De tip.

Lid sinds

6 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

De tip.

Wie kan mij op een simpele manier uitleggen wanneer er d of wanneer er dt gebruikt moet worden. Elke keer doe ik het fout. Ben inmiddels wel zover dat ik weet dat er in verleden tijd nooit een t achter hoort. Ik zou graag een gouden tip willen, zodat ik het nooit meer fout doe.

Lid sinds

11 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator
Dit kun je met googlen gewaar worden. Ik heb er een paar voor je op een rijtje gezet; beter (lees: leerzamer) is dat je dit zelf doet. http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/230/d_dt_… https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/d-t-of-dt http://www.goedverwoord.nl/werkwoorden-wanneer-sc… ... en legio andere sites die dit uitleggen. De gouden tip bestaat niet; het gaat over grammatica en de Nederlandse grammatica kent vele uitzonderingen.

Lid sinds

10 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
De gouden tip bestaat niet; het gaat over grammatica en de Nederlandse grammatica kent vele uitzonderingen.
Uitzonderingen op de d+t-regel? Nee toch?

Lid sinds

13 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Laatst vroeg een buurmeisje mij iets over het ontleden van zinnen. Ze had al op YouTube gekeken, maar snapte het niet. Dat was voor mij een eyeopener,YouTube die iets uitlegt. Misschien vind je iets waar jouw probleem wordt uitgelegd?

Lid sinds

11 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator
Ben inmiddels wel zover dat ik weet dat er in verleden tijd nooit een t achter hoort.
De gouden tip bestaat niet; het gaat over grammatica en de Nederlandse grammatica kent vele uitzonderingen.
Uitzonderingen op de d+t-regel? Nee toch?
We hebben sterke, zwakke, regelmatige en onregelmatige werkwoorden. Je kan niet één gouden regel geven over hoe de vervoegingen daarvan zijn. Misschien moet je het dan geen uitzonderingen noemen, maar varianten. Wat d en t in de verleden tijd betreft: denk aan het kofschip.

Lid sinds

6 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Mijn tip: Schaf per direct de Schrijfwijzer van Jan Renkema aan. Een uitgave van Sdu Uitgevers. Niet echt goedkoop, maar er staat zo veel waardevolle informatie over schrijven in dat het boek zich tientallen malen terugbetaalt. En daarna: gewoon aandachtig lezen en onthouden. De volgende opmerking is niet tegen Rani Verbeek gericht: Ik vind het werkelijk te triest voor woorden dat een volwassene kennelijk zo beroerd onderwijs heeft genoten dat de basisspellingsregels hem/haar niet duidelijk zijn. De Nederlandse regels wat betreft het werkwood zijn vrij simpel en passen op een A4'tje. Toen ik naar school ging was het onderwijs goddank beter. Na de vierde klas lagere school was het werkwoord totaal geen probleem meer. Eigenlijk heb je maar één keer in je leven één goede docent nodig die de spelling van het werkwoord in één uur uitlegt. Daarna is het een kwestie van regels onthouden en toepassen. Overigens: goed dat u hier iets aan gaat doen! En geloof mij: het is eigenlijk reuzesimpel. (Neem desnoods bijles bij een docent Nederlands.) vriendelijke groeten, A.Kroeze

Lid sinds

10 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
[...]Ben inmiddels wel zover dat ik weet dat er in verleden tijd nooit een t achter hoort. [...]
Helaas is deze bewering niet waar.

Lid sinds

13 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Ik zou googelen op 'schema werkwoordspelling'. Print er een uit en hang die ergens neer. @Leonardo: wanneer krijg je dan in de verleden tijd stam + t? @Therese: 'het kofschip' noemen we tegenwoordig 't sexy fokschaap', zodat je ook weet dat je 'faxte' moet schrijven. We hebben er een poster van in de klas hangen, de kinderen hadden er op 1 april een piemel bij gehangen. Daar kon ik wel om lachen.

Lid sinds

11 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator
@Therese: 'het kofschip' noemen we tegenwoordig 't sexy fokschaap', zodat je ook weet dat je 'faxte' moet schrijven. We hebben er een poster van in de klas hangen, de kinderen hadden er op 1 april een piemel bij gehangen. Daar kon ik wel om lachen.
:!: :)

Lid sinds

10 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
En wanneer in hedendaags taalgebruik is de persoonsvorm 'gij'? xD
Ach, Vlamingen doen dat nog geregeld. Ik heb ook niet gezegd dat het van hoge praktische waarde is, maar "nooit" klopt niet. Zeg nooit nooit :)

Lid sinds

8 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
In zo'n 90% van de gevallen (rule of thumb): ik doe - jij doet (... + t) ik houd - jij houdt (... + t) ik weet - jij weet (t + "...") ik deed - jij deed (vt) ik hield - jij hield (vt) ik wist - jij wist (vt) Heeft te maken met sterke en zwakke werkwoorden, tijdsvervoegingen, exotische invloeden, en wat niet. Vaak is spreektaal al een goede inzet, maar tijdens het typen is de autospelcorry T-saurus reuzeleuk. Het kringelt zich woordwormblind...

Lid sinds

9 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
En wanneer in hedendaags taalgebruik is de persoonsvorm 'gij'? xD
Wanneer pakweg Tom Lanoye of Dimitri Verhulst een roman schrijven, gebeurt dat al eens. Of leest gij de grote hedendaagse Vlaamse schrijvers niet?

