact met me opnemen.

Dat gebeurde inderdaad. Niet telefonisch, maar per e-mail kreeg ik een heus boekcontract aangeboden. Ik heb het uitgeprint, en het was indrukwekkend. De uitgeverij zou ervoor zorgen dat ik in televisieprogramma’s met een literaire signatuur verscheen, aan een literair radioprogramma zou meedoen, mijn boek zou op de boekenbeurzen van Rome en Turijn worden gepresenteerd (gratis entree voor mij), de rechten ervan zouden op internationale boekenbeurzen van Frankfurt, Londen, Parijs, Lissabon en Madrid worden aangeboden, mijn werk zou ingezonden worden om mee te dingen naar literaire prijzen, en natuurlijk was er via persberichten, boekrecensies en andere activiteiten in uitgebreide persaandacht voorzien.

De laatste halve pagina was gewijd aan mijn verplichtingen. Ik zou voor €2.950,- tweehonderd van mijn eigen boekjes kopen. Daarna zouden de raderen van de uitgeverij gaan draaien.

Waren wij uitzinnig van vreugde over mijn toekomstig succes? Heel even maar. Toen liep ik naar mijn boekenkast en trok het Verzameld Werk van Willem Elsschot van de plank. Even bladeren en jawel hoor: pagina 255, “Lijmen”, verschenen in 1924 en nog altijd een klassieker. De menselijke ijdelheid, de drang om met een plek in de schijnwerpers de eigen positie te verbeteren, is van alle tijden. De slimmigheden om mensen met het licht van die schijnwerpers te verblinden zijn dat ook. Wie leest, mag zich gelukkig prijzen.