Lid sinds

8 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Mijn leraar op de basisschool heeft één keer keihard door de klas geschreeuwd "verleden tijd NOOIT met dt!" Dat deed hij om ons het eens en voor altijd te laten onthouden (het was een coole leraar), en dat lukte ook. Ik hoor nog steeds zijn stem soms schreeuwen. :P Voor de tegenwoordige tijd had een lerares op mijn middelbare school het volgende rijmpje (een rap, eigenlijk): Ik ervoor, ik erachter, jij erachter: stam! Ik ervoor, ik erachter, jij erachter, NEE? Stam plus t! Oftewel, als er "ik" voor het werkwoord staat, of "ik" of "jij" achter het werkwoord, gebruik je alleen de stam. Bij "hij/zij" of "jij" ervoor, is het stam plus t. Nog een laatste trucje, die ik zelf altijd gebruik: vervang het werkwoord waar je over twijfelt eens met "lopen". Bijvoorbeeld, als je twijfelt of het "jij word" of "jij wordt" moet zijn, vervang worden dan met lopen: "jij loopt". Je hoort een t erachter! Het is niet "jij loop". Dus weet je dat achteraan een t hoort. Het is dus "jij wordt", met een t. Voor het voltooid deelwoord en de verleden tijd is er een heel simpel trucje, dat de meeste mensen op school vast heel vaak hebben gehoord. 1. neem het hele werkwoord (fietsen, verven) en laat de -en op het einde weg. 2. Op welke letter eindigt het woord nu? (fiets, verv) 3. Is deze letter een x, t, k, f, s, ch of p? (Oftewel, alle medeklinkers van het woord " 't kofschip ", (met die t erbij) behalve de x. Dat is een handig ezelsbruggetje. In plaats van 't kofschip kun je ook " 't sexy fokschaap" gebruiken, dat heeft dezelfde medeklinkers. Plus de x, die niet in 't kofschip zit, maar wel in het rijtje hoort.) 4. Zit de laatste letter in 't kofschip (of 't sexy fokschaap)? Dan wordt het +te voor de verleden tijd, en +t voor het voltooid deelwoord. In het geval van fietsen (fiets-) zit de laatste letter (s) in 't kofschip, dus wordt het fietste en gefietst. 5. Zit de laatste letter niet in 't kofschip? Dan wordt het +de voor de verleden tijd, en +d voor het voltooid deelwoord. In het geval van verven (verv-) zit de laatste letter NIET in het kofschip (het is een v, geen f!). Dus het wordt verfde en geverfd. Dit kun je zelfs toepassen op Engelse leenwoorden enzo. Let dan wel altijd op dat het oorspronkelijke Engelse woord behouden blijft. Dus racete in plaats van racte, en geskypet in plaats van geskypt.

Lid sinds

10 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Het volgende is geen tip. Maar wel tof. Dat er een -t achter een f komt en een -d achter een v, heeft de maken met de plek in je mond waar je deze klanken maakt. Als je een vinger op je keel legt en je maakt een f-klank, voel je niks: de f zit tussen je tanden. Als je dan een v-klank maakt, voel je je keel meetrillen. (Dito voor s&z, p&b and k&g.) De -t ligt voor in de mond en komt daardoor achter medeklinkers die ook voor in de mond liggen. Een -d komt achter klanken die in je keep zitten - de meeste klanken dus.

Lid sinds

10 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
Je hebt 2 tijden waar je rekening mee moet houden. 1/ tegenwoordig 2/verleden In tegenwoordige tijd heb je eigenlijk maar 1 optie: T erbij of niets erbij. Die DT geldt enkel voor werkwoorden waarvan de stam ook een D bevat. Eigenlijk voeg je dus enkel een T erbij. Geen dt, want die D hoort eigenlijk bij het woord dat je wil vervoegen. Dus zoek eerst de stam. Die vind je door het werkwoord met 'ik' te vervoegen. VB: ik speel ==> speel = stam VB: ik vind ==> vind = stam Vervoeg je deze werkwoorden nu met 'jij' of 'hij' dan komt er een T achteraan. stam = speel ==> jij speelT stam = vind ==> hij vindT jij, hij krijgen een T erbij, de anderen niet. Enkel bij inversie met 'jij' valt die T weg (jij speelt, maar speel jij?) In de onvoltooid verleden tijd geldt hetzelfde principe. Zoek de stam en dan +TE of +DE. VB: jij speelDE. VB: Hij vitTE In de voltooid verleden tijd heb je een hulpwerkwoord. vb Ik HEB gespeeld. 'Heb' is hier hulpwerkwoord. De regel van het Kofschip is enkel in deze tijd van toepassing. Die methode is omslachtig. Wat vaker gedaan wordt is het woord fonetisch verlengen. Dan verleng je het woord met een 'e' of 'en' en hoor je welke letter erachter aan moet komen. Ik heb gespeeld, verleng je dan naar 'gespeelDE', dan hoor je dat er een D achter komt en geen T. 't Kofschip wordt gebruikt als je een woord niet kent. Zoek naar de stam van het woord. Als de eindletter hiervan in 't kofschip komt, dan schrijf je het met een T achteraan. (Maar dus enkel in de ovtijd) Die regel van 't kofschip heb je dus in principe niet echt nodig. Verleng het woord, daar kom je al een heel eind mee.